Méér dan taal en rekenen

Taal en rekenen, daar moet het volgens het kabinet om draaien op basisscholen. Geen enkele school ontkent het belang van die vakken. Maar velen vinden die nadruk op taal en rekenen te eenzijdig. De weerstand groeit.

Basisschool de Notenkraker barst bijna uit haar voegen. Leerlingen rennen door de gangen, ouders verdringen zich in de lokalen om te zien wat hun kinderen aan muziek, dans of theater hebben voorbereid. 'Licht en donker' is het thema, bijna alle kinderen hebben zich daarom in witte en zwarte kleren gestoken.

In het blacklight van het discolokaal lichten de witte T-shirtjes van de kleuters fel op - de kinderen zijn bijna te opgewonden om mee te doen aan het dansje van juf Petra. Een verdieping hoger voeren leerlingen van groep 7 een 'schimmenspel' op. Verborgen achter een wit doek beelden ze het sprookje van Roodkapje uit, de lampen achter hen zorgen ervoor dat de toeschouwers alleen hun silhouetten zien. Klasgenoten kijken opgetogen en vol verwachting toe: straks mogen zij Sneeuwwitje doen, of Doornroosje.

De school in Amsterdam is een zogeheten kunstmagneetschool. Op haar zomerfeest, half juli, is te zien wat dat betekent. Rekenen en taal zijn op deze school niet het een en het al; naast de gewone vakken staan hier ook muziek, dans, theater en beeldende kunst op het lesrooster. De gedachte erachter is, stelt de schoolgids, dat "een kind dat zich op kunstzinnig gebied ontwikkelt meer kansen heeft in de maatschappij."

"Taal en rekenen vinden wij heel belangrijk", legt directeur Antoinette van Zalinge uit. "Maar er is méér belangrijk. Leren je te presenteren, leren applaus te krijgen als je iets durft, zelfvertrouwen en leerplezier ontwikkelen - dat doen we via de kunstvakken. We zetten kinderen in hun kracht, niemand hoeft hier met gebogen hoofd de school uit te gaan omdat 'ie iets niet kan."

De benadering van de Notenkraker spoort nauwelijks met het heersende kabinetsbeleid. Voor minister Van Bijsterveldt draait alles om rekenen en taal. Met die vakken heeft ze een doel voor ogen: de gemiddelde score op de cito-eindtoets moet omhoog van 535,4 naar 537. Die eindtoets wordt dan ook verplicht, en scholen die laag scoren bij rekenen en taal krijgen de onderwijsinspectie over de vloer. In de toekomst moet er trouwens ook een reken- en taaltoets komen voor kinderen die net aan school begonnen zijn.

Dit kabinetsbeleid heeft gevolgen. Om te voorkomen dat ze door de inspectie als zwak aangemerkt worden, zorgen scholen dat op z'n minst de resultaten op taal- en rekengebied in orde zijn. Desnoods ten koste van andere vakken, bleek afgelopen voorjaar uit een enquête van de Besturenraad, de vereniging van christelijke schoolbesturen.

"De nadruk op taal en rekenen heeft ontegenzeggelijk consequenties voor andere activiteiten", zegt een ondervraagde bestuurder. "Als ik moet schrappen in vakken, dan in elk geval niet in taal en rekenen." Een ander gaat een flinke stap verder: "Ik ben begonnen de extra activiteiten overboord te gooien. We besteden ook minder tijd aan vakken als wereldoriëntatie, verkeer en handvaardigheid."

Maar komt dat de kwaliteit van het onderwijs ten goede?

Veel scholen betwijfelen dat. Die nadruk op rekenen en taal is te eenzijdig, vinden zij, het onderwijs verschraalt erdoor en de manier waarop de inspectie de scholen erop afrekent, "leidt af van waar het werkelijk om gaat", zoals een van de ondervraagden het zegt: "Zorgen dat kinderen zich ontwikkelen."

De weerstand tegen het kabinetsbeleid groeit, stelt directeur Wim Kuiper van de Besturenraad. "Er zijn misschien best scholen met een iets te vrijblijvende sfeer", zegt hij, "Daar wordt iets te snel gedacht: 'Elk kind doet z'n best, dat moet genoeg zijn'. Het kan geen kwaad dat zulke scholen geprikkeld worden om na te gaan of hun resultaten niet beter kunnen. So far so good, daar is niemand tegen. Maar Van Bijsterveldt schiet door, vooral door het grote belang dat zij hecht aan toetsen."

De druk op scholen om goed te scoren op die toetsen is hoog, legt Kuiper uit, dus zetten ze alles op alles. Dat leidt tot ongewenste bijverschijnselen. Scholen zorgen bijvoorbeeld dat zwakkere leerlingen niet meedoen aan toetsen, zodat de gemiddelde scores omhoog gaan. Of ze laten kinderen met wie ze problemen verwachten niet toe op school. Kuiper: "Ik heb er geen harde bewijzen voor, maar het ligt zo zeer voor de hand dat het wel móet gebeuren."

De kritiek komt ook uit wetenschappelijke hoek. Alom bekend onder onderwijskundigen is bijvoorbeeld het verschijnsel teaching to the test: scholen geven vooral les in wat er in de toets aan de orde komt, en laten de rest voor wat het is. Zo bepaalt de toets dus de inhoud van het onderwijs in plaats van andersom, dat de toets meet of het onderwijs zijn doel bereikt heeft.

"Scholen vertonen strategisch gedrag", ziet ook Monique Volman, hoogleraar onderwijskunde aan de Universiteit van Amsterdam. "Ze gaan hun leerlingen trainen voor toetsen. Daardoor meet zo'n toets niet het resultaat van het onderwijs, maar het resultaat van het trainen voor de toets. Dat heeft weinig waarde: het brengt kinderen kennis bij die ze vaak snel weer kwijt zijn. Het is zweten, weten en vergeten."

"Leerprestaties zijn slechts de buitenkant van waar onderwijs voor is", vervolgt Volman. "Het draait op school om meer dan kennis, het gaat ook om wat je met die kennis doet. Om zelfvertrouwen, verantwoordelijkheid, creativiteit. Een kind leert niet begrijpend te lezen voor de toets, maar om de krant te kunnen lezen. Als je dat niet op waarde schat, krijg je een leeg soort leren, platgeslagen onderwijs."

Het moet op school niet uitsluitend draaien om hoge toetsscores bij rekenen en taal, concludeert Kuiper van de Besturenraad. "Want iemands talenten ontplooien is niet hetzelfde als zorgen voor hoge citoscores. En hoge scores betekenen niet per se dat alles oké is. De minister zegt steeds dat goede taal- en rekenprestaties nodig zijn voor Nederland om economisch te blijven meedoen. Maar zelfs als je strikt economisch kijkt, is dat quatsch. Daarvoor is meer nodig: culturele bagage, sociale vaardigheden, noem maar op."

Jawel, geeft Kuiper toe, Van Bijsterveldt herhaalt steeds dat de nadruk op taal en rekenen niet ten koste mag gaan van andere zaken. "Daarmee bewijst ze slechts lippendienst aan het belang van die andere vakken. Als je alleen voor rekenen en taal duidelijke doelen stelt en voor de rest niet, dan is de boodschap duidelijk."

Uiteindelijk keert de wal het schip, hoopt Kuiper. "Ik reken op de veerkracht van scholen. Het is lastig je te onttrekken aan de druk van het ministerie en de inspectie. Maar er lopen in het onderwijs bevlogen mensen rond. Die gaan gewoon door met wat zij belangrijk vinden, en dat is meer dan taal en rekenen."

Zoals de leerkrachten van de Notenkraker. "In het verleden vroeg een leraar nog wel eens: kan er geen dansles vervallen, want ik heb meer tijd nodig voor rekenen", vertelt directeur Van Zalinge. "Dat hoor ik tegenwoordig nooit meer. Ons hele lerarenteam ziet hoe belangrijk die kunstvakken zijn. Ik pieker er niet over om ermee te stoppen." Maar, beseft ze, "dat houden we alleen vol als we ons blijven bewijzen met prestaties bij rekenen en taal."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden