Meer mensen aan het werk: dat is het sleutelwoord

Op deze pagina staan de belangrijkste passages uit de regeringsverklaring die premier Kok gisteren in de Tweede Kamer uitsprak.

Op die periode zal ik op dit moment niet verder ingaan. Hierover heeft in uw Kamer destijds met alle betrokkenen een informatieve gedachtenwisseling plaatsgevonden. Uiteraard ging het toen niet om het afleggen van verantwoording. Dat gebeurt nu. Door de aanvaarding van mijn formatieopdracht neem ik het gehele formatieproces voor mijn verantwoording.

In dit kader past het om andere informateurs, de heer Tjeenk Willink tweemaal en de heren Van Aardenne, Vis en De Vries, ook vanaf deze plaats bijzonder dank te zeggen voor al het werk dat uiteindelijk, zij het met een hink-stapsprong, de totstandkoming van dit kabinet mogelijk heeft gemaakt. Hoewel de weg niet rechtuit naar het eindresultaat leidde, is het - en dat geeft mij met het oog op de bestuurlijke verhoudingen voldoening - mogelijk gebleken tot een kabinet te komen, dat mag verwachten een vruchtbare samenwerking met uw Kamer te hebben. Een kabinet dat niet is ontstaan uit de behoefte om zich tegen anderen af te zetten, maar dat zijn basis ontleent aan wat, gegeven de uitslag van de verkiezingen, de beste uitkomst leek te bieden. Kortom, een gewoon parlementair meerderheidskabinet.

In politieke zin is de samenstelling van het kabinet wèl bijzonder. Sinds de invoering van het algemeen kiesrecht, nu driekwart eeuw geleden, hebben aan elk kabinet steeds tot een of meer christen-democratische partijen behorende ministers deelgenomen. Dat is even wennen. Het geeft ook interessante nieuwe accenten aan het beleid. Maar vanuit de beste tradities van de samenstellende delen van dit kabinet is de inzet en instelling van de nu aangetredenen om er zoveel mogelijk voor iedereen te zijn.

De wereld waarin het kabinet zijn opwachting maakt, is er niet overzichtelijker op geworden. Dat geldt als we op de positie van Nederland in de wereld letten. Het geldt nog sterker als we zien hoe de wereld in Nederland doordringt. Deze situatie stelt overheid en burgers voor een dubbele opgave. Om het tempo te kunnen bijhouden is vindingrijkheid nodig van mondige, weerbare burgers, die verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen keuzen. Naast een overheid die ruimte biedt aan die economische, sociale en culturele ondernemingslust, en daartoe stappen terugdoet in de lasten en de regels die ze oplegt en de zekerheden die zij verschaft. Dat is de ene kant. De andere kant is dat bij zoveel individuele vernieuwingsdrang het cement uit de samenleving dreigt te vallen. We moeten de band met het verleden vasthouden, en de band met elkaar. De weerbaren met de kwetsbaren. Er moet aandacht zijn voor continuïteit, voor saamhorigheid, voor solidariteit.

Om als samenleving verder te komen, zullen we een balans moeten vinden tussen deze twee vereisten. Om die spanning binnen de perken te houden is het noodzakelijk dat burgers de publieke zaak weer meer gaan zien als hun eigen zaak, dat de overheid zich openstelt voor de burgers, en uitdrukkelijk ook wordt ervaren als vàn de burgers.

Vrouwen zijn bezig hun achterstand op de arbeidsmarkt in te lopen. Samenwoningsvormen en leefstijlen worden pluriformer. Opvattingen over mannen- en vrouwenrollen worden minder star. Betaalde en onbetaalde arbeid zijn echter nog onevenredig verdeeld over mannen en vrouwen. Het kabinet wil op dit terrein concrete vorderingen maken. Individualisering en emancipatie zullen geleidelijk verder vorm krijgen zonder dat dit leidt tot grotere sociale ongelijkheid.

Succesvolle aanpak

Meer mensen aan het werk: dat is het sleutelwoord voor een succesvolle aanpak van de sociale en maatschappelijke kwesties die ik zojuist besprak. Betaalbare oudedagsvoorzieningen, inburgering van nieuwkomers, meer eenvoudig werk voor langdurig werklozen, kwaliteitsverbetering in de zorg en de veiligheid, meer en beter openbaar toezicht, economische zelfstandigheid voor mannen en vrouwen. De sleutel ligt bij werk, werk en nog eens werk. De hoge graad van inactiviteit van nu veroorzaakt veel te hoge maatschappelijke en financiële kosten. Als die vicieuze cirkel niet wordt doorbroken, kost dat concurrentiekracht en banen. Dan erodeert het stelsel van sociale bescherming voor wie daar dan echt op is aangewezen. Daarom zet het kabinet alles op alles om de arbeidsparticipatie, vooral in het onderste segment van de arbeidsmarkt, te verruimen.

Een goede kwaliteit van de leefomgeving is voorwaarde voor een duurzame samenleving. Dat geldt binnen Nederland, maar niet minder daarbuiten. De ruimte voor wonen, werken, natuur en infrastructuur zal zo moeten worden ingericht dat de aantrekkelijkheid en aantrekkingskracht van ons land wordt gewaarborgd. Op alle niveaus zal bij het maken van beleidskeuzen de ecologische invalshoek zwaar meewegen. De maatschappelijke kosten van milieubelastende activiteiten zullen beter in de prijs tot uitdrukking worden gebracht.

Het begrotingsbeleid van de regering is gebaseerd op voorzichtige veronderstellingen ten aanzien van de economische groei. Dat is solide; tegenvallers liggen dan minder voor de hand.

De keuze voor behoud en kwaliteit van essentiële overheidstaken en voorzieningen en waar nodig de versteviging daarvan, voor een gelijkmatige inkomensontwikkeling en voor ruimte voor ondersteunende lastenverlichting, maakt gericht maatregelen (bijvoorbeeld in de studiefinanciering en in de sfeer van VUT en wachtgelden) onontkoombaar. Hoe pijnlijk ook, maar niet onredelijk.

Nederland blijft zich inspannen voor vrede, veiligheid en welvaart in de wereld. Daarmee worden ook Nederlandse belangen en waarden gediend.

De Verenigde Naties ontwikkelen - met vallen en opstaan - een betere aanpak van vredeshandhaving en internationale hulpverlening. Dit is de hoofdweg naar de vestiging van een internationale rechtsorde. Het gaat niet alleen om optreden wanneer gewapende conflicten zijn uitgebroken, maar vooral om preventieve actie en het opbouwen van vredesstructuren. De VN doet in steeds sterkere mate een beroep op lidstaten om internationale vredesoperaties mogelijk te maken, met financiële en met militaire middelen. Naar de mate van onze mogelijkheden wil het kabinet zich daarvoor inspannen. Het wegvallen van de deling van Europa maakt het buitenlandse beleid rijker geschakeerd. Tijdens de Koude Oorlog nam de zorg voor onze militaire veiligheid in onze aandacht een centrale plaats in. Nu staan andere onderwerpen op een vergelijkbare wijze in het middelpunt: internationale economische samenwerking, hulp bij de opbouw van democratische en pluralistische samenlevingen, bevordering van regionale stabiliteit en bestrijding van chaos, ver gaande samenwerking bij grensoverschrijdende problemen als milieu, drugs, criminaliteit, bevolkingsgroei, migratie en wereldgezondheid.

De weg die de ontwikkelingssamenwerking is ingeslagen, illustreert de nieuwe trend. Naast het stimuleren van ontwikkeling, het bestrijden van armoede en het geven van noodhulp is er volop aandacht voor ecologische verduurzaming, voor stabiliteit en vrede, voor democratie en mensenrechten. Waar ontwikkelingssamenwerking wordt ingezet bij het bestrijden van wanorde, raakt zij meer dan ooit aan het buitenlandse beleid.

Integratie van buitenlands beleid en ontwikkelingssamenwerking zal een van de belangrijkste onderwerpen voor een nadere plaatsbepaling zijn (evenals de prioriteiten daarbinnen en de inzet van financiële middelen).

Het kabinet is van mening dat de internationale positie van Nederland opnieuw in perspectief moet worden gebracht. Doel van deze herijking is niet alleen de prioriteiten voor het buitenlandse beleid in brede zin opnieuw vast te stellen, maar evenzeer om de instrumenten van internationaal beleid in onderlinge samenhang toe te passen; zowel beleidsmatig en organisatorisch als financieel.

De minister van Buitenlandse Zaken zal deze herijkingsoperatie coördineren. Het ligt in het voornemen de uitkomsten hiervan in het beleid voor 1996 te verwerken.

In onderlinge samenhang gaat het om versterking van de Europese eenwording, bevordering van stabiliteit en ondersteuning van hervormingen in Midden- en Oost-Europa, bijdragen aan internationale activiteiten om wanorde te bestrijden, het verlichten van menselijk lijden, en deelneming aan een internationale aanpak van mondiale milieuproblemen. Ook de bevordering van een open systeem van internationale economische betrekkingen, waaraan meer en minder ontwikkelde landen op gelijke basis en met gelijke kansen kunnen deelnemen, wordt bij de herijking betrokken. Ook evaluatie van de ontwikkelingssamenwerking zelf zal een onderdeel zijn van deze integrale aanpak.

De krijgsmacht speelt in de huidige veiligheidssituatie een cruciale, zij het sterk gewijzigde rol. De herstructurering die door het vorige kabinet is ingezet, zal met kracht worden voortgezet. De Prioriteitennota, waarin de taken en omvang van de Koninklijke marine, landmacht en luchtmacht zijn uiteengezet, blijft richtsnoer. Natuurlijk is er een spanning ontstaan tussen de in de Prioriteitennota uiteengezette plannen en de beschikbare financiën. Ook van Defensie wordt een bijdrage gevraagd voor het oplossen van de algemene financiële problematiek. Randvoorwaarde is een verantwoorde uitvoering van de Prioriteitennota.

Omgangsvormen

De maatschappelijke ontwikkelingen vragen om een wijziging in de omgangsvormen binnen onze open constitutionele verhoudingen. Het gaat om enkele kernpunten in onze parlementaire democratie: politieke vernieuwing, collegiaal bestuur, dualisme en dienstbaarheid aan zelfstandige burgers die hun eigen verantwoordelijkheid zoveel mogelijk zelf kunnen invullen.

Besluiten dienen uiteindelijk ook naar hun inhoud in de arena van de openbare wisseling van argumenten tot stand te komen: zonder last en naar eer en geweten. Dat schept een zware verantwoordelijkheid, maar die wordt gedragen en gevoed door onze traditie van collegiaal bestuur. Collegialiteit wordt gedragen door vertrouwen en een open gedachtenwisseling tussen gelijken. Het nodige vertrouwen is ruimschoots aanwezig binnen het kabinet en ik verwacht dat de onderlinge samenwerking goed zal verlopen. Natuurlijk heeft de minister-president een bijzondere taak om die samenwerking te bevorderen, maar de eenheid van beleid zal vooral tot stand moeten komen in de raad van ministers.

Ook het dualisme vormt een kernpunt van onze benadering. Dualisme houdt in dat parlement en regering in open overleg tot overeenstemming proberen te komen. Het adagium 'de regering regeert en het parlement controleert' is uitgangspunt. Een strikte scheiding van de taken van regering en van parlement echter niet, ook al omdat ze tezamen de wetgever vormen.

Betrekken

De regering wil de burger nadrukkelijker betrekken bij de publieke zaak. Belangrijke middelen hiervoor zijn:

- de invoering van een correctief referendum; - onderzoek naar een wijziging van het kiesstelsel; - de vergroting van de invloed van de burger op de politieke machtsvorming.

Een ministeriële commissie zal hiertoe aan het werk gaan.

Veiligheid, betrouwbare wetgeving, rechtshandhaving en rechtsstaat zijn kernbegrippen in onze samenleving. Ten diepste gaat het telkens om de verwerkelijking van de grondrechten van de burgers, het waarborgen van hun fundamentele vrijheden en de bescherming tegen de aantasting van hun persoon en goed. De wijze waarop overheid en burgers in een gedeelde verantwoordelijkheid daadwerkelijk inhoud weten te geven aan deze begrippen bepaalt in hoge mate de kwaliteit van en het welbevinden in onze samenleving. Deze woorden mogen niet verhullen dat in de werkelijkheid van alledag veel menselijk leed, gevoelens van onlust en onveiligheid het leven van tal van burgers beheersen. Dat is de reden waarom het kabinet de nadruk legt op de betekenis van het integraal veiligheidsbeleid, in samenwerking tussen overheden, maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven en individuele burgers. Een ieder heeft een verantwoordelijkheid op dit terrein, van het voorkomen tot en met het bestrijden van onveiligheden.

Essentieel is de bijdrage van de politieorganisatie. De komende jaren zal het aantal agenten en politie-surveillanten worden uitgebreid. Dit komt vooral tegemoet aan de behoefte aan meer toezicht in velerlei vorm. Tevens wordt gewerkt aan een kwalitatieve versterking van de politie.

De organen en organisaties van rechtshandhaving- en criminaliteitbestrijding zijn voor een doelmatige en doeltreffende taakuitoefening onmisbaar. Dat geldt voor de politie en de gehele rechterlijke organisatie. In verband met zijn sleutelfunctie is een reorganisatie van het Openbaar Ministerie in lijn van de aanbevelingen van de commissie-Donner gewenst.

De aanpak van de georganiseerde criminaliteit zal worden geïntensiveerd. Er komt een landelijk rechercheteam dat als aparte eenheid zal worden ondergebracht bij het Korps Landelijke Politie Diensten onder beleidsverantwoordelijkheid van de minister van Justitie. Het accent in de werkzaamheden van het landelijke team zal vooral worden gelegd op financiële onderzoeken van misdaadsyndicaten en het afbreken van illegale financiële circuits. De rechtsstatelijke aspecten van het optreden tegen georganiseerde criminaliteit zullen nadrukkelijk aandacht krijgen.

Met ingang van 1 maart 1994 is een nieuw rechtsmiddelenstelsel in vreemdelingenzaken van kracht geworden. De ervaring met dat stelsel vormen onderdeel van een aan beide Kamers toegezegde evaluatie. Het uitgangspunt van de regering blijft dat de totale procedure zo kort mogelijk moet zijn. het stelsel zal ook moeten voldoen aan de eisen van rechtseenheid en rechtsbescherming. Aan de Hoge Raad zal advies worden gevraagd over de wenselijkheid van hoger beroep en zo ja, over de modaliteiten daarvan op basis waarvan zo nodig wetgeving tot stand kan komen.

De scholen krijgen meer vrijheid van handelen bij de uitvoering van primaire onderwijstaken. De kwaliteit van het leraarschap blijft hoofdzaak in het onderwijsbeleid. Omdat de schoolorganisatie meer mogelijkheden krijgt voor een eigen profiel, zullen de creativiteit en de professionaliteit van de schoolleiding en de leraar centraal staan.

Bij het voorgenomen beleid met betrekking tot hoger onderwijs en studiefinanciering wordt uitgegaan van de grondgedachte die ook herkenbaar is bij de sociale zekerheid en de volksgezondheid: een steeds groeiend financieel beslag maakt heroverweging van stelsels nodig.

Op de langere termijn zal de voorziene differentiatie in duur en aard van de opleidingen in het hoger onderwijs leiden tot een doelmatigereaanwending van middelen; niet zozeer doordat er minder studenten worden toegelaten, maar door een reductie in de gemiddelde studieduur.

De sterke toename van de aantallen studenten in het hoger onderwijs is gepaard gegaan met een steeds grotere behoefte aan differentiatie. Deze behoefte komt voort uit ambities en talenten van studerenden, evenals uit de maatschappelijke behoefte aan hoger opgeleiden. Uitgangspunt van het voorgenomen stelsel is de toengankelijkheid overeenkomstig ieders aanleg. Toekomstige studenten zullen soms meer, soms minder jaren, maar gemiddeld korter dan nu, gebruikmaken van het door de overheid bekostigde onderwijs. Dit zal het uiterste vragen van de betrokken studenten, universiteiten en hogescholen. De volgende elementen zullen een plaats moeten krijgen: de begrippen variëteit in de hogere opleidingen en de daaruit voortvloeiende differentiatie tussen de opleidingen, die gemeengoed zijn geworden; de behoefte aan selectiviteit in combinatie met meer variëteit: het 'eigen meesterschap' van de instellingen van hoger onderwijs, waarvan gebleken is dat het een solide basis biedt voor onderwijs van een goede kwaliteit; en ten slotte de succesvolle afstemming die tussen ons hoger onderwijs en dat van de ons omringende landen ontwikkeld is.

Versoberingen

In de studiefinanciering zijn in aansluiting op maatregelen van het vorige kabinet verdere versoberingen nodig. De toegankelijkheid zal worden gewaarborgd. Met ingang van augustus 1995 zal voor nieuwe studenten in het hoger onderwijs een prestatiebeurs worden ingevoerd. Deze prestatiebeurs wordt verstrekt voor een periode die gelijk is aan de cursusduur. Door middel van het auditorenfonds zullen voorkomende knelpunten worden opgelost.

De vorming van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen geeft een impuls aan de culturele educatie, zowel binnen het onderwijs als daarbuiten. Wetenschap en cultuur kunnen veel van elkaar leren over de condities die moeten worden gecreëerd om tot uitzonderlijke prestaties te komen. Ook zal het kunstonderwijs beter worden afgestemd op de mogelijkheden voor geschoold kunstzinnig talent in de toekomst. De regering heeft het voornemen het succes van het Deltaplan Cultuurbehoud voort te zetten en daaraan een vervolg te geven voor het onroerende erfgoed, in het bijzonder de monumentenzorg.

De aanbevelingen van de commissie-Welschen voor de ouderenzorg zullen in hoofdlijnen worden gevolgd. Belangrijk is het onderbrengen van de zorg in de bejaardenoorden in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en het realiseren van betere mogelijkheden voor zorg aan huis. Nog dit najaar zal een plan van aanpak aan de Kamer worden gezonden. De voorgenomen ombuigingen op de bejaardenoorden zijn geschrapt.

Zorg

In de afgelopen jaren is veel denkwerk over de zorg verricht. Gemeenschappelijke noemer is de overtuiging dat er een heroriëntatie moet komen. Een heroriëntatie waarbij de collectieve verantwoordelijkheid en de eigen verantwoordelijkheid van burgers, van aanbieders en van verzekeraars, elk afzonderlijk en in samenhang, worden herijkt.

De overheid blijft er verantwoordelijk voor het stelsel zo in te richten dat noodzakelijke zorg voor een ieder beschikbaar blijft. Dus moet worden gekozen welke zorg wettelijk gegarandeerd moet worden en welke zorg daarbuiten valt.

Dit zal worden vormgegeven door de particuliere ziektekostenverzekering en de ziekenfondsverzekering stapsgewijs naar elkaar te laten toegroeien. Hierin passen de aangekondigde stappen tot verkleining van de introductie van een verplicht eigen risico per hoofdverzekerde in de Ziekenfondswet. Dit eigen risico vervangt een aantal bestaande eigen bijdragen. Het beleid krijgt verder vorm door beperking van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten tot onder andere overzekerbare risico's en langdurige zorg.

Grote aandacht zal uitgaan naar een beheersbare kostenontwikkeling. Daarmee staat of valt de mate waarin recht zal kunnen worden gedaan aan belangrijke prioriteiten in het beleid.

Medisch-technologische ontwikkelingen plaatsen ons ook voor morele dilemma's. De afgelopen jaren hebben discussies splaatsgehad over o.a. orgaandonatie, experimenten met embryo's en medische beslissingen rond het levenseinde. Via zulke discussies verkennen wij de grenzen van de geneeskunde die wij in onze pluriforme samenleving wensen. Het kabinet zal die discussie blijven stimuleren en de conclusies - waar nodig - in adequate regelgeving laten neerslaan.

Het milieubeleid blijft een eigen bijdrage leveren aan een gezonde en duurzame leefomgeving. Door de Nationaal Milieubeleidsplannen een en twee is het beleid geleidelijk een vanzelfsprekend onderdeel geworden van het totale overheidsbeleid.

Beheersing van de mobiliteit is een wezenlijk aspect van het milieubeleid. Aan het beleid om het openbaar vervoer kwalitatief te verbeteren wordt vastgehouden. Daarvoor is het belangrijk dat het vervoeraanbod aansluit op de wensen van de reiziger. De regering is zich bewust van het bijzondere belang van een goede transport- en distributie-infrastructuur. Ondersteund door externe deskundigheid, zal worden nagegaan of er financierbare alternatieven voor de Betuwelijn zijn. Vervolgens zal er - in een afweging tussen baten en kosten, milieu en landschap en rekening houdend met andere prioriteiten in de sfeer van de grote infrastructuur - een definitieve beslissing genomen worden.

Meer mensen aan het werk: dat is de sleutel voor de oplossing van veel van de sociale problemen die ons land kent. Centrale opgave voor samenleving en regering is dan ook langs een veelheid van wegen meer werkgelegenheid te creëren.

Dat vraagt om economische structuurversterking en meer aandacht voor kwaliteit en kennisinfrastructuur. Dat vraagt eveneens matiging van arbeidskosten, ondersteund door lastenverlichting in met name het onderste segment van de arbeidsmarkt.

Er is echter veel meer voor nodig.

Door taakafsplitsing en het benutten van de ruimte tussen het wettelijke minimumloon en de laagste CAO-schalen kunnen sociale partners bijdragen aan meer werk. Door CAO's op dit onderdeel niet langer algemeen verbindend te verklaren wordt hieraan kracht bijgezet.

In de wet op het minimumloon zal de mogelijkheid worden opgenomen om, voor bepaalde sectoren en voor bepaalde tijd, minder dan het minimumloon te betalen, voor mensen die onvoldoende werkervaring hebben. Regelgeving op de arbeidsmarkt, zal, waar die in strijd komt met de werkgelegenheidsdoelstelling, kritisch worden herbeoordeeld.

Voor reeds langdurig inactieven is in het regeerakkoord de “sociale norm” aangekondigd: extra banen voor langdurig werklozen, waarover het kabinet met sociale partners afspraken wil maken.

Bij de behoedzame uitgangspunten met betrekking tot de economische groei en het voorgestelde beleid zullen tussen nu en 1998 ongeveer 350 000 mensen extra aan het werk kunnen gaan. Dat is nog niet voldoende, gelet op de omvang van de inactiviteit. Maar het vraagt tegelijkertijd veel van de samenleving. Wat betreft eigen inspanningen van burgers, bedrijven en bedrijfstakken. Maar ook wat betreft de bereidheid tot inkomensoffers.

Dit alles legt ook een zware verantwoordelijkheid op de schouders van de sociale partners. De Stichting van de Arbeid heeft laten blijken prioriteit te geven aan groei en werkgelegenheid. Het kabinet wil niets liever dan daarop inhaken. Het wil dan ook op korte termijn met de sociale partners overleggen over ieders verantwoordelijkheid in de komende jaren.

Het systeem van sociale zekerheid wordt verder aangepast aan de veranderende maatschappelijke werkelijkheid en aan gewijzigde inzichten. Zonder de hoogte en duur van de uitkeringen aan te tasten valt er nog veel te winnen door beleid en uitvoering sterker te richten op een actief volumebeleid.

Evenwicht

Het is nodig dat een nieuw evenwicht worden gevonden in de verdeling van verantwoordelijkheden. Uitgangspunt is hier dat er op zijn minst medeverantwoordelijkheid behoort te liggen op het niveau waar men het ontstaan en voortbestaan van een risico feitelijk kan beïnvloeden.

De toegang tot de werkloosheidswet wordt beperkt en het risico meer bij de bedrijfstak gelegd. Voorts wordt privatisering en marktwerking geïntroduceerd in de Ziektewet en premiedifferentiatie en marktwerking in de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering.

In de volksverzekeringen worden keuzes gemaakt waarbij wordt ingespeeld op de veranderde maatschappelijke werkelijkheid.

De regering is er zich van bewust dat het daarbij gaat om ingrijpende wijzigingen. Maar deze bieden tevens ruimte voor forse vermindering van de lasten op arbeid en bedrijf. Afgesproken is in de zomer van 1996 te bezien of de plannen voor de sociale zekerheid tijdig zullen zijn uitgevoerd.

Deze inspanningen, hoe noodzakelijk ook, geven onvoldoende antwoord op de vraag hoe wij er voor de langere termijn in kunnen slagen een goede sociale zekerheid vorm te geven. Daarover zal het kabinet grondig nadenken. Sociale zekerheid zal beter moeten gaan aansluiten op de sociale veranderingen door emancipatie en individualisering. Dat betekent minder collectieve regelingen voor dynamische zelfstandige mensen. Tegelijk zal sociale zekerheid moeten blijven bestaan om werknemers van wie meer flexibiliteit wordt verwacht, daartoe in staat te stellen en moet voor mensen voor wie geen andere mogelijkheid openstaat, blijvend sociale bescherming worden geboden.

Vanzelfsprekend is het behoud van voldoende draagvlak voor de financiering van het basispensioen, de AOW, uitgangspunt van de bezinning van het kabinet. Over deze vraagstukken zal de regering zich bij de begroting 1997 tot de Kamer richten.

Meneer de Voorzitter,

Onze verworvenheden zijn niet vanzelfsprekend. Daar is hard voor gewerkt en dat moet ook zo blijven. Nu de wereldeconomie de afgelopen jaren zoveel meer landen laat zien, die echt gaan meetellen, zal de concurrentie nog scherper worden.

We zullen nieuwe kansen alleen kunnen benutten als we daarvoor toegerust zijn. Niet alleen de kwaliteit van onze produkten is belangrijk, ook de prijs. De kosten van inactiviteit die zo zwaar wegen in de kostprijs van de Nederlandse produktie, moeten we stap voor stap verminderen.

Doen we dat niet, dan verliezen we onze sterke positie.

Op nog een ander punt heeft zich na de oorlog een opvallende ontwikkeling ten goede voorgedaan. Onze bevolking heeft de gelegenheid gekregen op zeer ruime schaal deel te nemen aan vele vormen van onderwijs. Het ontwikkelingspeil is spectaculair gestegen. Hand in hand daarmee is ook gegaan een toenemende zeggenschap over en inspraak bij zaken die de mensen rechtstreeks raken. Dat stelt hoge eisen aan allen die leiding geven of het nu is in het bedrijfsleven of in het openbaar bestuur. Met vallen en opstaan is dat besef doorgedrongen maar er valt op dit punt nog genoeg te verbeteren.

Er is helaas ook een kant van onze samenleving waar zich duidelijk een keer ten kwade heeft afgetekend. De veiligheid en de criminaliteit tonen een zorgwekkend beeld. De veelvormigheid ervan stelt de overheid voor grote problemen.

Het zwaarste verwijt dat een overheid echter kan treffen, is dat ze ernstig tekortschiet in de bescherming van mens, have en goed.

Het kabinet dat zich vandaag aan u presenteert, wil er naar streven het vertrouwen van de burgers in de politiek te versterken en de afstand tussen burgers en bestuur te verkleinen. De regering is bereid om eigen keuzen te maken en zal de eigen verantwoordelijkheid niet schuwen, maar zal tijdig over die keuzen met de volksvertegenwoordiging overleggen.

Een open houding zal er ook zijn ten opzichte van de samenleving, burgers en organisaties. Zo kunnen in samenspraak met volksvertegenwoordiging en maatschappij plannen worden bijgesteld en aangepast, indien dat wenselijk is.

Dit past in een samenleving van burgers die vanuit hun eigen verantwoordelijkheid oordelen en beoordelen, en ook op die eigen verantwoordelijkheid worden aangesproken.

Het doeltreffend en democratisch functioneren van het openbaar bestuur is een eis die de samenleving stelt: een samenleving die recht heeft op een bestuur dat zijn eigen kunnen niet overschat, maar dat zegt wat het doet en doet wat het zegt. Een bestuur dat bereid is in openheid en overleg het noodzakelijke tot stand te brengen.

Dit gaan we doen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden