Meeneuriën met 'Blue Moon'

Waarom laten verpleeg- en verzorgingshuizen demente bewoners toch niet vaker genieten van goede muziek? Ook tachtigplussers zingen soms liever klassieke muziek, chansons en blues dan het eeuwige 'Een karretje op de zandweg reed'. Pianist Willem Schut pleit voor een landelijke aanpak.

'O, wat leuk! Dat moet u opschrijven!'', roept de oude dame in de rolstoel naar de man achter de piano. Ze maakt in de lucht een schrijfgebaar. Zojuist gaf de pianist een blues-achtig einde aan “My bonnie is over the ocean'. Haar ogen stralen ervan.

Vroeger was ze concertpianiste. Tot een paar jaar geleden speelde ze nog. Maar nu zit ze in een rolstoel en in een verpleeghuis. Het nam enige tijd voordat ze ontdekte dat daar elke dinsdagmorgen een pianist komt die het eigen bewonerskoor van het huis begeleidt; de pianist en zij hebben elkaar eigenlijk pas kort geleden voor het eerst ontmoet. Niemand kwam op het idee tegen haar te zeggen dat die pianist er elke week is; niemand zei tegen hem dat een van de bewoners een voormalig concertpianiste is.

Ze is een beetje in de war, maar juist daardoor heel direct. Als het koor - vanmorgen zo'n twaalf mensen groot, van wie vijf in rolstoel - als afsluiting van de muziekochtend een klein applaus laat horen, zegt ze: ,,Dat was veel te kort. Hij moet veel meer applaus hebben.'' Als haar begeleidster haar het zaaltje uit rolt en ze de pianist passeert, zegt ze: ,,Jij zou in de Kleine Zaal - ze bedoelt: van het Concertgebouw - moeten spelen. Dat is leuk; dan nodig ik al mijn leerlingen uit.''

Die pianist is Willem Schut (68). Al tien jaar is hij de man achter het eigen koor van het Poorthuis, een verpleeghuis in Amsterdam, en speelt hij of houdt lezingen over muziek in een stuk of tien andere verpleeg- en verzorgingshuizen in de Amsterdamse regio. Een verpleeghuis met een eigen koor, dat is uniek. Het is te danken, zegt Schut, aan de onvermoeibare inzet van de vrijwilligers: die halen de koorleden op en brengen ze weer terug.

Schuts stokpaardje is dat heel wat bewoners van verpleeghuizen daar op een muzikaal hongerdieet terechtkomen, omdat muziek “niet belangrijk' wordt gevonden, geen onderwerp is dat deskundige aandacht krijgt. Dat komt, weet Schut, doordat het veelal jeugdige personeel dat in verpleeghuizen over de activiteiten gaat, geen benul van muziek heeft - ze weten niets van het heilzaam effect van muziek, en hebben al helemaal geen idee welke muziek de huidige tachtigplussers in hun jeugd hebben gehoord. Als er in een verpleeghuis al iets muzikaals gebeurt, is Schuts ervaring, dan is dat omdat er bij toeval een Hoofd Activiteiten is dat zich er wel voor wil inzetten.

Op de eerste rij van het koor zit vanmorgen een oude meneer met een zeegroene pullover. Net als de concertpianiste gaat het er hem niet in de eerste plaats om, mee te zingen uit de bundel liedjes die vanmorgen op het programma staat - een stapeltje A4'tjes met een ringband waarvan de inhoud varieert van “Aan de Amsterdamse grachten' tot “Zo heerlijk rustig'. Hij komt voor de muzikale extra's: de grappen en de flarden die Schut tussen twee meezingliederen laat horen. ,,Dat is Blue Moon¿¿, zegt hij trefzeker als Schut van het ene naar het andere vaderlandse lied reist via de akkoorden van dat nummer. Hij zingt in z'n eentje mee: Blue Moon/You saw me standing alone/Without a dream in my heart/Without a love of my own.

,,Zo'n lied blijft nog uren hangen, denk ik. Op zich is die meneer wel een bijzondere; hij kent ieder denkbaar liedje sinds 1920, inclusief de tekst - maar die encyclopedische kennis eindigt ergens in 1980“, zegt Schut. ,,Zulke uitgebreide kennis heeft natuurlijk niet iedereen. Toch heeft zijn generatie in hun leven heel veel uit het American songbook gehoord, en chansons zoals Le temps des cerises, en liederen uit de Eerste Wereldoorlog zoals Roses of Picardy. Dat is óók het muzikale decor van deze generatie tachtigplussers. Niet alleen “Kun je nog zingen, zing dan mee',“ zegt Schut - die in een eerder bestaan, als redacteur muzische vakken bij uitgeverij Wolters-Noordhoff, verantwoordelijk was voor de heruitgave van die schoolbundel.

Om met succes met verpleeghuisbewoners aan muziek te kunnen doen is een breed repertoire nodig: perfect Schubertliederen kunnen spelen is op zich prachtig, maar voor succesvol “musiceren in de zorg' is meer nodig. Mensen die tijdens hun leven steile klassieke muziekliefhebbers waren, kunnen in de verpleeghuisfase bijvoorbeeld soms opeens sterk geroerd worden door blues. Ook dat moet de pianist dus in huis hebben.

Schut probeerde in 1995 andere musici te interesseren om ook de zorginstellingen in te trekken en richtte daar een stichting 'Muziek voor ouderen' voor op. Maar toen de belastingregels preciezer werden en voor betaling in de vorm van boekenbonnen een hele administratie moest worden bijgehouden, was de lol er af. Sindsdien is Schut de enige muzikaal actieve in de stichting “Muziek voor ouderen'.

Toch moet het anders, vindt hij. Er moeten toch voldoende gepensioneerde musici zijn, beroeps of amateur, die een dagdeel per week de zorgsector binnen willen gaan en er de muzikale honger stillen? De huidige generatie tachtigplussers valt met een repertoire van zo'n vijftig “gouden nummers' die Schut heeft verzameld heel goed te bedienen: ,,Ik kan er desgewenst tekst en bladmuziek bij leveren.''

Op zich zou de muzikale situatie in verpleeghuizen helemaal niet zo hongersnood-achtig hoeven zijn: Nederland heeft toch een paar opleidingen tot “creatief therapeut-met-specialisatie-muziek', en heeft het conservatorium van Enschede geen 4-jarige opleiding tot muziektherapeut? Samen moeten die opleidingen toch honderden afgestudeerden opleveren?

,,In het begin van de stichting “Muziek voor Ouderen' heb ik me daar wel in verdiept“, zegt Schut. ,,Ik heb toen heel wat scripties gelezen. Dat doen die studenten namelijk: scripties schrijven. De titel van zo'n scriptie luidt meestal: een of andere ziekte met een ingewikkelde naam en muziek. Ziekte X en muziek. Ziekte Y en muziek. Ik begin liever aan de andere kant: bij de muziek. Ik ben op zoek naar het antwoord op de vraag: welke muziek heeft iemand vroeger gehoord, zit nu ergens ver weg in het hoofd, en zorgt voor welbevinden wanneer je het speelt?“ Schut zou ook willen dat bij de intake van een nieuwe bewoner van een verpleeghuis naar diens kunstzinnige smaken wordt geïnformeerd: ,,Het moet belangrijk zijn; muzikale smaak is vaak een belangrijk deel van iemands persoon. Dat wordt niet opeens anders wanneer je oud of vergeetachtig of dement wordt. In de laatste levensfase hebben mensen zelfs vaak een ontzettend scherp gehoor.“

Maar in plaats van een alerte, belangstellende houding treft Schut vaak hemeltergend gebrek aan respect voor het belang van muziek aan. ,,Op de middag van een kerstviering kom je de zaal binnen om het pianospel te verzorgen, en wat zie je: er staan 300 kerstpakketten opgestapeld op de vleugel. Daar kan zo'n ding helemaal niet tegen. Of: het personeel krijgt de klep van een piano niet open en haalt mij erbij. Wat blijkt: die klep zit dichtgeplakt omdat er een glas limonade overheen gevallen is. Maar goed, dat zijn irritaties. Veelzeggender misschien is dat in al die jaren dat ik dit doe, geen enkel verpleeghuis ooit heeft gevraagd om de bladmuziek van wat ik speel. Als ik het niet meer doe kan een volgende pianist dus helemaal opnieuw beginnen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden