Meente is de droom voorbij

Geen theoretisch geneuzel, maar gewoon doen, schrijft Gert Jan Jansen in zijn nieuwe boek. Er is een alternatief voor de dictatuur van de markt. Zijn Hof van Twello is het bewijs.

Gert Jan Jansen doet er werkelijk alles aan om met zijn Hof van Twello het goede voorbeeld te geven. Met zijn duurzame tuinbouwbedrijf speelt hij nu tien jaar een rol in de lokale voedseleconomie aan de IJsseloevers bij Deventer. En lokaal is bij hem echt lokaal. Dus geen streekproducten die voor grof geld op de Amsterdamse Noordermarkt worden verkocht. Met vallen en opstaan zocht hij, los van de klauwen van de markt, zijn kleinschalige weg. In de landbouw is dat geen sinecure. Dure arbeid met name maakt kleinschalige voedselketens bijna onbereikbaar. En toch kreeg hij het lek boven. Met de nieuwe meente.

Zittend in de verbouwde paardenstal met zijn nieuwe boek net van de drukker, legt Jansen uit wat een meente is. "Een meente, of common zoals de Engelsen zeggen, is een zeer oud begrip. In Nederland is het al in de 13de eeuw bekend. Het is een organisatievorm die vooral op arme gronden voorkwam, in Drenthe, Gelderland en Brabant. De eigenaar gaf de bewoners het recht om op zijn gronden schapen te laten grazen en voedsel te verzamelen of te telen. Verder mochten ze het hout gebruiken voor in huis en als energiebron. Wild in de bossen en vis in de beken waren hun deel. Zo waren de belangrijkste levensbehoeften - eten, kleding en energie - gedekt en werd de ergste armoede buiten de deur gehouden. Niet voor niets uiteraard. In ruil moesten de bewoners de wegen op het land onderhouden, hagen en struiken bijhouden, beken schoonmaken."

De meente heeft het een kleine 700 jaar volgehouden en vele crises overleefd. Tot, halverwege de 19de eeuw, de arme grond na de ontdekking van de kunstmest toch geld waard werd. Bovendien waren de bewoners nodig in de ontluikende industrie, zegt Jansen. "Er werd veel tegen de meentes geageerd. Ze zouden te weinig productief zijn. Soms wordt gezegd dat het egoïsme van de bewoners de meente de das om deed. Met evenveel recht kun je stellen dat de groeieconomie met zijn graaimentaliteit er debet aan was. De genadeslag kwam toen de meente bij wet werd verboden, in 1886."

Den Uyl
Als Jansen twintig jaar geleden via het boek 'Het rijk van de schaarste' van filosoof Hans Achterhuis op het spoor van de meente wordt gezet, ziet hij deze organisatievorm aanvankelijk als een metafoor. "Als een plek waar mensen tot rust kunnen komen en hun leven eens op een rij kunnen zetten. Langzamerhand zag ik ook een fysieke invulling ontstaan: een plek waar je voedsel teelt en dieren weidt. Weer later trok ik het breder. Meentes zijn niet alleen grond waar je voedsel verbouwt in ruil voor arbeid, maar je kunt zo ook scholing, gezondheidszorg, energievoorziening, financiën regelen. Alles wat in gemeenschappelijk beheer moet zijn om tot een rechtvaardige verdeling van inkomen, kennis en macht te komen. Ja precies, het devies van het kabinet-Den Uyl."

De meente als organisatiemodel maakt een nieuwe economie mogelijk, zegt Jansen. "Die bestaat deels al. Daarvan getuigen vele initiatieven, zoals het broodfonds, de onderlinge verzekering voor zzp'ers of die repaircafés. Zaak is dat al die initiatieven elkaar gaan kennen en herkennen als onderdeel van een gezamenlijke nieuwe economie."

Jansens boek 'Kleinschaligheid als alternatief' beschrijft de zoektocht om het oude principe van de meente in een totaal andere tijd nieuw leven in te blazen. Niet door vrijblijvend te theoretiseren en discussiëren, maar al doende, met de handen en de voeten in de aarde. Dat ging niet altijd even gemakkelijk. "Het gaat erom die kleinschaligheid renderend te krijgen. De kostprijs van deze biologisch en lokaal geteelde producten moet lager. Anders dus dan door schaalvergroting, de klassieke oplossing die resulteert in uitsluiting van mensen en landschappelijke verschraling. De factor arbeid speelt bij die kostprijsverlaging een grote rol. Aanvankelijk begon ik bedrijven te interesseren voor mijn meente. Door goederen en diensten te ruilen kun je het inhuren van dure arbeid omzeilen. Gemeenschappelijkheid is de sleutel. Maar het ging niet goed."

Met acht bedrijven had Jansen afspraken gemaakt over samenwerking. "Het bleek dat zij een heel andere opvatting van gemeenschappelijkheid hadden dan ik. Zij dachten dat alles hier op de Hof van Twello van hen was. Zonder er ook maar iets voor terug te geven. Het idee van de meente leefde alleen voor mij. Voor de anderen bleek het een plek om leuke hobby's te bedrijven. Na een tijdje drong het tot me door dat ik ermee moest kappen. In plaats van met bedrijven, die zo hun eigen dynamiek hebben, ben ik met individuele consumenten aan de gang gegaan. Dat gaat een stuk beter."

Individuen zoeken gemeenschappelijkheid, merkte hij. "Daar staan ze ook voor open. Dat zie je steeds vaker in Nederland en daar buiten. Echt delen is voor bedrijven kennelijk een stap te ver. Wat zeker meespeelde was mijn eigen onduidelijkheid. Ik heb te weinig nadruk gelegd op wederkerigheid. Je krijgt iets, maar geeft er ook wat voor terug. Die harde les heb ik nu wel geleerd. Naar de individuen heb ik de rechten en plichten nauwkeurig benoemd en duidelijk gemaakt dat ik de baas ben. Dat is cruciaal. Ik leer ze telen, maak het teeltplan, en spreek de achterblijvers aan. Er ligt ook gewoon een zakelijke materiële basis aan ten grondslag. Ik moet mijn bedrijf laten renderen en dus mijn kosten verlagen. Voor de deelnemers en mijn klanten betekent dit dat hun kosten van levensonderhoud ook lager uitvallen."

Broccoli
Jansen begon met 8 personen. Inmiddels werkt hij met 40 mensen samen. "Ze krijgen gratis grond, organische mest en compost. Op zaaizaad en plantgoed in mijn winkel krijgen ze korting. Op basis van mijn teeltplan gaan ze aan de slag. We moeten natuurlijk niet allemaal broccoli op het land zetten. In ruil daarvoor krijg ik de helft van hun opbrengst voor verkoop in de winkel van de Hof van Twello. De helft van die opbrengst is weer voor de telers. Zo boeken we allemaal winst. De telers hebben in ruil voor hun arbeid goedkoop, gezond voedsel, plus een deel van de winkelomzet. Ik heb in de winkel biologische producten liggen die tot de helft goedkoper zijn dan in de natuurvoedingswinkel. Dat is weer voordelig voor de klanten die geen moestuin hebben."

In de vier jaar dat Jansen met zijn voedselmeente bezig is, heeft hij amper problemen gekend. "Dat heeft mij ook wel verrast, zeker na die mindere ervaring met bedrijven. Slechts drie keer heb ik mensen er op moeten wijzen dat zij hun plichten verzaken, zich dus onttrekken aan de gemeenschap. Dat is in een meente niet te doen, dan kun je beter gaan. Dat is ook gebeurd.

Jansen haalt inmiddels een modaal inkomen uit zijn hof en heeft daarnaast nog drie personen in dienst tegen een cao-loon. "Dat bewijst dat kleinschaligheid ook werk oplevert."

Jansen beschouwt zijn aanpak niet als een bezigheidstherapie. Hij wil laten zien dat het anders kan dan de markt en de geldeconomie dicteren. Daarbij beseft hij wel degelijk op te moeten boksen tegen een machtige tegenstander. "Ik ben er niet op uit om ze te verslaan. Ik wil een alternatief laten zien dat aansluit bij de behoeften van een groeiende groep mensen. Niet met theoretisch geneuzel, juist door te doen. Mensen verliezen hun baan en zicht op goed onderwijs en zorg. Er zijn te weinig betaalbare huizen en gezonde voeding. De overheid komt haar sociaal contract met de burgers niet meer na. De meente is een mooi alternatief."

'Kleinschaligheid als alternatief', 235 p., euro 19,95, uitgeverij Jan van Arkel.

Geen gewone boerderij
De Hof van Twello is geen gewone boerderij. Op 14 hectare wordt naast groenten en fruit ook graan geteeld voor eigen brood.

Verder is er onder meer een middeleeuwse, een Romeinse en een prehistorische tuin met vergeten groenten, een permacultuurtuin en een rauwe tuin met gewassen die uitsluitend rauw worden gegeten. Een kas voor winterteelt is in aanbouw. De Hof wil ook een kenniscentrum zijn. Gert Jan Jansen en zijn partner Laurette van Slobbe geven allerlei cursussen. Meer informatie: www.hofvantwello.nl

Het boek 'Kleinschaligheid als alternatief' wordt vandaag ten doop gehouden tijdens een minisymposium over de levensvatbaarheid voor nieuwe meentes.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden