'Méédenken vergt ook moed'

René Gude volgt Hans Achterhuis op als Denker des Vaderlands. Veel opiniemakers besluiten hun analyses met een oproep aan politici: doe wat. Gude wil verder gaan. 'De politiek zijn wijzelf.'

'Ik zal de komende jaren gaan 'meedenken'." Zo vat de nieuwe Denker des Vaderlands, René Gude, zijn denkplannen samen. "Ik wil meedenken over de vraag hoe we het met de wereld kunnen uithouden; hoe we het met de dingen kunnen uithouden, en hoe we het met onszelf kunnen uithouden."

Dit 'meedenken' van Gude is een reactie op de werkwijze van Hans Achterhuis, die als eerste Denker des Vaderlands in debatten graag tegen heersende opinies indacht, en onzeker maakte wat zeker leek.

Achterhuis, die de functie van Denker des Vaderlands ruim twee jaar vervulde, gebruikte daarbij het woord 'tegendenken'. Deze krant organiseerde met Studium Generale van de Universiteit Utrecht zelfs een reeks avonden, gebaseerd op dit woord. Ook de schriftelijke neerslag van twee jaar Denker des Vaderlands kreeg de titel 'Tegendenken' mee.

Gude: "Voor Achterhuis is het belangrijk zichzelf te kunnen herroepen, en het denkproces soms helemaal opnieuw te kunnen laten beginnen. Achterhuis denkt niet alleen tegen anderen in, maar ook tegen zichzelf. Ik heb Achterhuis heel hoog zitten en heb bewondering voor zijn werkwijze. Hij was ooit een van mijn hoogleraren. Maar als ik nu Achterhuis volg - en dat wil ik - dan moet ik tegendenken tegen zijn tegendenken; min maal min is plus: ik ben dus tot meedenken veroordeeld!"

Meedenken lijkt me makkelijk.
"Tegendenken vergt moed. Achterhuis heeft altijd kanttekeningen geplaatst bij militair ingrijpen, ook als iedereen riep dat we 'toch iets moesten doen,' bijvoorbeeld op de Balkan, in Libië, en waarschijnlijk zal hij dat ook zeggen over eventueel ingrijpen in Syrië. Ik ben hem daar erkentelijk voor. Maar meedenken vergt wellicht ook moed. Want als je meedenkt, wek je de schijn niet kritisch te zijn. Dat is ernstig, dat wil niemand. Ik voel mij door Achterhuis in een bijzonder lastig parket gebracht."

Ziet u op tegen die positie?
"We hebben in Nederland een groot aantal journalisten, columnisten, opiniemakers, cabaretiers en wetenschappers die scherp en goed kanttekeningen plaatsen bij maatschappelijke ontwikkelingen. Het einde van de analyse, vaak met een mooie kwinkslag opgeschreven, luidt dan: dit moet de politiek nu aanpakken.

Ik denk dat 95 procent van de opiniemakers zo te werk gaat. Ik zou het leuk vinden als die laatste 5 procent pas begint te denken op het eindpunt van de andere 95 procent. Zij beginnen mee te denken, als de anderen de politiek oproepen te handelen."

U wil op de stoel van die politicus gaan zitten?
"De politiek, dat zijn wijzelf. Je hoeft geen ontevreden commentator te blijven, je kunt meedenken, plannen maken. En die plannen kunnen ervoor zorgen dat we soms ergens een schouderduw tegenaan kunnen geven, en een zaak een kleine wending geven, een gewenste richting suggereren. Zo weten we het misschien wat beter uit te houden met de wereld, met de dingen, en met onszelf."

Hoe kunt u meedenken met de wereld?
"De kanttekeningen die Achterhuis plaatste bij militair ingrijpen waren terecht. Het internationale oorlogsrecht is gebaseerd op defensie. Een land mag zich verdedigen, maar pas nádat het is aangevallen. Onder de vlag van humanitair ingrijpen is afgelopen decennia gemarchandeerd met dit internationale recht. Moeten we dit niet eens goed regelen?"

Kan dat? Achterhuis stelt dat militairen goed zijn als ze een welomschreven militaire taak moeten uitvoeren. Maar dat iets als het handhaven van vrede een onuitvoerbare opdracht is.
"In een mooi verhaal in NRC Handelsblad zei Sander van Luik, kapitein-luitenant van de technische dienst, zaterdag iets vergelijkbaars. Van Luik zegt daar: 'Het summum van operationele wazigheid is de politiemissie in Kunduz'. Dit voorspelde Achterhuis al jaren geleden.

Van Luik schrijft verder dat de functie van Defensie ingrijpend veranderd is na het ineenzijgen van de Rode Beer. Hij schrijft: "Waarom onze defensie er was, verdween uit beeld en dat heeft verstrekkende gevolgen gehad. We vergaten te analyseren wat onze veiligheid en vrede dan werkelijk bedreigde". Zijn conclusie: "Geachte minister: niemand weet meer waar Defensie voor staat".

Zo'n conclusie biedt de mogelijkheid mee te denken. Wat zouden we nu, in een tijd met een heel ander vijandsbeeld dan een kwart eeuw geleden, met een leger kunnen?"

Opheffen, dat is het goedkoopst, en wat doneren aan Europa zodat de buitengrenzen beveiligd blijven.
"Ik vraag me af of dat verstandig is. Ik ben gek op het geweldsmonopolie van de staat. Ik ben voor een goede politiemacht, een sterk leger en een wapenverbod voor burgers en private veiligheidsdiensten. Ik vind het heel luxe dat ik mijn neiging om zelf geweld te gebruiken mordicus moet bedwingen. Maar intussen is er geweld genoeg. Als je nu het leger opheft of Europees maakt, raak je een instituut met een schat aan ervaring kwijt, dat al decennia lang goed werk doet. We vergeten vaak dat het Nederlandse leger erg goed is. Het komt in oefeningen in het buitenland bijna altijd beter voor de dag dan het Franse, het Engelse en zelfs dan het Amerikaanse leger. Misschien moeten we voorkomen dat we zo'n instituut afbreken, om straks een nieuwe organisatie op te richten, die ons beschermt tegen cyberaanvallen of fysiek gewelddadige aanslagen.

Is het niet goed bij de hervorming van dit goed georganiseerde instituut een andere prachtig instituut te betrekken: het Internationale Strafhof in Den Haag? In internationaal recht hebben we een traditie die terugvoert op Hugo de Groot. Kunnen we niet met de minister meedenken, hoe we, vanuit de ontwikkelingen van het internationale recht, het leger kunnen hervormen? Wellicht kunnen we een plan maken dat humanitair ingrijpen ook juridisch fundeert, waardoor militaire hulpverlening in het buitenland beter omschreven wordt, en vage Kunduz-achtige politiemissies tot het verleden behoren. Zo kunnen we ook de schijn van offensieven uit eigenbelang vermijden."

U denkt dan met een oplossing te kunnen komen?
"Welnee. Wie ben ik te denken met een oplossing te kunnen komen als de minister, ambtenaren, en de top van Defensie zelf hier niet uit komen? Ik kan wel meedoen aan het verhelderen van de motieven waarom we een leger hadden, en nu nog zouden moeten hebben. We kunnen meedenken over de aard van humanitair ingrijpen. Wanneer is zoiets wenselijk? Wanneer wordt het neokolonialisme? Hoe is de humanitaire hulp afgelopen decennia verlopen? Waar ging het goed, waar slecht?

Die ervaringen kunnen we onderzoeken, met die resultaten kunnen we democratische beslissingen nemen. Nadat we onze eigen politieke doelstellingen hebben doordacht, zal de minister wellicht een door de meerderheid gedragen besluit kunnen nemen. Verdedigen we onze landsgrenzen met een slank leger of houden we de uitgaven naar vermogen op peil en werken we mee aan internationale veiligheid? Dat laatste doe je ook niet alleen voor anderen."

U noemde net een drieslag. Hoe houden we het uit met de wereld, met de dingen, en met onszelf. Hoe houden we het uit met de dingen?
"Ja, we moeten niet alleen met De Ander, maar ook met Het Andere, de niet-menselijke dingen, bondjes sluiten. Hier gaan we het uitgebreid over hebben de komende tijd, want er zijn erg veel dingen. Natuurdingen, zoals poolkappen en tsunami's. Zelfgemaakte dingen, zoals smartphones en historisch erfgoed. En dingen waarvan je niet weet of ze van de natuur komen of zelf gemaakt zijn.

Om over dat laatste iets te zeggen. We horen de laatste weken berichten over een nieuwe variant van de vogelgriep. Deskundigen waarschuwen dat dit virus, H7N9, gemakkelijker van besmette dieren op mensen lijkt over te springen dan het H5N1-virus, dat in 2003 miljoenen dieren en 360 mensen het leven kostte.

Een goede manier om niet in paniek te raken is jezelf inprenten, dat als wij burgers niets doen, we met een kalm gemoed een eventuele epidemie kunnen afwachten. Wij kunnen moeilijk met een virusmeppertje achter de H7N9 aan en bovendien zal de farmaceutische industrie er alles aan doen om vaccins en serums te ontwikkelen. Met de marktwerking hoef je niet mee te denken, dat is het comfortabele van neoliberalisme. Dit is de nuloptie. Geen paniek. Maar als we actief willen worden, leggen we een verband tussen bio-industrie en vogelgriep."

Om de vogelgriep indirect te bestrijden zouden we onze houding ten opzichte van dieren kunnen verbeteren?
"Zeg, ik zou meedenken en nou ga jij ineens los! Maar dat is het wel precies. Niemand wordt tegengehouden bij het verzinnen van alternatieven voor onze vleesproductie, zoals het maken van kunstvlees. Iedereen kan geld uitgeven aan dure kip, dat is onze consumer power. En we kunnen allemaal vaker vegetarisch eten."

Is dat niet een beetje truttig consuminderen?
"Het is meer. Je kunt er blij van worden. Zelfs de grootste carnivoor - zoals ikzelf - voelt zich er niet prettig bij dat er miljoenen kippen worden opgefokt en doorgedraaid. Het is de moeite waard om te zoeken naar lepe manieren om onze eetgewoonten uit hun vaste spoor te tikken. De dreiging van vogelgriep als hefboom. Hier zijn credits te verdienen waarin de marktwerking niet voorziet."

Hoe houden we het met onszelf uit?
"We kunnen niet ontkennen dat we als individuen een klus hebben aan onszelf. Onze hersenen zijn maar tien procent bezig met directe waarneming en motoriek. Met de resterende negentig procent lopen we te piekeren over de indruk die we maken op anderen, en hoe dat allemaal anders kan. Als die negentig procent de draad kwijtraakt, zijn we meteen van het padje. Tel daarbij op de complexiteiten die we in de moderne samenleving gesleuteld hebben en je begrijpt dat ieder van ons iets moet."

Hoe deze condition humaine de baas te worden?
"Ik vind wijn een probaat middel, mits met mate natuurlijk. Als het misloopt zijn er goede pillen en er is nog een restje psychotherapie, maar dat is duurder voor de medemens. Meditatie is een betere optie, ik doe het te weinig, maar in de hersenscan is bewezen dat het werkt. En dan is er de filosofie natuurlijk, gewoon Method in the Madness brengen. De Kritiek van de zuivere Rede van Kant is geschikt, maar in de Oudheid waren er al wat lichtere programma's: die van de Stoa en van Epicurus.

De stoïcijnen ontwikkelden een op het individu gericht trainingsprogramma dat maakt dat jouw emoties en gedachten jou niet overweldigen. Wil je overleven in een geglobaliseerde wereld - dat waren het Macedonische en Romeinse rijk net zo goed als de onze - dan moet jij je als individu wapenen tegen het bombardement aan prikkels. Dat kan alleen als je je min of meer ongevoelig maakt voor de indrukken die op je afstormen. Dat doe je niet door emoties neer te knuppelen, maar ze hun gang te laten gaan. Met je verstand maak je er een zootje van, dus door je verstand te beteugelen kun je dat voorkomen.

Epicurus beweert het tegendeel: los niet alles in je eentje op, maar verzamel een paar mensen om je heen, maak een mooie tuin met een muur er omheen, en geniet daar geciviliseerd van het leven. De wereld kun je niet veranderen, de sfeer in die tuin wel. Maak kleine communities waarmee je plezier en verdrietelijkheden vormgeeft. De Stoa is een individualistische, min of meer liberale benadering; het epicurisme is een communitaristische aanvliegroute."

Welke stroming past bij u?
"Een theoretische discussie voeren welke van de twee gelijk heeft, vind ik zonde van de tijd. Mijn moeder zei altijd: je moet het ene doen en het andere niet laten."

Ik vraag dit ook omdat u kanker heeft. Helpt de filosofie u het in deze situatie met uzelf uit te houden?
"Bij deze situatie stormen de indrukken zeker op je af. Zonder dat ik mij ziek voelde kwam ik bij een arts. Hij zei: 'U bent dodelijk ziek'. Omdat deze talig verstrekte informatie niet gekoppeld was aan directe fysieke ervaringen kom je in een virtuele situatie terecht: de realiteit was niet invoelbaar. Vooral omdat de arts niet concreet zei: 'Morgen om drie uur valt u om', maar in statistische kansen levensverwachtingen aanduidde.

Dat is wat de Stoa bedoelt met oplaaiende emoties, terwijl je verstand de draad volkomen kwijt is. Ik moest grip krijgen op mijn verstand, om niet in paniek te blijven steken."

Kun je in zo'n situatie wel grip krijgen op je verstand?
"Ja. Gek genoeg moet je proberen sceptisch te blijven, niet te oordelen. Er zijn twee manieren om verkeerd op zo'n mededeling te reageren. De eerste: als ik dan toch doodga, dan hoeft het voor mij nu al niet meer. Ik trek me terug in mezelf en wacht boos of verdrietig het einde af. De tweede manier: mij krijgen ze niet klein, ik doe of er niets aan de hand is. Maar de arts heeft mij feitelijk alleen in onzekerheid gelaten, het is niet slim om daar met dit type vooroordelen zekerheden van te maken.

Stoïcijnen zouden zeggen: je velt onjuiste absolute oordelen, die een enorme impact hebben. Niet alleen op je eigen stemming, maar vooral ook op die van je omgeving. Zo kom ik terug op Epicurus. Je in jezelf terugtrekken is asociaal, want je bent onbereikbaar voor je dierbaren. Doen alsof er niets aan de hand is, is ook asociaal. Mensen in jouw tuin informeren bezorgd naar je, en vervolgens zadel jij hen op met valse informatie. Dankzij de Stoa-aanpak probeer ik in mijn tuin van Epicurus te blijven. Met mijn geliefden het beest in de bek kijken en ieders oplaaiende emoties uit te laten razen.

Dat is mooi als humeurmanagement, maar het gaat verder. Ik zoek de zin van mijn leven in welslagen van de projecten die ik met anderen onderneem. Ik voel er niets voor om me daar vlak voor mijn dood aan te onttrekken. Dat is als stranden in het zicht van de haven.

Als ik doodga, zal ik individueel restloos verdwijnen. Daar heb ik vrede mee. Maar ik mag aannemen dat de mensheid, die er voor mij al even was, na mij nog even doorgaat. Ik blijf meedenken en ik hoop anderen met mij. Anders is al het gepieker van deze Denker des Vaderlands zinloos geweest."

Op 23 mei organiseert Trouw i.s.m Studium Generale, Lemniscaat en de Internationale School voor Wijsbegeerte een gesprek tussen de oude en de nieuwe Denker des Vaderlands. Datum: 23/05 tussen 20.00 en 22.00. Plaats: Aula van het Academiegebouw Universiteit Utrecht, Domplein 29, Utrecht. Toegang gratis.

Wie is René Gude?
Filosoof René Gude is de nieuwe Denker des Vaderlands. Hij zal de komende twee jaar in Trouw het nieuws duiden. De Denker des Vaderlands is een initiatief van Filosofie Magazine, Stichting Maand van de Filosofie en dagblad Trouw. Ook de Koninklijke Bibliotheek besteedt vanaf vandaag extra aandacht aan René Gude.

Gude (1957) zet zich al jaren in voor de popularisering van de filosofie. Hij is het langst dienende lid van het Filosofisch Elftal van Trouw. Hij was hoofdredacteur van het tijdschrift Filosofie Magazine.

Van 2002 tot 2013 was René Gude directeur van de Internationale School voor Wijsbegeerte. Zijn persoonlijke leven - hij kreeg kanker in 2007 en in 2011 werd zijn rechterbeen geamputeerd - wierp hem terug op het nut van de filosofie. "De filosofie houdt je bij de feiten, 'zodat je niet onnodig somber wordt of overdreven positief'."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden