Meer luisterposten in het land

In een van de roerigste maanden van zijn carriére neemt Trouws hoofdredacteur Jaap de Berg afscheid van zijn krant. Hij heeft begrip voor de kritiek op de pers die wordt gelijkgeschakeld met de in Den Haag zittende machten. ,,Je kunt je afvragen of de krantenredacties de maatschappelijke en politieke constellatie van het moment weerspigelen.”

Co Welgraven

Niet eerder in zijn journalistieke carrière heeft Jaap de Berg zoveel kritiek op de media gehoord als de laatste weken rond de opkomst van en de moord op Pim Fortuyn. ,,Ik herinner mij de bouwvakkersrellen in 1966 tegen De Telegraaf, wij konden die met eigen ogen zien want de redactie van Trouw zat ertegenover op de Nieuwezijds Voorburgwal in Amsterdam. Er werd toen fysiek geweld gebruikt, tegen één dagblad. Maar nog nooit heb ik meegemaakt dat er op zo'n grote schaal onder de bevolking misnoegen leeft over de kranten, de pers in het algemeen.''

Een verklaring is volgens de scheidende hoofdredacteur dat een grote groep Nederlanders ontevreden is over alles wat een gevestigd instituut is. ,,En voor hen horen daar ook de media bij. Die groep, misschien wel vijftien procent van de bevolking, voelt zich al jaren achtergesteld, die zit in de hoek waar ellende heerst. Die mensen hebben zich altijd gedeisd gehouden, maar door Fortuyn hebben ze een stem gekregen. De pers wordt door hen gelijkgeschakeld met de in Den Haag zittende machten.''

Is de kritiek op de media terecht? De Berg: ,,Je kunt je afvragen of de krantenredacties de maatschappelijke en politieke constellatie van het moment weerspiegelen. Dat is niet een gedachte die opgekomen is na de dood van Fortuyn. Opzet en organisatie van de redacties zijn een erfenis uit de jaren zestig en zeventig. Het beeld van goedverdienende journalisten die in witte wijken wonen, ja, dat klopt vaak wel. Ik denk dat we goed aanvoelen van wat er in driekwart van de samenleving aan de hand is, maar bij dat laatste kwart laten we wel eens verstek gaan. Landelijke kranten doen weinig aan regionaal nieuws, dat is ook onvermijdelijk, maar je zou kunnen overwegen om her en der in Nederland wat meer luisterposten te hebben dan op het ogenblik.''

De redactie van Trouw neemt vandaag afscheid van Jaap de Berg (1938) die met vut gaat. Hij begon in 1956 als leerling-journalist bij de Rotterdamse redactie van deze krant en heeft sindsdien bijna alle functies bekleed die er in de journalistiek zijn; de laatste vier jaar was hij samen met Frits van Exter hoofdredacteur. Twee keer maakte hij een uitstapje naar het onderwijs, twee keer keerde hij weer terug. Als chefnacht (eindredacteur in de avonduren) voerde hij begin jaren zestig op zijn eentje de pagina-indeling in: binnenland, buitenland, economie, sport. Samen met art director Erik Terlouw ontwierp hij eind jaren negentig de huidige formule: een nieuwskatern, en een dagelijks achtergrondkatern, de Verdieping.

Een erudiete man, bedachtzaam, vriendelijk en toegankelijk, anglofiel en volbloedjournalist. Als geen ander kent De Berg de traditionele Trouw-lezer, hij komt uit die kring voort. Toen hij als zeventienjarige aantrad, maakte de krant deel uit van de gereformeerde antirevolutionaire zuil. De krant was besloten, truttig, saai, voorspelbaar. Nu is Trouw een open, pluriform en modern vormgegeven dagblad dat veel aandacht besteedt aan levensbeschouwing, onderwijs en zorg. De Berg: ,,De krant is veel autonomer geworden in de bepaling van haar ideologische, levensbeschouwelijke positie. Maar Trouw is nog steeds schatplichtig aan zijn erfenis. We zijn een dagblad, hoe individuele redacteuren er ook over mogen denken, dat in de joods-christelijke traditie staat. Ik denk dat dat ook van belang is omdat je toch als krant aansluiting moet zoeken bij een van de hoofdstromingen in de Nederlandse cultuur.''

De Berg heeft meer veranderingen meegemaakt. ,,Het journalistieke vak is sterk geprofessionaliseerd. Toen ik begon, waren er nog geen beroepsopleidingen. Een hbs-diploma volstond, mulo kon ook nog. Nu heeft vrijwel iedere redacteur de School voor de Journalistiek gevolgd of een academische opleiding gehad. De kwaliteit van de kranten, en zeker ook die van Trouw, is enorm verbeterd.''

Dat geldt ook voor de vormgeving. In 1956 was de krant niet om aan te pakken. Foto's waren het stiefkind en werden in grootte teruggebracht als er veel kopij was. Tegenwoordig is het beeld (foto's, illustraties, graphics) uiterst belangrijk.

Maar helaas, zegt De Berg: ,,De aandacht voor het taalgebruik heeft geen gelijke tred gehouden met de aandacht voor de uiterlijke verzorging. Als we de teksten zouden beoordelen met de criteria die we voor foto's en graphics aanleggen, zou de helft van de stukken niet onveranderd in de krant komen.'' De laatste jaren heeft hij de Trouw-redacteuren regelmatig via interne e-mails taaltips verstrekt. Ze waren niet bij iedere collega populair - sommige verslaggevers noemden het maken van een taalfout 'het uitlokken van een taaltip' - maar ze waren volgens De Berg hard nodig, want 'de minister voorspeld' is toch echt geen correct Nederlands. ,,Het vervelende is dat die fouten bij sommige lezers de indruk wekken dat de omgang van de betrokken journalist met de feiten ook wel niet erg te vertrouwen zal zijn. Wat overigens meestal onzin is.''

In zijn loopbaan bij Trouw heeft De Berg de oplage van de krant voortdurend zien afkalven. Maar de laatste jaren zit er een groei in. Dat is opmerkelijk want de dagbladsector heeft te kampen met een krimpende markt. Het succes is deels te verklaren uit de 'tweedeling', het opdelen in twee katernen. Volgens de jongste cijfers, juist deze week gepubliceerd, zit Trouw op een oplage van ruim 128 000 exemplaren, terwijl die jarenlang rond de grens van honderdduizend heeft geschommeld.

Volgens De Berg zit er nog meer in: ,,Ik denk dat met het specifieke karakter van Trouw - de menselijke aanpak, meer belangstelling dan andere kranten voor religie en levensbeschouwing, voor ethische vragen - er toch zeker ruimte moet zijn voor een aantal van boven de 150 000 abonnees.'' Maar het zal lastig zijn de nieuwe lezers vast te houden: ,,Abonnees die er de laatste jaren bij zijn gekomen, zijn veel minder honkvast dan die er veertig jaar geleden bij kwamen. De graascultuur is enorm toegenomen, dat zie je ook bij de verkiezingen.''

Een gevaar is ook de ontlezing in Nederland die niet te stoppen lijkt. De Berg: ,,Er zijn twee verschijnselen die me zorgen baren. Er zijn tweeverdieners die gewoon geen tijd hebben om 's morgens de krant te lezen en die daardoor hun kinderen de ervaring ontnemen van de dagelijkse krant in de bus. Dus die routine, de krant die bij het begin van de dag hoort, verdwijnt in die gezinnen. M'n tweede zorg is dat ik nogal wat jongeren zie, studenten en mensen die net zijn afgestudeerd, die Metro of Spits in de trein lezen, 's avonds naar het Journaal kijken en nog even naar 'Netwerk' of 'Nova', en die denken: 'ik ben wel voldoende ingelicht'. Dus ik verwacht dat het publiek voor de landelijke kranten gestaag zal afnemen de komende jaren. Ik zag van de week in NRC Handelsblad het woord 'vechtmarkt' staan, ik denk dat dat het wordt. Wat dat betreft mogen we blij zijn dat de meeste kranten in één concern zitten, PCM, want dan is er nog tenminste van boven de prikkel om al te veel bloedvergieten te voorkomen.''

Als De Berg niet met vut was gegaan, had hij nog wel wat aan de krant willen veranderen: ,,We maken een product waarvan de meerderheid van de lezers hooguit een kwart gebruikt terwijl ze het volle pond moeten betalen. Dat is heel vreemd. Helaas is het publiek zo gevarieerd dat het, overdreven gezegd, allemaal verschillende kwarten zijn. Met verfijnde onderzoeksmethoden zou je moeten nagaan in hoeverre verschillende pagina's en rubrieken gelezen worden, en of artikelen ook helemaal worden uitgelezen. Als je dat eens heel grondig bekijkt, heb je een aardige richtingwijzer om je energie en kwaliteit als redactie beter in te zetten.''

De Berg verwacht niet dat internet de krant overbodig maakt: ,,Nederlanders zijn conservatief. Ook al komen er technologische manieren om snel van de essentie van het nieuws kennis te nemen, ik denk toch dat de grote meerderheid van de mensen de eerste twintig jaar, verder kun je niet vooruitzien, nog altijd prijs zal stellen op een krant, een samenvatting van het nieuws met toelichting, die ze overal naar toe kunnen nemen, aan het ontbijt, in bed, in de trein. Ik zie mensen niet met een laptop in bed gaan liggen. Bovendien: het aardige van een krant is dat je er niet alleen dingen in vindt die je graag wilt weten maar ook dingen waarvan je niet wist dat je ze graag wilde weten. Het kost veel meer moeite om dat op internet te ontdekken. Je laat je door een krant verrassen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden