Meer kleur graag!

Terwijl veel gebouwen grijs en bruin zijn, koos architect Van Berkel bij het Agora Theater in Lelystad voor een knaloranje buitenkant. (FOTO UN STUDIO)

Nederlanders vinden de steden te grauw. Volgens architect Ben van Berkel lijkt er wel een taboe te heersen op gevels zonder bruin.

De Nederlandse steden worden steeds valer van kleur. Veel gebouwen zijn grijs en bruin en wat er wordt bijgebouwd, krijgt meestal ook zo’n neutrale kleur waaraan opdrachtgever of architect zich geen buil kan vallen. „Er lijkt wel een taboe te heersen onder architecten op het gebruik van kleur in de gevels van gebouwen”, constateert Ben van Berkel, die samen met zijn echtgenote Caroline Bos het architectenbureau UN Studio leidt.

Van Berkel deed onderzoek naar de toepassing van kleur in architectuur en de stedelijke omgeving. Zijn bevindingen worden gesteund door een recente peiling waaruit blijkt dat ook het Nederlandse publiek de steden letterlijk te grijs en te bruin vindt. Bijna de helft (49 procent) van de 1200 ondervraagden wil meer kleurrijke gebouwen, terwijl 64 procent stelt dat steden aantrekkelijker worden als er meer kleur wordt gebruikt in de buitenruimte.

Ben van Berkel, die onder meer de (babyblauwe) Erasmusbrug in Rotterdam ontwierp, vreest dat de steden er de komende tijden alleen maar grauwer op zullen worden. „Als gevolg van de huidige economische situatie zullen opdrachtgevers en architecten nog sterker risicomijdend gedrag gaan vertonen dan ze al deden. Ten onrechte, vind ik, want juist in deze slechte tijden is het van groot belang om je te durven onderscheiden.”

UN Studio verrichtte de studie naar het kleurgebruik in opdracht van Akzo Nobel, de grootste verf- en coatingsproducent ter wereld. Dit bedrijf heeft er uiteraard alle belang bij als er in de stedenbouw meer aandacht zou komen voor de toepassing van kleur. Maar het Esthetisch Centrum van Akzo doet al veel langer onderzoek naar de effecten van kleurgebruik in relatie tot architectuur. Als resultaat daarvan werd enkele jaren geleden een speciale kleurenwaaier ontwikkeld met vijfenvijftig historisch geïnspireerde kleuren voor de monumentale binnenstad van Dordrecht.

Ook is de verfproducent betrokken bij de restauratie en verbouwing van het Rijksmuseum in Amsterdam, waarbij het oorspronkelijke ontwerp van architect Cuypers zoveel mogelijk in ere wordt hersteld. Voor de muurschilderingen en decoraties die in de loop der jaren bijna volledig wit gekwast waren, is een speciaal kleurenpalet ontwikkeld, gebaseerd op de oorspronkelijke kleuren, vertelt Anne van der Zwaag, die als kunsthistorica werkzaam is bij het Esthetisch Centrum.

„Onze studies zijn zeer divers. We werken voor steden, maar ook voor architecten en projectontwikkelaars. Onlangs hebben we voor een architect een collectie van dertig verschillende kleuren wit ontwikkeld. Daarnaast doen we onderzoek naar kleurperceptie: een bepaalde kleur wordt op een afstand van 10 cm heel anders ervaren dan van honderd meter. Ook kleurpsychologie, de effecten van kleuren op je geest en gevoel, is een belangrijk terrein. Welke kleur pas je toe in een ondergronds metrostation? Dat kan erg veel uitmaken voor de beleving van de veiligheid. Rood roept spanningen op. Geel is een warme, prettige kleur. Groen heeft een rustgevende werking.”

Akzo vroeg architect Ben van Berkel voor de studie naar de werking van kleur in steden, omdat in de ontwerpen van UN Studio altijd veel aandacht is voor kleur. De opdracht leidde ook min of meer tot zelfonderzoek, vertelt Caroline Bos. „Waarom vinden wij kleuren zo belangrijk? Omdat ze een gebouw een identiteit kunnen geven, maar ook de locatie kunnen bepalen.”

Door de eeuwen heen hebben kleuren altijd een rol gespeeld in de stedenbouw. Van Berkel: „Vroeger waren onze steden kleurrijker. Er was toen ook een visie op het gebruik van kleuren in steden. In de afgelopen eeuw is dat veranderd als gevolg van de industriële revolutie, die leidde tot een standaardisatie van de productie van bouwmaterialen. Die uniformiteit en herhaling van elementen hebben ertoe bijgedragen dat de meeste gebouwen grijs en bruin zijn en de moderne wijken van alle grote steden steeds meer op elkaar zijn gaan lijken.”

Maar dat is niet de enige oorzaak. Het ingetogen kleurgebruik in de twintigste eeuw heeft volgens Van Berkel ook te maken met de invloed van het modernisme in de architectuur. „De invloedrijke architect Le Corbusier had bijvoorbeeld een sterke voorkeur voor stralend witte gebouwen. Toen hij de eerste keer in New York was geweest, vroeg hij zich af waarom de hoge gebouwen daar niet allemaal wit waren. Er zijn natuurlijk altijd excentrieke architecten geweest die wel kozen voor kleur, maar die vertegenwoordigden niet de mainstream. Kleuren werden min of meer taboe, omdat je als architect daarmee sneller een emotionele waarde aangeeft en minder rationele waarde. Lijn prevaleerde boven kleur. Kleur wordt gezien als emotie, lijn als ratio. De architecten hebben dus ook zelf bijgedragen aan het vergrijzen van de steden.”

Zelf heeft Van Berkel het gebruik van opvallende kleuren nooit geschuwd. Hij kan zich nog goed de discussies herinneren over de kleur van de Erasmusbrug in Rotterdam. „Dat babyblauw hadden we niet zomaar bedacht, dat was gebaseerd op studies naar de impact die kleuren kunnen hebben. Babyblauw ligt niet voor de hand voor een brug. Waarom niet gewoon wit of grijs? Maar deze kleur moest het zijn omdat lichtblauw, veel sterker dan wit, de kleuren van de omgeving aanneemt. Afhankelijk van het licht en de wolkenluchten ziet de brug er elke dag weer anders uit.”

Met het Agora Theater in Lelystad (een knaloranje buitenkant en een hard roze interieur) maakte Van Berkel ook de tongen los. „Iedereen was en is het er over eens dat Lelystad een uitermate grijze stad is. Alleen daarom al kon de stad wel wat kleur gebruiken. Kleur kan dan werken als een stedelijke activator. Ik heb me bij de keuze voor oranje laten inspireren door de ondergaande zon in de omliggende polders, die zo fraai kan reflecteren in het IJsselmeer. Maar ik heb ook voor deze kleur gekozen, omdat mensen het prettig vinden om te kunnen wijzen naar zo’n gebouw. Het theater fungeert daardoor ook als als oriëntatiepunt.”

Dat laatste kan ook handig zijn in parkeergarages, vertelt Van Berkel, „omdat je daar vaak niet weet op welke verdieping je de auto hebt neergezet.” Maar ook op een grote meubelbeurs kunnen kleuren helpen bij het oriënteren. In Keulen liet hij verschillende kleuren tapijten neerleggen om beursgangers efficiënter rond te loodsen.

Het kan natuurlijk ook een maniertje worden. Gooi er als architect maar een heftig kleurtje tegenaan, en je bent verzekerd van veel discussie en aandacht. Maar zo werkt het niet, benadrukt Van Berkel. „Het gaat er niet om om steeds maar gekkere kleuren te bedenken of om een icoon neer te zetten. Kleur moet wel een functionele inhoud hebben voor de publieke ruimte. Daarbij kun je het begrip kleur ruim opvatten. Ik ben er bijvoorbeeld een groot voorstander van om elke straat ook zijn eigen begroeiing te geven, zodat je de uniformiteit van de moderne stadswijken doorbreekt. Meer kleur in de stad en elke straat zijn eigen boom.”

De Erasmusbrug in Rotterdam (Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden