Meer landen moeten helpen bij de evacuatie van vluchtelingen uit Libië, zeggen de VN. Ook Nederland

Tijdens een bezoek van VN-secretaris-generaal Antonio Guterres aan het Ain Zar detentiecentrum in Tripoli vragen migranten om hulp van de VN. Beeld AFP

Italië heeft donderdag een groep van 149 mensen opgenomen die in detentiecentra in Libië tussen de gevechten vastzaten. Meer Europese landen moeten helpen bij de evacuatie, zeggen de Verenigde Naties, ook Nederland. 

Ze waren vooral opgelucht, beschrijft Frederico Fossi de stemming onder de 149 vluchtelingen en migranten die donderdag op het vliegveld van Rome aankwamen. De woordvoerder van de UNHCR wachtte hen op.

“Sommigen moesten direct naar het ziekenhuis worden overgebracht, een aantal was duidelijk ondervoed.” Bijna de helft van de groep bestond uit minderjarigen – ook peuters en een maand oude baby –, tientallen van hen onbegeleid, vertelt Fossi. Ze komen onder meer uit Eritrea, Somalië, Soedan en Ethiopië.

Frontlinie

De migranten zijn bevrijd uit detentiecentra in Tripoli die in de buurt van de frontlinie in de Libische hoofdstad staan. Sinds twee maanden probeert krijgsheer Khalifa Haftar de door de VN erkende regering in Tripoli omver te werpen. “De gevechten breiden zich snel uit”, zegt Fossi.

“De vluchtelingen die vastzitten, kunnen de gevechten horen en zijn doodsbang.” Ongeveer 3000 migranten en vluchtelingen zitten momenteel nog in die benarde situatie.

Na lang onderhandelen met de Libische autoriteiten hebben de VN een speciaal verzamel- en vertrekcentrum weten op te richten in een relatief veilig deel van de stad. Daar worden de mensen die de VN uit de detentiecentra weten te bevrijden, opgevangen. “Het is de bedoeling dat ze hier hooguit een paar dagen blijven”, aldus Fossi. “Op dit moment zitten er nog 640 mensen.”

Vandaaruit worden ze naar het vliegveld van Misrata gebracht – het vliegveld van Tripoli is te gevaarlijk – en vervolgens het onrustige Libië uitgevlogen. Waarnaartoe hangt af van verschillende factoren.

“Een van de opties is dat een Europees land aanbiedt een groep direct op te vangen. Tot nu toe is alleen Italië daartoe bereid gebleken”, zegt Fossi. In april verwelkomde het land ook al 150 vluchtelingen die uit de detentiecentra waren bevrijd.

Transitcentrum

Een andere mogelijkheid is dat de migranten en vluchtelingen naar het Roemeense Timisoara worden gevlogen. Daar staat sinds tien jaar een ­zogeheten transitcentrum voor vluchtelingen die onmiddellijk een veilige plek nodig hebben.

Ook deze opvang is tijdelijk, andere Europese landen moeten de vluchtelingen vervolgens hervestigen. Afgelopen week werden 62 mensen uit Tripoli naar Timisoara overgebracht, zij zullen in een later stadium doorreizen naar Noorwegen.

Het West-Afrikaanse Niger ten slotte herbergt sinds eind 2017 – toen de UNHCR begon met het evacueren van de meest kwetsbare migranten en vluchtelingen uit Libië – een centrum waar in totaal al bijna 2800 mensen werden opgevangen en vandaaruit naar andere landen (onder meer naar Nederland) werden overgebracht.

Doorstroom

Het evacuatieprogramma dat zo al met al van de grond is gekomen, staat of valt met de doorstroom van vluchtelingen naar Europese landen, legt Fossi uit. “Als het ergens stokt, stopt het hele proces. Als Europese lidstaten bijvoorbeeld geen vluchtelingen ­accepteren, kan het centrum in Niger geen mensen meer uit Libië ont­vangen.” Het verzamel- en vertrekcentrum in Tripoli heeft dan geen plek meer te bieden aan mensen die de VN uit de detentiecentra bevrijden.

Maar zelfs als het evacuatieprogramma als een geoliede machine loopt, zijn de uitdagingen groot. Want terwijl de VN met man en macht proberen de vluchtelingen en migranten die in Tripoli vast zijn komen te zitten in veiligheid te brengen, gebeurt aan de kust het omgekeerde. De Libische kustwacht stuurt namelijk nog altijd mensen die de oversteek naar Europa proberen te wagen terug naar Libië, en krijgt daarbij steun van dezelfde Europese Unie die nu door de VN wordt opgeroepen te helpen bij de evacuatie. 

Nederland moet steentje bijdragen

De oproep van de Verenigde Naties te helpen bij de evacuatie van migranten en vluchtelingen die in Libië tussen de gevechten vast zijn komen te zitten, is ook in Nederland doorgedrongen. Vier partijen in de Tweede Kamer, uit zowel de coalitie als de oppositie (D66, ChristenUnie, SP, PvdA en GroenLinks), doen een oproep aan het kabinet ook een steentje bij te dragen.

Bram van Ojik (GroenLinks) pleit ervoor om in een eenmalige humanitaire operatie zo’n 150 tot 200 mensen naar Nederland te halen. Daartoe zou Nederland volgens hem eenmalig het hervestigingsprogramma – waarbij jaarlijks 500 meest kwetsbare vluchtelingen worden opgenomen – kunnen uitbreiden.

Van Ojik: “Sommige van die vluchtelingenkampen zijn in de frontlinie komen te liggen. Een extra reden om te zeggen: haal die mensen daar weg.” Dat twee regeringspartijen de oproep steunen, vergroot volgens hem de kans dat het kabinet er positief op zal reageren.

Lees ook: 

De situatie in Libië wordt nu echt nijpend

De situatie in Libië wordt nu echt nijpend. Stabiliteit in Libië was al ver te zoeken, maar volgens de VN begint de situatie nu echt nijpend te worden. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden