Meer dan wandeltocht in spijkerbroek

Het kabinet-Rutte is dus vastbesloten de rit tot aan de Tweede Kamerverkiezingen in maart 2017 vol te maken. De wandeltocht in spijkerbroek die de kabinetsleden half augustus door de binnenstad van Delft maakten, moest die boodschap aan de natie overbrengen.

Een beetje overbodig, want het volmaken van de regeerperiode is in lijn met het strategische doel waarmee het kabinet in november 2012 aantrad. Dat doel was drieërlei: herstel van de stabiliteit in het landsbestuur, beëindiging van de polarisatie en het zoeken naar een nieuw evenwicht in het contract met de samenleving.

De verkiezingsuitslag zal over een half jaar duidelijk moeten maken in hoeverre deze missie is geslaagd. Het bereiken van de eindstreep mag in de Nederlandse politiek een tamelijk uitzonderlijk historisch feit opleveren, dat zegt nog niets over de electorale waardering.

Over het oordeel van de kiezers biedt de geschiedenis weinig houvast. De samenwerking tussen VVD en PvdA in het eerste kabinet-Kok leverde beide partijen winst op, de samenwerking in het tweede kabinet-Kok eindigde in een 'grote Kladderadatsch', die nog altijd sporen trekt in de politieke verhoudingen.

Rutte II heeft zeker een dienst bewezen aan de continuïteit van het landsbestuur. Dat is voor een groot deel te danken aan de coalitiepartijen en de duivelskunsten van de premier om de boel gaande te houden. Hij opereerde, in de woorden van de oude Donner, als "de crisismanager die rondgaat met het oliespuitje van vertrouwen om te voorkomen dat het 'onaanvaardbaar' valt". Maar het was ook te danken aan andere partijen in wat het grote midden is gaan lijken, voorop D66, ChristenUnie en SGP, later ook CDA en GroenLinks.

Dat kun je negatief uitleggen, in de zin dat de politiek één pot nat is en zelfs een voedingsbodem voor populisme. Je kunt het ook anders zien: als de bereidheid oude verschillen te overstijgen omwille van het grotere belang het land regeerbaar en de rechtsstaat intact te houden. In dat perspectief moet ook de samenwerking tussen VVD en PvdA door deze nieuwe bril worden bezien.

Het beëindigen van de polarisatie was als strategisch doel vermoedelijk te hoog gegrepen. Op dit punt geeft de geschiedenis enig houvast: de polarisatie tegen links en rechts duurde bijna een kwart eeuw, van de Nacht van Schmelzer in 1966 tot de coalitie van PvdA en CDA in het derde kabinet-Lubbers in 1989. Een geest die uit de fles is geroepen, krijg je er niet één, twee, drie weer in.

De ironie is dat het kabinet-Rutte II vanwege de verhoudingen in de senaat als een minderheidskabinet moest opereren, maar in wezen de uitdrukking was van een ferme meerderheidswil om die geest van polarisatie, obstructie en rechtsstatelijk vandalisme te weerstaan. In die nieuwe dynamiek is het minder relevant hoe breed straks de grondslag van een nieuw kabinet zal zijn.

Het opereren op basis van akkoorden met wisselende meerderheden is tamelijk vruchtbaar gebleken. Het biedt minder bestuurszekerheid, zoals de Raad van State dit voorjaar zorgelijk constateerde, maar die zekerheid boden ook de snel opeenvolgende meerderheidskabinetten in het eerste decennium van deze eeuw niet.

Dat is een reden te meer de vraag op te werpen of het straks in de formatie per se noodzakelijk is een meerpartijenkabinet samen te stellen. Den Haag heeft nu voldoende ervaring opgedaan met het Scandinavische model om, welbewust of noodgedwongen, op die lijn door te gaan.

Een parlementair meerderheidskabinet lijkt meer zekerheid te bieden, maar dat is schijn zoals de 'Italiaanse' reeks van kabinetscrises heeft aangetoond. Bovendien rijst de vraag of ook de senatoren van de coalitiepartijen zich bij voorbaat aan een regeerakkoord moeten committeren. Zou het die kant op gaan, dan kan dit huis van reflectie net zo goed worden opgeheven.

Of het tweede kabinet-Rutte heeft bijgedragen aan een nieuw evenwicht in het contract met de samenleving, is moeilijk te zeggen. Een van de eerste grondwetmakers, de Amerikaanse founding father John Adams, omschreef dat contract als 'een afspraak waarbij het gehele volk met elke burger, en elke burger met het gehele volk, overeenkomt dat allen zullen worden geregeerd door wetten die het algemene welzijn dienen'. Een lastige volzin, maar kortweg de uitdrukking van het basisvertrouwen als levensvoorwaarde voor een democratie.

De polarisatie die de populisten bedrijven zet die voorwaarde onder druk, omdat zij een deel van de burgers uitsluiten en geen boodschap hebben aan de parlementaire democratie. Dat is het wezenlijke verschil met de politieke polarisatie tussen links en rechts in de vorige eeuw.

De voor onnatuurlijk gehouden samenwerking tussen VVD en PvdA wordt in dat perspectief ineens begrijpelijk en, zoals de rondwandeling door Delft liet zien, zelfs natuurlijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden