Review

'Meer diplomaat dan heilige'Biografie over Willibrordus tast gangbare beeld aan

Laurent J. M. Nouwen: "Een heilige diplomaat of een diplomatieke heilige". Lannoo, Houten, 150 blz, f 19,90.

Laurent Nouwen, oud-hoogleraar notariaat en belastingrecht aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen, heeft een boek geschreven over Willibrord(us), de Angelsaksische monnik die tussen 690 en 740 een hoofdrol speelde in het proces van kerstening van onze lage landen, en die al tijdens zijn leven door het kerkvolk werd geeerd met de titel 'heilige'.

Willibrord: In een door onthistorisering en secularisering gebrandmerkte tijd als de onze vermag zijn naam, samen met die van de eveneens heilig genoemde Bonifatius, nog wel eens een vonk van herkenning te doen ontbranden bij de schaarse VWO-leerlingen die de geschiedenislessen niet uitsluitend misbruiken voor het voorbereiden van andere, 'nuttiger' vakken. Het vormt een vage echo van al het hagiografisch bazuingeschal dat in de loop der eeuwen weerklonk rond deze 'apostel en patroon van Nederland', wiens naam alleen al aan zeventig kerken is verbonden en rond wie het aantal mythen vele malen groter is dan het beschikbare historisch feitenmateriaal.

Zo is de meest contemporaine levensbeschrijving door Karel de Grote's 'minister van onderwijs' Alcuinius (735-804) op veel punten onbetrouwbaar, vermeldt de bekende historicus, tevens tijdgenoot, Beda hem slechts terloops, en zijn van Willibrords eigen hand alleen maar enkele notities bekend. Vandaar dat Nouwen, ex-columnist van De Gelderlander, De Stem en De Maasbode zijn boek heeft geschreven, teneinde de ware Willibrord te laten zien. "Voor zover dit mogelijk is tegen de achtergrond van zo weinig harde historische gegevens." Deze ontmythologisering slaat bij velen aan, getuige de tweede druk in amper vijf maanden tijd.

Het daarin geschetste leven van de Utrechtse aartsbisschop laat zich gemakkelijk samenvatten. Rond 658 geboren in het Engelse Northumberland werd hij, zes jaar oud, toevertrouwd aan de zorgen van de abt van het benedictijnenklooster Ripon bij York. Toen deze als gevolg van een kerkelijke ruzie verdreven werd, verhuisde Willibrord naar het Ierse klooster Rathmelsigi, waar de abt-bisschop zijn geestdrift wist op te wekken voor missionering onder de Friezen, een volk dat woonde tussen, ruwweg, de Schelde en de Wezer.

Met dat doel begaf Willibrord zich naar Noord-Nederland (690), kort nadat de Frankische hofmeier Pippijn II van Herstal, die als hoogste ambtenaar zijn vorst volkomen overvleugelde, de Friese koning Radboud had verslagen.

Pippijn wees Willibrord het gebied van de Friezen toe als missiegebied. De hofmeier besefte dat christianisering van het zojuist veroverde gebied de integratie ten goede kon komen. Willibrord ging eerst naar Rome waar hij paus Sergius I om bekrachtiging van zijn zending vroeg. In 695 wijdde de paus hem tot 'aartsbisschop van de Friezen'.

Teruggekeerd naar de Nederlanden bouwde Willibrord op een van Pippijn gekregen terrein een kerk, een klooster en een school, als basis voor zijn missieactiviteiten. Alles werd echter tenietgedaan toen Radboud na de dood van Pippijn (714) in opstand kwam, kerk en klooster verwoestte en Willibrord dwong naar het Luxemburgse Echternach uit te wijken. Pippijns opvolger Karel Martel heroverde al het gebied beneden de Zuiderzee en gaf hiermee Willibrord de gelegenheid in 722 naar het Utrechtse terug te keren.

Hij had intussen van Pippijn en andere adellijke heren uitgestrekte bezittingen, vooral in Brabant en Limburg, gekregen en was hierdoor in staat een stevige economische basis voor zijn missiewerk te leggen. Na bijna een halve eeuw actief te zijn geweest, niet alleen langs de westkust maar meer nog in het gebied beneden de Zuiderzee, had Willibrord een groot deel van Nederland tot het christendom bekeerd. Hij overleed op 7 november 739 in Echternach.

In zijn ruime, met regionale kunstwerken uiterst smaakvol ingerichte, villa aan de rand van het Limburgse Maasdorp Geysteren, bij Venray, vertelt Nouwen hoe hij er toe kwam zich uitgerekend met het leven van deze vroege middeleeuwer bezig te houden. Naast het feit dat men in dit deel van Nederland voortdurend aan de figuur van Willibrord wordt herinnerd ( "in ons dorp is zelfs de bejaardenvereniging naar hem vernoemd" ) speelde vooral een 'diepgeworteld' persoonlijk verlangen naar de-mystificatie een grote rol.

"Zowel bij mijn fiscaal-wetenschappelijke werk als later in de regionaalhistorische boeken die ik schreef, heb ik altijd een groot wantrouwen gekoesterd jegens alle geijkte antwoorden en gangbare meningen. Ik nam ze kritisch onder de loep. Alle loftuigingen aan het adres van Willibrord lokten wat mij betreft een soortgelijke houding uit. Ik vroeg me af: was de man wel zo heilig als de middeleeuwse verhalen en latere 'biografieen' ons willen doen geloven? Was hij, om het met de titel van mijn boek te zeggen, een heilige diplomaat of meer een diplomatieke heilige?"

Gevraagd naar het antwoord zegt Nouwen zonder aarzeling: "Willibrord is meer een diplomaat geweest. Als een van de grootste grondbezitters van het toenmalige Europa waaide hij zorgvuldig met de heersende machtswinden mee."

"Hierbij zag de aartsbisschop er geen been in vrienden te laten vallen als een baksteen. Zo zweeg Willibrord toen zijn trouwe metgezel Suitbert werd verbannen naar een eilandje in de Rijn omdat hij zich zonder instemming van Pippijn, maar op instigatie van Willibrord, tot bisschop had laten wijden. En na de dood van zijn beschermheer koos de Utrechtse aartsbisschop niet de zijde van diens weduwe Plectrudis die hem met enorme schenkingen had begiftigd, maar van haar kansrijker tegenstander Karel Martel, de zoon van Pippijns maitresse. Evenmin een moreel hoogstandje."

Ook Willibrords houding tegenover zijn nieuwe beschermer, Martel, getuigde volgens Nouwen van een weinig principiele houding. Nooit heeft hij een woord van protest laten horen tegen de kerkpolitiek van deze Gallische hofmeier. Martel zette Rome-getrouwe bisschoppen af en verving ze door eigen favorieten die vaak amper de latijnse mis konden lezen.

Wat Laurent Nouwen ook op de debetzijde van Willibrords morele boekhouding zet, is het feit dat de aartsbisschop nimmer ook maar een van de duizenden slaven die zijn uitgestrekte landgoederen bewerkten, de vrijheid heeft gegeven. "Hij liet, in de veilige 'zekerheid' dat God de standen had gewild en de mens hierin dient te berusten, alles bij het oude. Meer dan een povere aanmaning slaven barmhartig te behandelen kon er niet af. Wat dat betreft was St. Willibrordus bepaald geen sociale vernieuwer."

Hij was, aldus Nouwen, ook een echte potentaat, die geen mededingers dulde. "Vandaar dat het tussen Willibrordus en Bonifatius, een man van hetzelfde slag, niet boterde."

Toch is Nouwens eindoordeel positief. "Al was er geen sprake van diepte-kerstening (die kwam pas na zijn dood), dat neemt niet weg dat Willibrord als geen ander heeft bijgedragen tot de christianisering van onze streken. Daarbij lijkt hij met duidelijke systematiek te werk te zijn gegaan. Zo concentreerde hij het bekeringswerk op de hogere standen, in de terechte verwachting dat het lagere volk dan vanzelf zou volgen. Hij knoopte in zijn missiewerk aan bij bestaande heidense gebruiken en symbolen, wat de overgang tot het christendom voor velen vergemakkelijkte."

En: "Om indruk op de heidenen te maken omringde hij zich met ostentatieve weelde (prachtige gewaden, gouden kelken, mooi ingebonden boeken, imposante kerken en kloosters), waardoor Willibrord ook een forse bijdrage heeft geleverd aan de culturele ontwikkeling van de lage landen. Of hij een heilige was? Op zijn minst een uiterst gedreven man aan wie het westers christendom enorm veel te danken heeft."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden