Meer allochtonen aan het werk: 't kan en moet

De schrikbarend hoge werkloosheid onder allochtonen dwingt tot een veel forsere inzet. Jongeren mogen niet meer zonder diploma van school en werkgevers moeten stoppen met discrimineren.

In het integratiedebat gaat het op op dit moment ten onrechte vooral over sociaal-culturele integratie en minder over de de arbeidsmarktpositie van allochtonen. Terwijl de werkloosheid onder allochtonen sinds 2001 meer dan verdubbeld is. Onder Marokkanen is zij het hoogst; niet minder dan 27 procent. Turken en Antillianen vormen met 21 procent en 22 procent de tussencategorie. Surinamers scoren van de grote vier allochtone groepen het minst ongunstig: 16 procent heeft geen baan, tegen de negen procent onder de autochtone beroepsbevolking.

Ronduit zorgwekkend is de werkloosheid bij allochtone jongeren. Tegen de 40 procent van heeft geen werk. Bij autochtone leeftijdsgenoten ligt dat percentage op de helft. Dit doet denken aan Franse cijfers.

Toen in de 'gouden' jaren negentig ook onder minderheden de werkloosheid snel daalde, leek het erop dat de fors hogere werkloosheid van allochtone groepen voorbij was. Dit blijkt absoluut niet zo te zijn. De laagconjunctuur van de afgelopen jaren heeft de allochtone groepen stevig geraakt.

Bij het grote overschot aan arbeidskrachten selecteren werkgevers scherp. Het opleidingsniveau en het goed beheersen van de Nederlandse taal vormen daarbij belangrijke criteria. En omdat allochtonen op beide criteria over het algemeen lager scoren, vallen ze in sollicitatieprocedures buiten de boot, zo luidt het klassieke antwoord van werkgevers op de vraag waarom zij allochtonen minder snel aannemen. Maar dit is niet het hele verhaal. Na correctie voor verschillen in opleidingsniveau, leeftijdsverdeling en geslacht blijven de kansen op werk voor allochtonen beduidend kleiner dan voor autochtonen. Er zijn nog andere factoren in het spel. Doordat allochtonen anders zoeken dan werkgevers werven, door discriminatie en koudwatervrees in het aannamebeleid en door het stroef functioneren van de arbeidsbemiddeling komen vraag en aanbod niet bij elkaar.

Om deze problemen het hoofd te bieden moet de achterstand van allochtonen weer terug in het publieke en politieke debat én in het arbeidsmarkt- en integratiebeleid. Er moet meer specifieke aandacht komen voor minderheden.

Nu zijn extra banen niet zo maar uit de hoge hoed te toveren. Er is volop discussie over 'participatiebanen' en 'leerwerkbanen'. In de onlangs gehouden Werktop hebben sociale partners en kabinet afgesproken dat de stagemogelijkheden en de mogelijkheden voor leerwerkbanen worden verruimd. Hiervoor is een aanzienlijk bedrag ter beschikking gesteld. Het is van groot belang om werkzoekende jongeren aan het werk te helpen in dergelijke banen, gecombineerd met scholing. Toeleidingsorganisaties moeten echt werk maken van de bemiddeling van allochtone werkzoekenden. Geen reguliere reïntegratieprogramma's maar maatwerk is, hoe afgekloven het begrip inmiddels ook moge zijn, de sleutel voor veel allochtonen die ver af staan van de arbeidsmarkt.

Toerusting en toeleiding vragen om intensieve begeleiding, dat heeft het succes van het MKB-convenant wel bewezen. Werkgevers moeten ertoe worden bewogen vacatures aan te bieden, stagemogelijkheden te scheppen en ruimte te bieden voor participatie en leerwerkbanen. De Taskforce Jeugdwerkloosheid vervult hierin een belangrijke rol.

Daar moet het niet bij blijven. Lokaal kunnen allerlei netwerken tot stand worden gebracht, die allochtoon aanbod recruteren en waarbinnen arbeidsplaatsen worden aangeboden. Ervaringen uit het verleden zoals in het 1000-banenplan Molukkers en het MKB-convenant hebben laten zien dat een intensieve campagne van zowel job- als headhunting nodig is om allochtonen aan het werk te helpen.

Daarnaast blijven investeringen in het onderwijs van het grootste belang. Met alle mogelijke middelen moet dropout voorkomen worden, want zonder diploma zijn jongeren kansloos. Van de allochtone jongeren verlaat zes procent het voortgezet onderwijs zonder diploma. Dit is veel te veel. Houd jongeren zo lang mogelijk op school, want op de huidige arbeidsmarkt hebben jongeren niet zoveel te winnen.

Met de hoge en stijgende werkloosheid onder allochtonen en die van jongeren in het bijzonder, neemt het risico toe dat frustraties de vrije loop krijgen. De recente onlusten in de Franse voorsteden vonden immers een belangrijke voedingsbodem in de hoge werkloosheid onder jongeren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden