Meer ambitie bij slavernijverleden

Het is geen gemakkelijke boodschap die Antoin Deul woensdag afgaf. De voorzitter van NiNsee, het kenniscentrum dat de jaarlijkse slavernijherdenking organiseert, constateerde in een interview in de Verdieping dat de herdenking onder Nederlanders nauwelijks leeft. Volgens hem wordt de koloniale geschiedenis als een voetnoot behandeld bij de vaderlandse geschiedenis en ontbreekt het besef hoe fundamenteel specifiek de slavenhandel daarbinnen is geweest voor de ontwikkeling van de Nederlandse identiteit en de Nederlandse welvaart. De VOC-mentaliteit, in 2006 zo met kracht geprezen door toenmalig premier Balkenende, is niet iets om trots op te zijn, maar om je diep voor te schamen, aldus Deul.

Balkenende benadrukte in 2006 dat hij met zijn opmerking in het parlement het slavernijverleden van Nederland niet wilde goedpraten, net als de meeste Nederlanders dat niet zullen willen. Maar waar het Deul om gaat, is het aanhoudende gebrek aan besef van het gewicht van dat verleden, van de gruwelijkheden die hebben plaatsgevonden en van de wijze waarop dat verleden doorwerkt: in de architectuur van Amsterdam en andere steden, binnen de bevolking in haar houding ten opzichte van zwarte mensen, maar ook bij de regering. Die zou met excuses moeten komen, aldus Deul, en van 1 juli - een dag na de herdenking op 30 juni van de afschaffing van de slavernij in Nederland - een nationale feestdag moeten maken. Zoals 5 mei dat eens in de vijf jaar is om de bevrijding van de Duitsers te herdenken.

Symboliek is inderdaad belangrijk, evenals duidelijke signalen van de regering. Bij de herdenking gisteravond was minister Bussemaker aanwezig, evenals de voorzitters van beide Kamers van het parlement, terwijl de Tweede Wereldoorlog wordt herdacht in aanwezigheid van onder anderen de koning op de Dam en de premier op een andere locatie. Nederland was in de Tweede Wereldoorlog overwegend slachtoffer, dat maakt het herdenken daarvan eenvoudiger dan van het slavernijverleden, toen de Nederlandse elite als dader optrad.

Of alle voorstellen van Deul overgenomen moeten worden is de vraag, maar zijn pleidooi voor een ambitieuzere omgang met het slavernijverleden moet serieus worden genomen. Het vertellen van de verhalen uit die tijd, het aandacht geven in het onderwijs, het opzetten van een museum, het in gewicht laten toenemen van de herdenking: het zijn manieren om het besef over de relevantie van het slavernijverleden te laten groeien.

In een maatschappij waarin de wens tot aanpassing van Zwarte Piet of de diepgevoelde frustratie over etnisch profileren nog steeds op hoge muren van onbegrip stuiten, is dat geen overbodige luxe.

De mening van de krant, verwoord door leden van de hoofdredactie en senior redacteuren.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden