Meer docenten, maar zijn ze wel bekwaam?

Op universiteit heeft minder dan helft een didactische aantekening

Het onderwijs op Nederlandse universiteiten moet kleinschaliger en beter. Minister Jet Bussemaker wil daarom dat er 1400 extra docenten op de universiteiten bijkomen. Maar leidt dat automatisch tot beter onderwijs? Op veel universiteiten heeft minder dan de helft van de docenten een cursus lesgeven gevolgd. En volgens een select aantal 'topdocenten' functioneert bijna een op de drie collega's slecht.

Het onderwijs is verwaarloosd, constateerden de universiteiten al in 2008. Wie carrière wilde maken op de universiteit moest goed zijn in wetenschappelijk onderzoek en veel publiceren, onderwijs was een 'moetje' dat onderzoekers er maar bij moesten doen. Daarbij kwam dat men geen opleiding hoefde te volgen om les te mogen geven aan de universiteit, zoals wel geldt voor leraren in het basis- en voortgezet onderwijs.

Zo kon het niet langer. De universiteiten spraken af dat hun docenten een 'basiskwalificatie onderwijs' (bko) moesten gaan halen: zij moesten didactische cursussen volgen en hun docentschap onderhouden. De instellingen maakten er zelfs prestatieafspraken over met de minister.

De verschillen zijn nog altijd groot. Op acht universiteiten heeft minder dan de helft van de docenten een didactische aantekening, op drie universiteiten is dat minder dan één op de drie, blijkt uit een overzicht van universiteitenvereniging VSNU. Alleen bij de Radboud Universiteit en de Universiteit Utrecht, heeft meer dan driekwart een aantekening.

Bovendien vragen critici zich af wat zo'n certificaat voorstelt: de inhoud van de cursussen verschilt per instelling. Op sommige universiteiten krijg je een didactische aantekening als je al een aantal jaren lesgeeft en kunt aantonen dat je ervaring hebt. Promovendi en ander personeel met een tijdelijk contract hoeven soms helemaal geen cursus te volgen.

Toch gaat het volgens universiteitenvereniging VSNU de goede kant op. "Er wordt hard aan de kwaliteit van het onderwijs gewerkt. Ja, er zijn verschillen tussen universiteiten. Maar het idee dat veel docenten onder de maat presteren is echt onzin."

Onderwijsadviseur Peter Langerak is kritischer. Hij ondervroeg de winnaars van de universitaire docent-van-het-jaar-verkiezingen. Deze veertien 'topdocenten' schatten dat 30 procent van hun collega's slecht functioneert. Hoe representatief is zijn onderzoek?

Langerak: "Dit is niet zomaar een groep. Deze docenten kennen de praktijk en hebben vaak jarenlange ervaring. Wat hen stuk voor stuk kenmerkte was de houding 'ik wil beter worden als docent en ik wil dat het onderwijs beter wordt'."

Dat laatste is waar het om draait, meent Rob Martens, hoogleraar docentprofessionalisering bij het Welten-instituut van de Open Universiteit. "Het gaat om een cultuurverandering, en die lijkt er langzaam te komen." Universiteiten rekenen onderzoekers niet meer alleen af op de hoeveelheid publicaties, maar kijken ook naar de maatschappelijke betekenis van hun werk en naar het onderwijs dat ze geven.

Of goed universitair onderwijs aan de hoeveelheid lesbevoegdheden is af te meten, betwijfelt hij. "Zo'n onderwijskwalificatie, werkt die? We weten het niet. We weten weinig over de kwaliteit van docenten op de universiteit. Voor dat soort onderzoek is nauwelijks budget. Goed docentschap ontstaat vooral als een faculteit het lesgeven serieus neemt en als docenten met elkaar evalueren."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden