Meer macht, minder werk, minder keus

Grote overnames vaak nadelig voor werknemers en consumenten

Bij de grote zakenbanken kunnen de vlaggen uit. Aandeelhouders kicken op hun koerswinst. Voor hen zijn de vele grote bedrijfsovernames dit jaar lucratief. Maar voor andere betrokkenen - werknemers, consumenten, de fiscus - zijn ze vaak minder prettig. Om niet te zeggen: nadelig.

Neem de overname van Allergan, maker van botox, door de Amerikaanse farmagigant Pfizer. In geld gemeten was het de grootste aankoop van 2015: circa 150 miljard euro. Feest was het bij de zakenbanken die de koop begeleidden en meer dan 1 miljard euro ontvingen voor hun werk. Lol hadden de aandeelhouders van Allergan die hun stukken in één klap 30 procent in waarde zagen stijgen door het bod van Pfizer.

Minder plezierig lijkt de toekomst voor een deel van de 108.000 personeelsleden die Pfizer en Allergan samen hebben. Pfizer doet om de zoveel jaar een grote overname. Als het bedrijf zijn patent op een of twee kaskrakers verliest, lijft het voor veel geld een branchegenoot in die wel over patentgerechtigde (en dus dure en winstgevende) medicijnen beschikt.

Vervolgens gaat het mes in het personeelsbestand. Tienduizenden mensen verloren de afgelopen jaren zo hun baan bij Pfizer en dat aantal zal na de overname van Allergan groter worden.

Ook bij de overnames van het Britse olie- en gasbedrijf BG door Shell en de fusie van Halliburton en Baker Hughes, twee grote dienstverleners aan de olie-industrie, gaan veel banen verloren. Bij Shell/BG zijn dat er zeker 2800, bij de twee oliedienstverleners waarschijnlijk meer.

Nadelig is de aankoop van Allergan ook voor de Amerikaanse fiscus. De deal is zo opgezet dat het officieel in Ierland gevestigde Allergan Pfizer overneemt. Daardoor is Pfizer opeens een Iers bedrijf geworden en betaalt het, tot verontwaardiging van veel Amerikaanse politici, veel minder belasting dan het als Amerikaans bedrijf deed. Andere bedrijven pasten die truc ook toe - Allergan zelf bijvoorbeeld.

Of klanten en consumenten baat hebben bij het overnamegeweld is twijfelachtig. Biermoloch AB Inbev zal na de overname van SABMiller (waarde circa 100 miljard euro) goed zijn voor ongeveer een derde van al het bier dat op de wereld wordt getapt of ontkurkt.

Na de overname zal AB Inbev stoppen met kleinere lokale biermerken, gaat het zijn grote bieren promoten en zal het zijn macht gebruiken om concurrenten van de markt te drukken. Dat doet AB Inbev altijd na een flinke overname.

Koffie is ook zo'n product van grote partijen. Nestlé (Nespresso, Nescafé) is al jaren de grootste, maar er is nu een tweede reus. Het Duitse investeringsfonds JAB van de steenrijke familie Reimann bouwde in twee jaar een koffie-imperium op.

Het kocht Douwe Egberts, daarna een belang in Mondelez (Jacobs) en schafte dit jaar voor 13 miljard euro een grote Amerikaanse koffiebrander aan. JAB's koffiehuis is nu bijna net zo groot als dat van Nestlé. Maar of de koffie er goedkoper van wordt? JAB heeft, tot plezier van de betrokken aandeelhouders, erg veel geld voor zijn aankopen neergeteld. Die kosten moeten toch echt worden terugverdiend.

Pfizers koopkoorts lijkt ook niet gericht op het beter bedienen van zieken, gehandicapten en ouderen. Bij de reorganisaties die het bedrijf na een grote aankoop doorvoert, worden de onderzoeksafdelingen meestal niet gespaard. Hoewel het bedrijf sinds het jaar 2000 een paar honderd miljard euro aan overnames besteedde, staat het nog altijd niet bekend als innovatief.

Niet voor niets constateerde NRC Handelsblad onlangs droogjes dat Pfizer beter is in overnemen dan in ondernemen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden