Meer dan lonken naar Europa

Het vooroordeel wil dat Amerikaanse schilders uit de negentiende eeuw geen eigen stijl of thema hadden. Een tentoonstelling in het Van Gogh Museum laat zien dat ze wel degelijk een identiteit ontwikkelden.

Sinds hij in 1996 aantrad als directeur van het Van Goghmuseum wist John Leighton dat hij het Nederlandse publiek ooit iets van de Amerikaanse tijdgenoten van Vincent wilde laten zien.

Leighton: ,,Ik wilde iets laten zien van de wisselwerking tussen de Oude en de Nieuwe wereld in de negentiende eeuw. Als het ons in Europa uitkomt, halen wij naar hier graag werk van Copley, Whistler of Singer Sargent. Die hevelen we dan als het ware over naar de Europese traditie en daar blijft het bij. Ik wilde graag laten zien dat ook die Amerikanen die niet direct passen in het canon van bepalende, vernieuwende kunstenaars als Courbet, Monet, Manet en Czanne de moeite waard zijn.''

Een voorgenomen verbouwing in het Detroit Institute of Arts, in het bezit van een brede collectie van de Amerikaanse schilderkunst uit de periode 1770-1920, gaf Leighton de mogelijkheid zijn oude voornemen te verwezenlijken: ,,Aanvankelijk zou 'American Beauty' vorig jaar al naar Amsterdam komen in combinatie met 'The Photograph and the American Dream 1840-1940', maar dat lukte niet. Nu hebben we de collectie in huis met 'Fire and Ice', een kleine expositie over Frederick Church (1826-1900). Achteraf ben ik daar blij om, want deze twee sluiten samen beter aan bij het doel dat ik voor ogen had.''

Het probleem waarmee de Amerikaanse schilders in de negentiende eeuw worstelden was hun identiteit. Met name in de ogen van de Europeanen hadden ze geen thema en geen eigen stijl, althans niet een die hen van hun Engelse, Franse of Nederlandse voorbeelden kon onderscheiden. Leighton: ,,Voor een deel is het waar dat er in Amerika vooral naar Europa werd gekeken. Je ziet dat in alle genres terug.'' Wijzend op 'De kaartspelers' van Richard Woodville: ,,Dit huiselijke tafereel zou op het eerste gezicht zo in Duitsland gemaakt kunnen zijn. En kijk eens naar die vrouw'', zegt hij doelend op 'In het veld' van Eastman Johnson, ,,daar verraadt zich de Franse invloed''. Net als veel andere Amerikaanse schilders die vooruit wilden, kreeg Johnson zijn opleiding in Europa, waar hij niet alleen les in Parijs kreeg van Thomas Couture, maar ook een tijdje in Den Haag woonde en de invloed van Mesdag onderging.

Wie dus uitsluitend let op de Europese invloeden, zal snel bevestigd worden in het vooroordeel dat de Amerikaanse schilderkunst voor Edward Hopper weinig voorstelde. Maar dat is niet wat de tentoonstelling bijzonder maakt. De schoonheid ligt juist in het ontluikende tegendeel: wie door de Europese invloed heenkijkt, ziet hoe de Amerikaanse identiteit wel degelijk eigen gestalte krijgt. Twee thema's spelen daarbij een beslissende rol: de grootsheid van de natuur en de drang die wildernis (van oost naar west) te beschaven, en de Amerikaanse burgeroorlog (1860-65) plus de gevolgen daarvan voor Noord en Zuid en zwart en blank.

Is het interieur van de genoemde kaartspelers (ondanks een zwart jongetje in de hoek) nog heel Europees, het ernaast hangende portret van een banjospeler in een boerenschuur van William Sydney Mount is al ongekend Amerikaans. Hetzelfde geldt voor de beroemde kano met twee terugkerende stropers en een zwarte kat van Caleb Bingham, de peinzende soldaat aan het front van George Cochran Lambdin (1866) en Winslow Homer's zeer spannende schilderij uit 1864 waarin een rekruut van het Unieleger tijdens de Burgeroorlog de tegenstander uitdaagt op een heuvel bij Petersburg, Virginia. Onbeschermd zwaait hij in de lucht en iedereen voelt: die wordt zo neergeschoten. Wat je bij Homer ziet, is dat hij als geen ander het juiste moment kiest. Hij werkt bijna zoals een oorlogsfotograaf werkt of een filmmaker: hij bevriest de beweging zonder dat het verhaal stilgelegd wordt. Dat ultieme moment zie je overigens ook terug in de panorama's van Church. De dynamiek en kracht van de machtige natuur; de bergen, de watervallen, hij legt ze zo vast dat je ook daadwerkelijk overweldigd wordt.

Leighton: ,,Het begint met het landschap, het bijna sublieme landschap, zoals je dat terugziet bij Bierstadt, Heade en Church. Die hebben hun Europese basis van techniek gebruikt om hele nieuwe dingen te maken. Schilderijen die in hun opzet soms dicht in de buurt komen van de grens met de kitsch, soms bijna primitief of ouderwets, maar toch heel aantrekkelijk.''

Mooi is het om te zien hoe de Amerikaanse kunstenaar niet alleen op zoek, maar ook letterlijk op reis ging in zijn drang het eigene en/of wezenlijke van de kunst te ontdekken. Leighton: ,,Anders dan veel Europeanen die zich in de regel beperkten tot Duitsland, Frankrijk, Engeland en Italië hield voor hen de grens niet op bij Amerika. Ze trokken de hele wereld rond en heen en weer de Atlantische oceaan over. Het is een soort verkenning, een ontdekkingsreis. Het idee dat een kunstenaar uit Detroit zoals Gari Melchers overal naar toe reist en dan eindigt in Egmond aan Zee, is heel bijzonder.''

Bij anderen, zoals Church, reikten de grenzen verder. Hij ontdekt nieuwe gebieden zoals de Cariben (Jamaica), de Andes, het Midden-Oosten en de Noordpool. De reisdrang van Church valt samen met een periode waarin schrijvers, geleerden en reizigers als Melville, Darwin en Von Humboldt eropuit trokken om de onbekende grenzen van de wereld en het menselijk bestaan te ontdekken. In de bescheiden expositie 'Fire and Ice' wordt de fotoverzameling (met onder meer prachtige foto's van William Bradford en Eadward Muybridge) getoond die Church tijdens al zijn reizen opbouwde. En reis springt in het oog. Het is de tocht die de schilder in 1859 met zijn buurman en vriend Louis LeGrand Noble maakte naar de Noordpool. Voor Noble's verslag 'After Icebergs with a Painter' (1861) maakte Church (zonder overigens dat zijn naam in het boek vermeld werd) de illustraties. Wie de machtige ijsbergschilderijen van Church in al hun majesteit wil zien, moet daarvoor naar Dallas en Pittsburgh afreizen. Een gedachte toch die lange tijd geen Europeaan in z'n hoofd haalde als de negentiende eeuw ter sprake kwam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden