Meer compassie graag

Er is niets mis met de uitvergroting van gevoelens, vindt Alain Platel. Ongegeneerd brengt hij danserslijven in stelling. (Trouw) Beeld
Er is niets mis met de uitvergroting van gevoelens, vindt Alain Platel. Ongegeneerd brengt hij danserslijven in stelling. (Trouw)

De afkeer die zijn dansers hebben van de verheerlijking van het lijden, bracht choreograaf Alain Platel zijn ’Pitié!’.

Een expliciete boodschap in zijn producties, daar heeft Alain Platel een broertje aan dood. Maar het feit dat je op de wereld wordt gezet met slechts een zekerheid, namelijk dat je weet dat je die wereld ooit zult moeten verlaten, dat is iets wat de Vlaamse choreograaf fascinerend blijft vinden. „En altijd maar blijven voortjakkeren met alleen die zekerheid. Wat een mens dan probeert, is het zinvol maken. Dat thema van zingeving is de laatste tijd heel prominent in mijn voorstellingen gekropen.”

De productie ’Pitié!’, door Platels gezelschap Les Ballets C. de la B. gepresenteerd in het Holland Festival, is een collage rond lijden, compassie en troost. Een bewerking van Bachs Matthüus Passie door de moderne componist Fabrizio Cassol leidt de tien dansers en drie zangers door dertien tableaus van ’menselijke existentie’, of zoals Platel zijn voorstelling graag omschrijft: „Een oproep tot medeleven; de zoektocht naar duidelijke tekenen van ons ’zijn’.”

De beroemde aria ’Erbarme dich’ is het muzikale hart van ’Pitié!’, volgens Platel de centrale boodschap van het passieverhaal: het smeken om mededogen, erbarmen, in het Frans pitié. Platel: „De roep om compassie is wat mij het meest aanspreekt in de Matthüus Passie. Dat thema leidt ons concreet naar het hier en nu. Hoe ga je om met je medemens? Hoe respecteer je die? Hoe zorg je dat je je naaste steunt? – vragen die in het repetitieproces altijd op de achtergrond meespeelden.”

Platel heeft sterk het gevoel dat het de wereld steeds meer aan compassie ontbreekt. „In politieke zin als ik kijk naar de manier waarop er politiek bedreven wordt – dat partijen aansturen op conflict, op escalatie: dan is het gebrek aan compassie heel gevaarlijk.” Maar ook op het persoonlijke vlak verdwijnt compassie stilaan uit ons leven, meent Platel. „Een kind moet snel volwassen worden, met veel dingen kunnen omgaan die heel complex zijn. Ik zie compassie dan ook als een vorm van steun; een beetje méér meevoelen zou al veel helpen. De voorstelling straalt dat hopelijk uit, dat mensen dingen herkennen: ’God, zoveel pitié dat ervan uitgaat!’.”

Alain Platel (Gent, 1956) maakte naam als maestro-eclecticus die dans, theater en muziek samensmeedt in meeslepende producties. Opgeleid als orthopedagoog vatte hij liefde voor de dans op, wat in 1984 leidde tot de oprichting van een gezelschap dat, met volle bombast, Les Ballets Contemporains de la Belgique wordt gedoopt, bedoeld als plaagstootje naar iets wat zijn anarchistische gezelschap nou net niet wil zijn: een keurige balletgroep.

Zijn dansers komen in die begintijd overal vandaan: professioneel naast amateur, kind naast bejaard, uit alle culturen en alle lagen van de samenleving, niet zelden rauw van de straat geplukt. Individuele ervaringen van deze performers vormen de grondstoffen voor Platels sociaal-bewuste theaterconcepten. Kwetsbaarheid en imperfectie zijn uitgangspunten voor vaak geestige, collageachtige dansstukken, gedreven door enorme levenslust.

„’Pitié!’ kan als kentering in mijn werk worden gezien”, erkent Alain Platel. „Zeker na ’Wolf’ (Holland Festival 2004, red.) had ik mijn punt rond de sociale en politieke context waarin een individu zich bevindt, nu wel gemaakt. Ik wilde het bestaan ruimer en existentiëler proberen te vatten. Dat werd ingezet met ’vsprs’, (Holland Festival 2006, red.) over extase en devotie op Monteverdi’s Mariavespers, maar de nieuwe richting is voor mijn gevoel nu in ’Pitié!’ ook solide in mijn danstaal verankerd.”

Gevoelens rond leven en dood zijn zo groot dat je ze niet zo maar even kunt samenvatten in een paar woorden, vindt Platel. Dans biedt die mogelijkheid volgens hem wel.

„Ik ben een bewegingstaal aan het ontwikkelen die het beschrijven van die grote gevoelens dicht nadert. Een dansvorm die, voortbouwend op de ervaring van ’vsprs’, zoekt naar de fysieke vertaling van te grote gevoelens en streeft naar iets wat het individuele overstijgt. Daarin ga ik ver. Ik ben steeds minder bang om beelden te gebruiken die heel pathetisch of hysterisch kunnen overkomen. Mensen doen doorgaans hun best die heftige uitingen van gevoelens onder controle te houden. De tegenstanders van deze voorstelling struikelen daar dan ook over: dat ’Pitié!’ zo heftig, zo groot en zo emotioneel is.”

Er is niets mis met die vergroting, vindt de choreograaf. Zo brengt hij in ’Pitié!’ sans gêne de danserslijven in stelling om tableaus te creëren die rechtstreeks refereren aan iconische opstandingwerken uit de cultuurgeschiedenis. Duidelijkheid is noodzakelijk in onze informatiemaatschappij, meent hij. „Computers, internet... de wereld is zo complex geworden dat het voor veel mensen moeilijk is om daar rust in te vinden.”

De chaos wordt in ’Pitié’ ook bezworen door de steeds terugkerende aanraking van de huid; het naakte vel wordt door de dansers welhaast wanhopig betast, al dan niet in explosieve omstrengeling met elkaar. Platel: „De worsteling van vlees ontstond in de repetities als zoeken naar bevestiging van het bestaan: we zijn er. Nu, vandaag.”

Zoals bij alle producties van Alain Platel ontstaat het materiaal in de studio, in alle rust. „Ik heb geen haast, ik kan goed wachten en kijken, gewoon maar kijken. Uiteindelijk komt in rust het mooiste tot stand. Ik probeer daarom een sfeer te creëren waarin men zich beschermd voelt, een sfeer van compassie.”

Het werkproces van ’Pitié’ begon met strijd. Een aantal dansers had met het verhaal geen binding, simpelweg omdat ze van continenten afkomstig zijn waar het Christusverhaal helemaal niet leeft.

Platel: „Het was spannend om te zien dat sommigen zich er direct door aangesproken voelden en anderen totaal niet, omdat ze bijvoorbeeld in een communistisch land als Vietnam zijn opgegroeid. Met die twee uitersten moest ik omgaan. Ik heb toen de vraag ’hoe verhoud je je ten opzichte van de muziek’ centraal gesteld.

Wat er toen gemeenschappelijk uit kwam: alle dansers konden er niet mee omgaan dat, zowel in het verhaal als in de muziek, het lijden zo wordt verheerlijkt. We zijn op deze aarde om goed en intens te lijden, en pas daarna verdienen we wat. De dans is ontstaan in opstand tegen die verheerlijking van het lijden. Die energie haalt dat ijle, het onwerkelijk verhevene, eruit.”

Bachs verheerlijking van het lijden is ook door componist Fabrizio Cassol naar een universeel plan getild. In zijn eclectische bewerking van de Matthüus Passion voor Aka Moon horen we naast klassiek, invloeden uit jazz, wereldmuziek en pop. Het ensemble speelt vanaf een verhoging die ’boven’ met ’beneden’ verbindt. Expliciet religieuze verwijzingen zijn er verder niet of het moet de eenvoudige houten tafel zijn waaraan de handeling zich deels voltrekt, refererend aan het Laatste Avondmaal.

De jonge Congolese countertenor Serge Kakudji vertolkt een zwarte Jezus, met aan zijn zijde twee Maria’s, onder wie ook een zwarte zangeres. Daarin komt toch de oude wereldverbeteraar Platel om de hoek kijken, ook al wil de choreograaf er beslist geen statement van maken. „Een gemixt ensemble is essentieel voor mijn werk, maar ik wil het er in tegenstelling tot vroeger niet meer echt over hebben. Ze komen uit alle windstreken, puur en alleen omdat ik het nodig vind te laten zien dat de wereld er nou eenmaal zo uitziet. Dit ís de toekomst, ook al menen veel mensen helaas nog steeds van niet.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden