aow

Meer betalen, later met pensioen: het blijft wringen

Kapster J. Billen vorig jaar in haar kapsalon in Hasselt. Ze was toen 77 jaar. Beeld Wanna Renata

Wie geboren is na december 1954 moet nog drie maanden langer doorwerken. Wie is daar blij mee?

Het voelt voor sommigen als een hardloopwedstrijd waarbij iemand telkens de eindstreep een stukje naar achter verplaatst. Weer moeten Nederlanders langer werken voordat zij AOW en pensioen krijgen. Dat terwijl 11 procent van de jongeren geen baan heeft. En jongeren die wel werk hebben, doen dat vaak op flexibele contracten met weinig zekerheid. Wie heeft er eigenlijk baat bij de verhoging van de AOW-leeftijd en welk probleem lost het op?

Probleem 1: Te weinig mensen om het werk te doen

Achteraf gezien begon het allemaal met een misverstand, zo stellig verwoord door TNT-topman Peter Bakker. "Er is werk voor iedereen", zei hij in 2008 bij de presentatie van zijn aanbevelingen voor de regering. Bakker was voorzitter van de commissie-Bakker, niet direct een naam waarbij iedereen opveert. Arbeidsmarktdeskundigen doen dat wel omdat deze commissie grote invloed heeft gehad op het beleid van de afgelopen jaren. De omgang met zzp'ers, alleen een uitkering als daar een tegenprestatie tegenover staat en de verhoging van de AOW-leeftijd zijn daar enkele voorbeelden van.

Hoe kwam de werkgroep van Peter Bakker erbij om ouderen na hun 65ste nog twee jaar langer te laten doorwerken? Dat had alles te maken met het toekomstbeeld uit die tijd. Men dacht dat er tot 2015 nog 600.000 banen bij zouden komen. Goed nieuws, maar niet als er net op dat moment grote groepen babyboomers met pensioen gaan. Na jarenlange groei van de beroepsbevolking begon het aantal werkenden te krimpen. En hoe. Tegen 2040 moet Nederland het werk met een miljoen mensen minder doen.

Dat betekent vacatures die open blijven staan, stijgende lonen en lagere winsten voor bedrijven. Een schrikbeeld voor werkgevers in de metaalsector en de bouw. In deze sectoren werken namelijk relatief veel ouderen waarvoor te weinig jonge vervangers klaar staan. Ook de zorgsector voorzag problemen. Door de vergrijzing zijn meer handen aan het bed nodig. De zorginstellingen spraken zelfs van een personeelstekort van een half miljoen mensen.

Waar kon Bakker die honderdduizenden extra arbeidskrachten vandaan halen? Bij de werklozen natuurlijk, maar ook bij ouderen. Als iedereen nu eens twee jaar langer doorwerkt, dan levert dat 400.000 extra arbeidskrachten op, zo berekende hij. En dus kwam hij met het plan de AOW-leeftijd te verhogen van 65 naar 67 jaar.

Een idioot idee, vonden vooral de werknemers. Pak eerst de arbeidsparticipatie onder 65 jaar maar eens aan, zeiden de vakbonden. Dat zeggen ze nog steeds, ook deze week weer bij de nieuwe verhoging van de AOW-leeftijd.

De verhoging speelde een grote rol in de verkiezingscampagne van 2010. De SP en PVV waren tegen. Voor Geert Wilders was het zelfs een breekpunt. Toch kwamen CDA, VVD met steun van gedoogpartij PVV tot een plan om de pensioenleeftijd te verhogen en deze te koppelen aan de stijgende levensverwachting. En ondanks het eerdere verzet, stonden ook de handtekeningen van FNV en CNV onder de plannen.

Makkelijk ging dat niet. De FNV ging er zelfs bijna aan ten onder. FNV-voorzitter Agnes Jongerius ging weliswaar akkoord met het plan, de FNV-leden wezen het massaal af. Het leidde tot een machtsstrijd waarbij de emoties zo hoog opliepen dat boze leden het FNV-gebouw bekladden. 'Verraders', zo stond op de muur.

Dat de bonden toch akkoord gingen, kwam onder meer omdat de minister Henk Kamp enkele toezeggingen had gedaan, bijvoorbeeld over de mogelijkheid van een flexibele AOW. Zo konden werknemers toch eerder stoppen met werken, maar dan wel tegen een iets lagere AOW-uitkering.

Uiteindelijk ging het plan niet door omdat het kabinet van VVD, CDA en gedoogpartij PVV viel. Toch moesten bewindslieden snel een begroting in elkaar knutselen. Dat lukte dankzij het Lenteakkoord, de gelegenheidscoalitie van VVD, CDA, D66, ChristenUnie en GroenLinks. Zij zorgden er in 2012 voor dat de ideeën toch in een wet werden vastgelegd. De wensen van de vakbonden sneuvelden.

Eindelijk was de verhoging erdoor, maar wie was er blij mee? De werkgevers hadden weinig trek om ouderen langer aan het werk te houden. Ze zijn te duur, te vaak ziek en staan niet open voor veranderingen. Het zijn vooroordelen waar nog altijd geen enkele stimuleringsmaatregel of voorlichtingscampagne tegen opgewassen is.

Werknemers zelf krijgen ook geen warm gevoel van langer doorwerken tot 67, 68 of zelfs nog langer. De bouwvakker, de ambulancebroeder, vuilnisman, leraar, vertegenwoordiger, wie blijft gemotiveerd tot de laatste dag als deze steeds verder opschuift? Wie is in staat om tot zijn 67ste zware fysieke arbeid te verrichten?

Langer doorwerken is alleen mogelijk als mensen langer arbeidsfit blijven. Zo ontstonden de programma's voor duurzame inzetbaarheid, met gezondheidsbeleid voor het personeel en scholingsprogramma's. Ook demotie waarbij werknemers tegen een lager salaris een andere functie krijgen hoort daarbij. Het voldoet niet aan het beeld dat veel werknemers hadden van hun laatste jaren in loondienst.

Fotoproject

'Vervaldatum', heet dit fotoproject van Wanna Renata (1966). Zij fotografeerde 53 mensen die bleven doorwerken na hun pensioenleeftijd. Daaronder zijn bekende Nederlanders als actrice Gerda Havertong en voormalig Belgisch politicus Willy Claes, en niet-bekende Nederlanders uit allerlei vakgebieden.

Met haar foto's wil Renata de dialoog stimuleren. Want waar sommigen misschien reikhalzend uitkijken naar hun pensioen, willen anderen - ook mensen die ze voor haar camera kreeg - graag door. Uit passie voor hun vak, of vanwege de sociale contacten. Wat zou het mooi zijn, denkt Renata, als al deze mensen hun leven kunnen inrichten zoals ze graag willen.

B. Pinckaerts vorig jaar in de koeling van zijn slagerij in Eijsden. Hij was toen 89 jaar. Beeld Wanna Renata

Probleem 2: De AOW wordt onbetaalbaar

Het Lenteakkoord werd gesloten in 2012, het jaar waarin de economische crisis het hardst toesloeg. De werkloosheid steeg, het nationale inkomen daalde, het begrotingstekort kwam uit boven de Europese norm van 3 procent. De bezuinigingen van het Lenteakkoord waren niet voldoende. Volgens premier Rutte leefde Nederland nog steeds op te grote voet.

De AOW bijvoorbeeld kostte in 2012 bijna 33 miljard euro. Anders dan bij de pensioenen, komt dat geld van de werkenden die premie betalen. Die premie kan niet oneindig omhoog. Dat is slecht voor de koopkracht, en juist daaraan had Nederland in 2012 veel behoefte. Daarom moest de AOW-leeftijd sneller omhoog dan eerder was afgesproken. Niet in 2023 naar 67 jaar, maar in 2021. Dat scheelt de staat 3,6 miljard euro. Protesten? Ze waren er nauwelijks. Er moest immers iets worden gedaan aan dat begrotingstekort, anders zou Brussel met straffen komen.

Het was niet alleen de boze blik vanuit Brussel waarom het kabinet-Rutte II de AOW-leeftijd versneld wilde verhogen. De balans tussen werkenden en AOW'ers dreigde verstoord te raken. In 2006 telde Nederland 2.600.000 AOW'ers. Dat was 31 procent van de beroepsbevolking, de groep die voor de premies opdraait. Dit jaar is het aantal AOW'ers gestegen naar 3.376.000, dat is 38 procent van de beroepsbevolking. Tegenover elke tien werkenden staan nu dus bijna vier AOW'ers. Dat kan in de toekomst zelfs oplopen naar vijf.

Om de kosten enigszins in bedwang te houden, is er een limiet op het gemiddeld aantal jaren dat Nederlanders AOW ontvangen. Die limiet ligt op achttien jaar. Maar 65-plussers van nu leven gemiddeld nog bijna 20 jaar en het CBS gaat ervan uit dat die levensverwachting in 2030 verder stijgt naar 21,5 jaar en in 2040 naar 22,8 jaar. Daarom, zo stelt het kabinet, is verhoging van de AOW-leeftijd onvermijdelijk.

Toch zijn er andere opties. De uitkeringen kunnen bijvoorbeeld omlaag, al is geen enkele politieke partij daar voor. Wel is er steun voor verlaging van de AOW-leeftijd. SP, PVV en 50Plus willen dat bijvoorbeeld. Maar de kosten zijn hoog; jaarlijks 12 miljard euro, zo berekende het CPB. En hoe meer ouderen, des te hoger dat bedrag wordt.

Dan is er nog de invoering van een flexibele AOW. De PvdA pleit hier bijvoorbeeld voor. Daarmee kunnen ouderen toch op hun 65ste stoppen met werken, maar wel tegen een lagere uitkering. In de praktijk zullen het vooral werkenden in beroepen met zware lichamelijke arbeid zijn die van deze regeling gebruik willen maken.

Er zijn overigens ook twijfels of de verhoging van de AOW-leeftijd wel echt de verwachte miljarden oplevert. Ondanks alle goede bedoelingen en plannen, heeft twee derde van de 60-plussers geen baan. De AOW-leeftijd verhogen heeft voor hen als enige effect dat zij langer in een andere uitkering zitten. En ook die komen uit de algemene middelen. Daarnaast zijn er nog de AOW-gaten waar bijvoorbeeld defensie mee te maken heeft. Militairen moeten op hun 55ste afzwaaien. Een overbruggingsregeling van tien jaar zorgt ervoor dat de oud-militairen toch hun inkomen behouden. Die overbrugging moet straks worden opgerekt tot twaalf jaar. Dat kost de staat honderden miljoenen euro's extra.

Naast de kosten voor de overheid zorgt de verhoging natuurlijk ook voor geldzorgen bij de ouderen zelf. Ondanks de programma's voor duurzame inzetbaarheid redt niet iedereen het tot zijn 67ste of later. Zij moeten die periode zien te overbruggen met minder geld. En als zij aanspraak maken op een flexibele AOW en de ouderdomsuitkering eerder willen ontvangen, werkt het lagere bedrag voor de rest van hun leven door in de koopkracht.

S. Blommers, kastelein in Amsterdam. De foto is gemaakt in haar café Rooie Nelis in 2014. Ze was toen 87 jaar. Beeld Wanna Renata

Probleem 3: Het pensioenstelsel gaat ten onder

Werknemers ontvangen niet alleen AOW, zij hebben ook voor hun pensioen gespaard bij pensioenfondsen. De belofte was dat ouderen na hun 65ste 70 procent van het eindloon of middelloon zouden ontvangen. Die belofte kunnen veel pensioenfondsen niet waarmaken. Tot woede van ouderen blijkt de toezegging veel te genereus. De financiële gezondheid van pensioenfondsen is zelfs zo zwak dat veel gepensioneerden elk jaar minder krijgen.

Dat heeft niets te maken met de AOW. De reden dat de fondsen te weinig geld aan beleggingen hebben uitstaan, zit vooral in de lage rentestand. Pensioenfondsen gebruiken die rente om hun toekomstige verplichtingen te berekenen. Hoe lager de rente, des te zwaarder deze verlichtingen wegen.

Wel is het zo dat AOW en aanvullend pensioen beide werken met de gemiddelde levensverwachting. Het ligt voor de hand dat ook pensioenfondsen over een paar jaar de pensioneringsdatum naar boven bijstellen. Dat gaat dan niet zoals bij de AOW in stappen van drie maanden, maar direct met een jaar.

In theorie geeft een hogere pensioenleeftijd wat meer lucht. De jongeren waarvoor het pensioenfonds nieuwe regelingen inkoopt, hebben immers meer tijd om kapitaal op te bouwen. De premie zou dus omlaag kunnen, iets dat ook gebeurde toen de pensioenleeftijd van 65 naar 67 ging. Toch is dat gezien de huidige financiële staat van de fondsen onwaarschijnlijk. Niet voor niets hebben diverse fondsen deze week aangekondigd juist meer premiegeld te willen innen. Meer betalen, later met pensioen. Het is een boodschap die blijft wringen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden