Meer dan een ding

'Dit huis is mijn hele leven mijn thuis geweest, zegt mijn vriend. Er is niks van over'

Het was een gewoon tegeltje, met rode kersen aan een tak, schrijft Harmen van Dijk. Maar het vertelt het verhaal van een vroeg overleden vader en hoe het verder ging met het gezin. Net zo belangrijk zijn de voorwerpen op de volgende pagina's. Op het oog niet heel bijzonder, en toch van grote waarde voor de eigenaar.

De kamer is leeg. "Hij heeft alles meegenomen", zegt mijn vriend. Zijn blik blijft rusten op de muur onder de thermostaat. "Het tegeltje is ook weg", zeg ik.

Een half jaar geleden was ik hier voor het laatst. Het was een week na de crematie van Nellie, mijn vriends moeder. Weer een half jaar daarvoor hadden we in deze kamer haar 78ste verjaardag gevierd. Ze zag er moe uit toen we afscheid namen. Grauw. Zo kenden we haar niet. Ze genoot altijd van verjaardagen en feesten. 'Ons Nellie' had het huis het liefst vol met familie en vrienden.

Die week ging ze toch maar eens naar de dokter. Ze bleek maagkanker te hebben.

Nu zijn al haar spullen verdwenen. De marmeren vloer, eigenlijk veel te chic voor de eenvoudige doorzonwoning, glanst in het binnenvallende zonlicht. De lege plek onder de thermostaat lijkt nog net iets leger dan de rest van de kamer. "Zelfs de spijker waaraan het tegeltje hing, is weg", zegt mijn vriend.

Het was zo'n typisch jaren zestig tegeltje, rechthoekig met een eenvoudige voorstelling erop - helderrode kersen aan een tak. Niets zeldzaams, op rommelmarkten zie je ze nog wel eens liggen. Maar mijn vriend kan zich de dag nog precies herinneren dat zijn vader het tegeltje kocht, al was hij toen pas drie jaar oud.

Zijn vader wist dat zijn lijf het elk moment kon begeven. Daar was niets aan te doen, hadden de doktoren gezegd. Die ochtend ging hij even naar het postkantoor. Nellie bleef thuis met hun twee zoontjes, drie en zeven jaar oud. Bezorgd was ze.

Na drie kwartier werd ze bang. Na een uur was ze in paniek. Ze zette de jongens op de fiets; de oudste achterop, de jongste in het zitje aan het stuur. Ze fietste zo hard ze kon naar het postkantoor. Gehaast zette ze de fiets, met de kinderen er nog op, tegen de gevel, en rende naar binnen. De fiets viel. Een voorbijganger raapte de kinderen van de stoep en bracht ze naar binnen. Daar probeerde de lokettist Nellie te kalmeren. Haar man was niet op het postkantoor, hij was er ook niet geweest. Ze moest maar naar huis gaan, zeiden de mannen. Haar echtgenoot zat daar waarschijnlijk al op haar te wachten.

Ze hadden gelijk. Haar man was inderdaad niet op het postkantoor geweest. Hij was op zoek gegaan naar een cadeau voor moederdag. Daar was hij nooit goed in geweest - cadeaus uitzoeken. Nu het toch geen verrassing meer was, gaf hij het pakje maar meteen aan zijn boze, opgeluchte vrouw.

Het was een tegeltje met rode kersen aan een tak.

Hij had niets anders kunnen verzinnen.

Zij was er blij mee.

Hij stierf nog voor moederdag.

"In het postkantoor werd ik op de balie gezet", zegt mijn vriend. "Ik weet nog precies hoe die man van het loket eruit zag. Ik weet ook nog dat mijn vader er was toen we thuiskwamen. Hoe hij eruit zag kan ik me niet herinneren. Ik weet alleen van foto's hoe hij eruitziet."

Het tegeltje werd opgehangen in de woonkamer, onder de thermostaat. Het bleef daar hangen toen er een nieuwe man in huis kwam; een weduwnaar met een puberzoon, die bij opa en oma in de straat woonden. Een lieve man die begreep dat hij de plaats van Nellies overleden man niet kon innemen. Zoals Nellie de plaats van zijn overleden vrouw niet kon innemen. Ze waren gelukkig met elkaar in de wetenschap dat hun grote liefdes er niet meer waren.

Hij hield zielsveel van haar kinderen, maar hij was niet hun vader. Zij was dol op zijn zoon, maar ze was niet zijn moeder.

"We deden allemaal ontzettend erg ons best. Omdat we blij waren met elkaar en allemaal wisten dat het niet vanzelfsprekend was, dat het zomaar voorbij kan zijn", zegt mijn vriend.

Nellie leefde volgens het principe: alles wat je vandaag kunt doen - en dan had ze het vooral over de leuke dingen - moet je niet uitstellen tot morgen.

Zo hoefden de jongens niet te eten wat ze niet lustten - desnoods kookte ze voor iedereen een aparte maaltijd. En als ze zin had in een nieuw interieur, dan kwamen er nieuwe meubels, frisse gordijnen en andere schilderijen. De kamer zag alle stijlen van de jaren zestig tot de jaren negentig aan zich voorbijtrekken.

Nellie hechtte niet aan spullen. Alleen het tegeltje bleef hangen.

Het duurde lang voordat de jongens uit huis gingen. Er kwamen kleinkinderen, opa en oma pasten op. Toen stierf ook Nellies tweede man. "Ons Nellie kon niet alleen zijn, ze was volledig in paniek", zegt mijn vriend.

Al snel - te snel, vonden sommigen - kwam er een nieuwe man over de vloer. Hij was een heel ander type. Een hoekige man die moeilijk praatte en snel ruzie kreeg.

Maar hij was stapelgek op Nellie, dat was wel duidelijk. En zij streek alles glad van wat hij in de war schopte.

Hij vond het niet prettig als Nellie praatte over de vader van haar kinderen - iets dat ze steeds vaker deed naarmate ze ouder werd. Ze liet zich door hem niet weerhouden, ze bleef vertellen. Ook het verhaal van het tegeltje, dat gewoon bleef hangen toen hij bij haar introk en er weer een compleet nieuw interieur kwam, en een nieuwe marmeren vloer.

Mijn vriend at elke week bij ze, maar de bezoeken vielen hem steeds zwaarder. Soms kreeg hij ruzie met de nieuwe man, meestal was er helemaal geen contact. "Hij staat een beetje tussen mij en ons Nellie in", zei mijn vriend vaak.

Op de crematie van Nellie leek het verdriet iedereen samen te brengen. Dat duurde een paar weken. Toen veranderde de nieuwe man de sloten en liet hij niemand meer binnen. Hij was woedend, op iedereen, ook op Nellie. Omdat de drie zoons het huis hadden geërfd.

Hij mocht er weliswaar blijven wonen zo lang hij wilde, maar dat was niet genoeg. Hij had spijt van de afspraken die ze samen hadden gemaakt bij de notaris. "Boos zijn is voor hem makkelijker dan verdriet hebben", zei mijn vriend. Hij voelde zich schuldig.

Nellie had hem vlak voor ze stierf gevraagd of hij een beetje voor haar vriend wilde zorgen. Dat had hij niet kunnen beloven.

Dan krijgt mijn vriends broer een telefoontje. Hij kan de sleutel komen halen. De nieuwe man gaat terug naar de stad waar hij vandaan komt. Als de broers de sleutel in ontvangst hebben genomen bellen ze ons op: we moeten niet schrikken als we het huis zien.

Er hangen nog een paar gordijnen. Op zolder vinden we wat oude slaapzakken, een stapeltje nietszeggende boeken. Zelfs de naaimachine is weg. "Dit huis is mijn hele leven mijn thuis geweest", zegt mijn vriend. "Er is niks van over. Ons Nellie is hier niet meer."

In de woonkamer kijken we naar de lege plek onder de thermostaat. "Misschien kunnen we het nog terughalen", opper ik. Mijn vriend schudt zijn hoofd. "Hij wist heel goed van wie dat tegeltje was. Hij heeft het vast expres in de kliko gegooid."

Ik knik. Ik zou willen zeggen: Het is maar een ding, de herinneringen kan hij niet afpakken.

Maar dat is niet waar.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden