Meer geld leidt tot minder prijzen

Verbeterde voorwaarden hebben in atletiek na 1992 geen olympische medailles opgeleverd

Tot de wereldkampioenschappen, in augustus in Moskou, blijft het topsportprogramma van de atletiekunie overeind. Daarna zal de korting op de topsportgelden van NOC-NSF voelbaar worden. Het is de vraag of dat de prestaties zal beïnvloeden.

Eind vorig jaar bleek dat ook atletiek slachtoffer is van de rigoureuze financiële herverdeling die Maurits Hendriks als technisch directeur van NOC-NSF heeft doorgevoerd. Het aantal topsportprogramma's is teruggebracht van 180 naar 55. Het grootste deel van het beschikbare geld gaat naar de acht sporten waarin de meeste olympische medailles zijn gewonnen.

Daar zit atletiek niet bij. Sinds 1980 waren daarin slechts drie prijzen te bejubelen. Gerard Nijboer won in 1980 zilver op de marathon; Ria Stalman produceerde vier jaar later mede dankzij de boycot van het Oostblok een gouden discusworp en in 1992 triomfeerde Ellen van Langen op de 800 meter. Aansprekende resultaten, maar in de berekeningen van Hendriks zijn ze vanwege schaarste en ouderdom verwaarloosbaar.

De atletiekunie stemde vorig jaar in met de herverdelingsplannen van Hendriks, maar had op een grotere bijdrage gerekend. Tot en met de Spelen van Rio was om 2.5 miljoen euro per jaar gevraagd, het werd 1.3 miljoen. Dat is drie ton minder dan in de aanloop naar Londen. Met name het stoppen van steun voor talentenprogramma's is als teleurstellend ervaren.

Volgens waarnemend technisch directeur Willem van de Worp wordt het gat tot en met de WK uit eigen middelen gedicht om atleten en coaches niet meteen in problemen te brengen. Daarna moet 2.3 ton worden bezuinigd. Dan moet een gat van een kwart miljoen op de begroting nog wel door een sponsor worden gedicht. Een coach moet worden ontslagen; voor een ander wordt een fulltime contract een parttime verbintenis. Op topsportondersteuning vanaf het bondsbureau wordt een fte bezuinigd en de bezetting van de technische leiding zal onder de loep worden genomen.

De atletiekunie kan fulltime programma's niet meer financieren. Zo is het nationaal trainingscentrum polsstokhoogspringen in Sittard na drie jaar al opgeheven. Slechts voor sprinters, meerkampers en de werpers Eric Cadée en Rutger Smith is subsidie van NOC-NSF beschikbaar.

De vraag is of de prestaties onder die bezuinigingen zullen lijden. "Waar atleten ambitie hebben, coaches zo gek zijn als een deur en er faciliteiten zijn, zal het goed blijven gaan", meent Van de Worp. Vorige week kwam voormalig verspringer Emiel Mellaard in Trouw tot de conclusie dat motivatie zwaarder weegt dan geld. Hij kan het weten, hij stamt uit de armere maar gouden generatie uit de jaren tachtig.

De laatste olympische successen werden geboekt in een tijd dat er geen sprake was van een gestructureerd topsportprogramma. Dat werd pas vanaf halverwege de jaren negentig serieus door NOC-NSF opgebouwd. Winnaars waren eenlingen die tegen de verdrukking in en vaak ondanks tegenwerking van hun bond op het podium kwamen. Er was een chronisch gebrek aan geld, faciliteiten en waardering. Wie destijds een baan of studie opofferde aan het onzekere leven van topsporter, werd voor gek versleten.

Die situatie is de afgelopen twintig jaar veranderd. Topsporter is een geaccepteerd beroep geworden, al schiet de honorering niet over. Buiten voetbal, wielrennen en schaatsen valt er voor het merendeel van de olympische A-sporters niet veel meer te verdienen dan onderdak en dagelijks belegd brood. Daar staat tegenover dat fulltime sportprogramma's volledige ontplooiing van talent mogelijk maakt. Vreemd genoeg heeft dat in atletiek niet geleid tot meer succes. Het tegendeel is waar. Verbeterde voorwaarden hebben na 1992 geen olympische prijs opgeleverd. Wie aan de vooravond van de vandaag beginnende EK indoor de ontwikkelingen sinds 1984 bekijkt, ziet dat grotere investeringen een averechts effect hebben.

Van 1984 tot en met 1994 ontwikkelde Nederland zich in dit specialisme tot een gerespecteerd bolwerk. Met vooral het binnen en buiten de baan explosieve fenomeen Nelli Cooman (zes Europese titels 60 meter) en de introvertere maar niet minder eigenzinnige middenafstandloopster Elly van Hulst (drie titels) werden in die periode dertien gouden, zeven zilveren en zes bronzen medailles gewonnen.

In die elf rijke jaren werden acht EK's gehouden, net zoveel als in de daaropvolgende zeventien jaar tot en met 2011. De score in die periode waarin de voorzieningen steeds beter werden: slechts twee titels (in 2007 voor Arnoud Okken en Gregory Sedoc), zes zilveren en zes bronzen medailles.

In Gothenburg verschijnen dertien Nederlanders aan de start. De hoop op een medaille is gevestigd op meerkamper Eelco Sintnicolaas. Hij is in Gothenburg de Nederlandse uitzondering.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden