Meer dan poppetjes met grote ogen

Japanse strips - manga - en tekenfilms - anime - zijn ook in het Westen steeds populairder bij jongeren. In Japan zelf hoeft niemand meer overtuigd te worden van het belang van het getekende verhaal. Het staat simpelweg op dezelfde hoogte als televisie en de krant. Maar twee beroemde Japanse producenten maken zich desondanks zorgen over de toekomst.

Het voorhoofd van uitgever Takeyuki Matsutani toont een frons als hij vertelt bang te zijn dat zijn dochter te veel manga leest. Matsutani vindt: daar zou iedereen zich toch zorgen om maken? Er moet toch tijd overblijven om andere dingen te doen, boeken te lezen, te spelen met vriendinnetjes? Sommige manga zijn ook niet geschikt voor kinderen. Haar vader weet als directeur van het imposante manga-imperium Tezuka Productions als geen ander wat er in de wereld van het beeldverhaal te koop is. Maar zijn dochter trekt zich van zijn waarschuwingen weinig aan. Bovendien kan hij weinig doen om haar leesgedrag te sturen: manga is nu eenmaal overal.

De opvoedkundige dilemma's van Takeyuki Matsutani lijken op die van Nederlandse ouders rond het televisiekijken. De vragen zijn dezelfde: welke programma's mogen hun kinderen zien, welke niet? Tot hoe laat? Is het allemaal niet te gewelddadig? De vergelijking met televisie is voor niet-Japanners een goede manier om te begrijpen hoe manga zich tot de Japanse samenleving verhoudt: als een medium dat even alledaags als alomtegenwoordig is. Binnen dat medium is, net als bij televisie, een enorm aanbod van onderwerpen, niveaus en invalshoeken te onderscheiden.

Wie in Japan een kiosk binnenloopt, vindt er in de schappen meisjesmanga naast volwassenenmanga en stoere-jongensstrips naast manga waarin je leert tennissen of mahjong spelen. Sciencefiction ligt er naast historische samoerai-strips, bakvissenromantiek naast politieke manga over de bezwaren van de globalisering. En natuurlijk is er dat kleine hoekje waar in het Westen altijd over wordt gesproken als het over manga gaat: de gewelddadige en pornografische strips, die overigens in alle mogelijke genres en nuances worden aangeboden.

Ook de tekenstijlen en het artistieke niveau variëren per uitgave. Zeggen dat manga 'die poppetjes met die grote ronde ogen' zijn, is te simpel. Net als bij het tweelingbroertje anime (een Japans leenwoord, afgeleid van het Engelse animation, tekenfilm) is de diversiteit enorm, net als de kwaliteit van het aanbod. Dat kan ook niet anders als je bedenkt dat in sommige jaren per volwassen hoofd van de bevolking twaalf nieuwe titels het licht zien. De stripverhalen zijn vaak uitgaven van wel twee- tot driehonderd getekende pagina's dik.

Takeyuki Matsutani was afgelopen week in Amsterdam voor een lezing in het Rijksmuseum te Amsterdam. Zijn metgezel daarbij was iemand die in Japan de status van halfgod heeft: regisseur Shigeyuki Hayashi (62), beter bekend onder de naam Rintaro, waarmee hij zijn films signeert. Hij was de regisseur van vaak baanbrekende films als 'X/1999', 'Metropolis' en tal van televisieseries. Zijn status van halfgod heeft hij vanwege zijn jarenlange samenwerking met Osamu Tezuka, de in 1989 overleden vader van manga en anime.

Tezuka was de 'Japanse Walt Disney'. Hij bedacht in de jaren na de Tweede Wereldoorlog manieren om beeldverhalen meer leven en beweging te geven. Tot die tijd werden Japanse strips geschreven als bij ons Tom Poes: een lap tekst onder aan een liggende pagina, met daarboven een enkele tekening. Osamu Tezuka had goed gekeken naar Amerikaanse tekenfilms. Hij ontwikkelde een nieuw idioom waarin beweging de belangrijkste factor was. Tezuka verdeelde de tekst van een verhaal over tekstballonnen en de tekeningen - staand - in vijf of meer lagen over de pagina. De tekeningen kregen verschillende kaders en formaten. Zo ontwikkelde hij een dynamiek en ritme die voor de huidige tekenaars van manga en anime nog steeds een leidraad zijn.

,,Typisch Japans', vindt Rintaro het werk van de Japanse 'Disney'. ,,Als iets belangrijk is voor de Japanse manier van tekenen is het de aandacht voor het ritme en de details van de handeling. In films gaat dat zelfs op het niveau van een enkele filmseconde. Een filmer weet dat hij 24 beelden per seconde tot zijn beschikking heeft. Met minieme aanpassingen kun je een sterk ritmisch effect oproepen. Als ik een witte bal laat stuiteren in acht beeldjes, geeft het een enorme impact als ik in beeldje drie de bal rood kleur. Dat rood is op normale afspeelsnelheid niet waar te nemen, maar het geeft aan die bal nét die dynamiek die nodig is om de beweging krachtig te maken.'

De regisseur ziet zelfs overeenkomsten tussen de moderne Japanse strips en de klassieke Japanse theater- en schilderkunst. ,,In veel tekenfilm- en stripscènes telt het 'ritme van de hartslag': de afwisseling van een luide klop met stilte. Die hartenklop voel en zie je ook terugkomen in Kabuki- en No-theater: een lange stilte en weinig beweging en dan ineens een sterk gestileerde storm van vechtende of rennende mensen. Of denk aan de Japanse prenten, waarbij de verhoudingen van de compositie en ruimte ook vaak die 'stilte' tegenover de gestileerde beweging zetten. Als je dat soort dingen kunt zien in Japanse kunst, zul je de aantrekkingskracht van manga en anime ook beter begrijpen.'

In dat licht maken beide heren zich soms zorgen over de manga-industrie. De strips mogen dan tot in Europa populair zijn, het ontbreekt op dit moment aan voldoende mensen die naast het pure tekenwerk ook dit artistieke element voldoende aanvoelen. ,,Er zijn geen echte opvolgers van talentvolle mensen als Osamu Tezuka', zegt Matsutani. ,,De manga hebben misschien nog steeds de kracht van expressie, de energie. Maar er moeten wel mensen blijven komen die het artistieke talent, de creativiteit en fantasie hebben om het medium te laten werken. Meneer Tezuka heeft in zijn strips en tekenfilms zo ongelofelijk veel laten zien van de wereld. Hij wist beroepsgroepen uit te beelden, allerlei soorten mensen, hij tekende culturen, geschiedenis, de toekomst; zijn fantasie was werkelijk grenzeloos. Dat mis ik bij de huidige mangaschrijvers. Die gaan uit van de mode van de tijd. Er is niemand meer die met vernieuwende invalshoeken of onderwerpen komt.”

Manga was vijftig jaar lang de basis van de Japanse jongerencultuur, vertelt manga-uitgever Matsutani. ,,Een idee werd eerst uitgeprobeerd in manga, dan in anime en dan pas eventueel in een computerspel of een televisieserie. Nu zie je dat de computerindustrie het voortouw neemt. Daar werken de talentvolle jongeren. Als ik eerlijk ben, legt manga het tegenwoordig af tegen de computerindustrie.”

Rintaro knikt bij de woorden van zijn metgezel. Hij weet uit ervaring wat de digitale revolutie voor gevolgen kan hebben voor creatieve filmmakers. Rintaro: ,,Computers bieden aan creatieve mensen prachtige mogelijkheden. Met een klik van de muis roep je de meest prachtige dingen op. Maar ze hebben één groot nadeel. Ze spreken het voorstellingsvermogen helemaal niet aan; de beelden zijn al door de computer bedacht, niet door jou. Bij animatie is dat anders. De absolute basis van animatie is het menselijk vermogen te dromen, te verzinnen, met fantasie de wereld naar je hand te zetten. Daar is de menselijke verbeelding de maat. Het is de ruiter, niet het paard, dat moet bepalen waar het heen gaat.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden