Meer musicus dan cellist

interview | Al speelt hij niet meer, Anner Bijlsma (80) blijft cellisten van raad voorzien. 'Ik kan nog steeds eigenwijze dingen zeggen.'

Cellist Anner Bijlsma is dit jaar tachtig geworden. Tijdens de Cello Biënnale Amsterdam in het Muziekgebouw aan 't IJ krijgt hij een internationale oeuvreprijs uitgereikt.

Cello speelt Anner Bijlsma niet meer. "Maar als je dat zo lang hebt gedaan, gaat het gewoon door in je hoofd. Je weet precies hoe het werkt, met vingerzettingen en al. Als mensen voorspelen, kan ik daar vaak ter zake doende dingen over zeggen, makkelijker zelfs dan wanneer je zelf zit te spelen, want je hebt meer afstand.

"Ik ben nooit een cellist geweest die twaalf uur per dag dat ding tussen z'n benen had, en ik heb er nu dus ook geen problemen mee het instrument te laten staan. Ik ben meer musicus dan cellist. Met kamermuziek heb ik ook altijd meer om me heen zitten kijken en dingen toe zitten voegen dan dat ik zei: Jongens, wacht even, even stil, ik heb hier een mooi solootje. Dat had ik niet zo."

De spieren werken niet meer zo vlot en gaan achteruit, lopen is moeilijk. "Lastig", geeft Bijlsma toe, "maar ik kan nog steeds eigenwijze dingen zeggen, en bovendien, je wordt heel handig als niet alles meer vanzelf gaat."

Les gaf hij onder meer aan het Haags conservatorium, tijdens masterclasses, en ook nu nog. Cellisten van over de hele wereld - en niet de minsten - kloppen bij Anner Bijlsma aan om raad te vragen. Hoe zit het in die maat en hoe klinkt dat het beste? Praten over de muziek, aan de keukentafel. "Dat lesgeven aan conservatoriumstudenten deed ik zeker niet altijd goed, hoor. Voorbeeld: Ik had een leerling met een bibberstok, en daar hebben we alles aan gedaan, hij en ik - hij was een zeer getalenteerde leerling. Het was op een zaterdagochtend, hij had les om tien uur en om tien over tien heb ik iets gezegd, of hij heeft iets gehoord, en ineens lag die stok als een grote dikke zeeboot op die snaren. We waren allebei zo enthousiast, meesterlijk! Toen had ik moeten zeggen: ga naar huis, spreek met niemand, doe de kamerdeur dicht en hou dit vast, want je hebt 'm. Maar ja, ik kon dat niet doen, want ik was op het conservatorium en ik moest een uur lesgeven. Er kwamen nog diverse stukken en toonladders voorbij, en toen hij om elf uur naar huis ging, bibberde die stok weer net zo hard. Dus toen heb ik slecht lesgegeven, ik was te klein, ik volgde de regeltjes.

'Goed les genomen'

"Men zegt altijd dat sommige leraren zo geweldig zijn. Maar ook leerlingen kunnen geweldig zijn. Het is vaak voorgekomen in de les dat ik een leerling een hand gaf en zei: goed les genomen. Maar daar wordt nooit over gepraat, men doet altijd alsof het van één kant komt. Net als bij dirigenten. Als de hoornist in het Celloconcert van Dvorák heel mooi speelt, dan staat er in de krant: goed gedirigeerd. En als hij z'n avond niet heeft, staat er: de hoornist speelde pet. Dat klopt niet. Dan moet je ook zeggen: slecht gedirigeerd."

Aldus de nestor van de Nederlandse cellisten, voorloper in de barokmuziek. "Nestor, dat vind ik kletskoek. Daar ben ik niet mee bezig, ik ben altijd met heel kleine dingen bezig. Dingen die me interesseren. Ik heb, na 'Bach, The Fencing Master', nog twee boeken geschreven in de afgelopen twee jaar. En dan buig je je vooral over de tekst in de partituur: wat bedoelt Bach daarmee, wat staat er? Een boek schrijven over de zeventiende eeuw of over Boccherini, dat lijkt me nog wel wat. Maar ja, als ik mijn pen neerleg en ik vergeet hem even, dan heb ik geen pen meer. Je geheugen wordt zo slecht."

De hond komt erbij liggen, onder de tafel, licht gesnuif. "Ja, die weet het precies als er iets te halen valt. Verder is hij heel beleefd, hoor.

"Maar dan de Cello Biënnale, die vind ik zó fantastisch." Sinds de eerste editie in 2006 van het tweejaarlijkse cellofestijn is Bijlsma vaste gast, geeft hij masterclasses en gaat hij in gesprek met musici. Acht jaar geleden speelde hij er op zondagochtend, tijdens 'Bach & Breakfast', Bachs Eerste suite voor cello solo. "Het mooie van als je oud bent en je speelt, is dat je altijd zulke leuke kritiek krijgt: je kunt zeggen wat je wilt, maar het heeft tóch karakter, zeggen ze dan - ook al is het zo vals als wat. Ik heb Pablo Casals eens gehoord toen hij in het Witte Huis optrad. Nou, het klonk alsof er een nat vogeltje zat te spelen. Maar de mensen vonden het geweldig.

"De Biënnale straalt uit wat het leuke is van de cello: het is zo'n veelzijdig instrument. Je kunt solo spelen, de melodie laten horen, je kunt begeleiden. Cellisten zijn ook vaak aardige mensen. Een biënnale voor de viool zou totaal onmogelijk zijn, want de violisten zouden allemaal hun eigen festival willen hebben, daar zou ruzie van komen. De Cello Biënnale is een gezelligheidsfeest, en ze spelen ook nog goed, want er staan knappe jongens op het lijstje, de groten der aarde. Meteen bij binnenkomst in de hal staan er cellobouwers, je ziet het handwerk waar straks het geluid uit gaat komen. De ambiance rondom het spelen, het denken over de muziek, naar mijn smaak komt dat allemaal heel mooi samen op dit evenement.

"Als er maar niet te veel gezongen wordt op de cello, daar hou ik niet van. Praten is veel interessanter en op de cello kun je heel goed spreken. Alleen maar mooie noten spelen, dat is het niet. Muziek is nooit alleen maar mooie noten, muziek is gedachten en logica, meer nog dan gevoelens. Als het mooi klinkt, is het altijd gesproken. Wanneer muziek alleen maar sfeer tekent, och..."

Oeuvreprijs

Bijlsma ontvangt als eerste de internationale oeuvreprijs die de Biënnale in het leven heeft geroepen. Een prijs die uitgereikt wordt aan een persoon of instantie die zich op een uitzonderlijke manier verdienstelijk heeft gemaakt voor de cello of het cellorepertoire. Waarde: 50.000 euro, maar niet om in eigen zak te steken. De laureaat geeft vorm aan de prijs, die in dienst moet staan van talentontwikkeling en educatie. "Ik zou graag willen dat bepaald repertoire uit de zeventiende eeuw weer gespeeld gaat worden. Muziek van Domenico Gabrielli, Girolamo Frescobaldi. Je hoort ze nooit meer, maar die werken hebben enorme invloed gehad op, bijvoorbeeld, de cellosuites van Bach. Ik heb hun muziek veel gespeeld en ervan genoten. Frans Brüggen en Gustav Leonhardt, met wie ik geregeld optrad, haatten die stukken. Leonhardt vond het net het stalenboek van een behanger. Ze slaakten diepe zuchten. Maar de cello uit de zeventiende eeuw moet terugkomen voor de musici van nu, en ik hoop mensen in te kunnen zetten die de componisten weer tot leven wekken.

"Ook wil ik de aandacht vestigen op vier korte studies die Bernd Alois Zimmermann voor de cello heeft geschreven. Alle vier slechts een paar regeltjes lang, maar onwaarschijnlijk moeilijk, vooral voor de geest. Ik heb ze vaak als oefening gespeeld. Nu wilde ik een concoursje opzetten, en het publiek mag bepalen wie de eerste prijs krijgt. De stukken duren samen vijf minuten, maar je bent daarna doodop, ook als luisteraar.

"Het fijnste van een leven als musicus is dat je er iedere dag van kunt genieten. Mijn vader was trombonist in het Residentie Orkest en zei: als de mensen zouden weten hoe heerlijk we dit vinden, dan zouden ze er geen cent voor willen betalen. Het is ook zo geheimzinnig, dat je iets zingt, strijkt of blaast en iemand anders herkent er wat in, voelt er wat bij. Je was nog niet jarig als je het uit zou moeten leggen."

Cello Biënnale

Van 17 tot en met 25 oktober vindt de vijfde editie van de Cello Biënnale Amsterdam plaats in het Muziekgebouw aan 't IJ en in het Bimhuis. Thema: Cello & Voice. Opnieuw is de cellistische wereldtop van de partij in diverse programmaonderdelen van 's morgens vroeg tot 's avonds laat. Een greep: Mischa Maisky, Nicolas Altstaedt en Johannes Moser voeren een Bachsuite uit tijdens Bach & Breakfast, Natalia Gutman en Gary Hoffman geven een masterclass en Jean-Guihen Queyras neemt zijn Griekse en Iraanse muziekvrienden mee. In het Hello Cello Orkest spelen 140 kinderen uit heel Nederland. Het Nationaal Cello Concours is onlosmakelijk verbonden met de biënnale: vijftien cellisten, Nederlanders of in Nederland studerend, spelen voor een internationale jury. Finale: 24 oktober. De winnaars van de vorige edities treden aan tijdens een van de middagconcerten.

Info: www.cellobiennale.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden