Meer status voor mbo

Minister: Beroepsroutes om vakopleiding aantrekkelijker te maken

Een twaalfjarige vmbo'er die timmerman wil worden, moet zo snel mogelijk kunnen doorstromen naar een vakopleiding in het mbo, vindt minister Jet Bussemaker van onderwijs. Want als het vmbo en het mbo beter op elkaar aansluiten wordt het aantrekkelijker om een vak te leren, meent ze. En dat is hoognodig: te veel vmbo'ers halen liever een havo-diploma dan dat ze naar het mbo gaan, terwijl Nederland behoefte heeft aan vakmensen.

Dat schrijft de bewindsvrouw in een brief aan de Tweede Kamer. Haar plannen zijn een aanvulling op de veranderingen die al gaande zijn in het mbo: opleidingen worden ingekort van vier naar drie jaar, maar worden tegelijkertijd intensiever en uitdagender.

Maar Bussemaker wil ook meer onderscheid maken tussen de verschillende mbo-niveaus. Nu zijn dat er vier en voor de buitenstaander lijkt dat één pot nat. Terwijl op niveau-1 jongeren zitten met beperkte cognitieve vermogens en op niveau-4 gespecialiseerde vaklui worden opgeleid.

Ze wil daarom vanuit het vmbo twee routes creëren. Een vakmanschapsroute van in totaal zes of zeven jaar voor leerlingen die starten op de lagere niveaus van het vmbo. Jongeren op de hogere vmbo-niveaus kunnen in een 'beroepsroute' via het hoogste mbo-niveau ook doorstromen naar het hbo. Bussemaker hoopt met zulke routes het mbo meer status te geven en het aantrekkelijker te maken voor scholieren.

Ze wil het imago van het mbo verder opvijzelen door ook in het mbo routes voor excellente scholieren op te tuigen. Zo moeten jongeren zich ook na het behalen van hun diploma verder kunnen ontwikkelen. Bussemaker wil in samenspraak met het bedrijfsleven op meer plaatsen de 'meester-gezel-formule' invoeren. Een model dat gestoeld is op de Middeleeuwse gilden, waarbij een jongere 'in de leer gaat' bij een 'meester', en uiteindelijk zelf meester kan worden.

Verder wil de minister dat scholieren nog beter worden voorbereid op de regionale arbeidsmarkt. Daarom gaat ze het voor scholen eenvoudiger maken om in samenspraak met bedrijven uit de regio opleidingen aan te passen of zelfs nieuwe, meer specialistische opleidingen te ontwikkelen.

Wel moeten mbo-scholen kunnen aantonen dat er ook een arbeidsmarkt is voor zo'n vakgebied, benadrukt ze. "We willen juist af van de wildgroei aan opleidingen met slechte arbeidsmarktperspectieven." Om die reden moeten mbo-opleidingen scholieren ook beter gaan voorlichten over arbeidsmarktkansen van opleidingen.

MBO Raad-voorzitter Jan van Zijl kan zich wel vinden in de plannen voor een vakmanschaps- en een beroepsroute. "Mensen denken bij het mbo aan stratenmakers, en niet aan verpleegkundigen die er ook worden opgeleid. Nu worden alle niveaus in het mbo op één hoop gegooid. Daardoor is het imago slechter dan het zou moeten zijn."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden