Medisch 'second opinion' bureau heeft maar twee klanten per week

HOUTEN - “We zouden het graag wat drukker hebben”, zegt huisarts Jan Versteeg zonder omwegen. Een arts die vindt dat hij niet voldoende te doen heeft is een zeldzaamheid, maar Versteegs associé, de chirurg Frits Pasma, hoort ook al tot dit selecte gezelschap.

ALDERT SCHIPPER

Pasma (51) en Versteeg (57) hebben vorig jaar een 'medisch second opinion-bureau' opgericht. Wie er met zijn eigen huisarts of specialist niet uit komt, kan zich hier alles nog eens laten uitleggen dan wel horen of de eigen behandelaar het bij het rechte eind heeft.

Bij Pasma en Versteeg wordt de deur opengedaan door een echte dokter die zelf koffie schenkt. Geen sprake van witte jassen. Er is eerst een intake-gesprek, waarbij de twee bepalen of ze iets voor de patiënt kunnen doen. “In het begin haden we een paar keer iemand met een psychiatrische problematiek. Op zichzelf is dat geen verhindering voor een second opinion, maar deze mevrouw had geen enkel ziekte-inzicht. Ze wees de gedachte aan een psychisch probleem af en meende dat zij iets lichamelijks had. Ja, dat is dan jammer. Dan kunnen we eigenlijk niets voor zo iemand doen.”

De intake kost niets. Doorgaans vragen Pasma en Versteeg na dat eerste gesprekje het medisch dossier van een patiënt op en bestuderen dat. Daarbij blijkt doorgaans dat alle onderzoek al is gedaan. “Snappen we iets niet, dan kunnen we hulp vragen van collega's in vrijwel alle specialismen. Verder hebben we toegang toegang tot de faculteit hier in Utrecht en kunnen we per computer terugvallen op het medisch informatienet”, zegt Versteeg. “Op basis van het gesprek met de patiënt, diens medisch dossier en onze eigen informatie maken we een rapportje, waarin alles medisch verantwoord en zo helder mogelijk wordt weergegeven. Bij het overhandigen leggen we alles nog een keertje duidelijk uit.”

Pasma vertelt dat ze nu elke week twee tot drie klanten hebben. Het klinkt heel bescheiden als hij zegt: “We willen naar vijf tot tien.” Versteeg: “Dat aantal is wel te halen, maar te vaak krijgen we iemand aan de telefoon die informeert naar de kosten en vraagt of het wordt vergoed. Als wij ons tarief noemen en erbij vermelden dat de zorgverzekeraars er meestal geen vergoeding voor hebben, hoor je niets meer van die mensen. En juist die klanten, die niet zo mondig zijn, willen wij graag helpen. Laatst hoorden we van zo iemand, die hier geweest was. Toen hij op ons advies bij de specialist terugkeerde, kwam deze zelfs zijn stoel uit om hem een hand te geven. De Philips-directeur krijgt heus wel de medische zorg die hij nodig heeft en als hij een second opinion wil, lukt hem dat ook wel. Verschillende particulier verzekerden hebben een polis die recht geeft op een second opinion - zij het meestal in een ziekenhuis. Wij zijn het meest nodig voor onmondigen die het in het leven toch al moeilijk genoeg hebben.”

Maar voor zulke patiënten vormen de kosten een drempel. Het tarief dat het Medisch second opinion-bureau hanteert is 105 gulden per uur. De doorsnee rekening bedraagt zo'n 350 gulden, hoewel er dikwijls minder wordt gedeclareerd dan alle gewerkte uren. “Voor veel mensen blijkt dat toch een hinderpaal”, erkent Pasma. “De mensen in Nederland zijn uiteraard niet zo gewend voor gezondheidszorg te betalen.” Er is nu één zorgverzekeraar, OWM OZ in Breda, die de ruim half miljoen ziekenfondsverzekerden met een aanvullende polis in staat stelt om bij Pasma en Versteeg hun licht op te steken.

Bij het uurtarief van ruim honderd gulden hopen Pasma en Versteeg aan een norminkomen te raken, maar zover is het bepaald niet. Het bureau kost hen nu nog handenvol geld, met 40 000 gulden vaste lasten per jaar. De twee kunnen die investering doen doordat ze in een wel heel uitzonderlijke situatie zitten. Pasma is gepromoveerd chirurg, maar erkent: “Ik hoor tot de generatie chirurgen voor wie niet genoeg banen waren. Daardoor heb ik nooit een vaste aanstelling gehad. Ik werkte nu eens een paar jaar hier en dan weer in dat ziekenhuis. Gelukkig heb ik nog wat eigen geld.” Versteeg was, toen hij de militaire dienst verliet commodore ('luchtmacht-generaal') en mocht kiezen tussen het opnemen van zijn eigenlijke stiel, de huisartsenij en het pensioen. “Ik heb nu een vorstelijk pensioen en tijd om dit bureau op te zetten. Voor het geld hoeven we dit dus echt niet te doen.”

“We kenden elkaar van het tennissen en we woonden in dezelfde buurt. We hadden het er samen over als een soort droom. Het is zulk leuk werk”, gaat Pasma verder. “In de chirurgie kom je er weinig aan toe eens met mensen te praten: je moet produktie maken. Hier komen soms hopeloze gevallen. Er kwam een man die al vier jaar met zijn rug tobde. Hij had 40 000 kilometer gereden, van de ene naar de andere professor. Wij hebben zijn dossier 'ns goed gelezen en hem toen niet anders kunnen vertellen dat het juist was wat al die dokters tegen hem hadden gezegd. Wij legden het hem uit, pas toen kon hij de boodschap accepteren.”

“Het idee dat zo'n bureau als het onze alleen maar de medische kosten omhoog stuwt is volkomen onjuist”, zegt Versteeg. “Integendeel, wij zijn onafhankelijk en zeggen zelden dat er meer onderzoek moet gebeuren. Er komen wel eens mensen die shoppen, maar die vallen gauw genoeg af. Meestal gaat het om communicatiestoornissen. Mensen die wanhopig zijn omdat ze niet precies weten waar ze aan toe zijn. Naar zulke mensen is dikwijls niet goed geluisterd of zij zijn zo onder de indruk van de klinische setting, dat ze zelf niet goed kunnen luisteren. De verzekeraar, zoals Univé, vergoedt in het gunstigste geval een second opinion in een ander ziekenhuis. Dàt verhoogt de kosten.”

“Er komen wel mensen die van plan zijn een claim in te dienen na een medische fout. Zulke fouten komen wel voor, maar ze zijn meestal niet klachtwaardig. Aan claims werken we alleen mee in de schrijnende gevallen. Vaak geeft een specialist een fout wel toe, maar chicaneert de verzekeraar. Die probeert op alle manieren te traineren, zodat de patiënt wordt afgemat en de moed verliest.”

“We zitten hier niet om de specialisten in een kwaad daglicht te zetten. Wij weten dat de patiënt weer terug moet naar zijn behandelaar. Daarom streven we ook naar begrip. We weten heus wel dat het voor ons makkelijk is. Die specialist moet in een paar minuten een oordeel hebben, wij kunnen het in onze leunstoel doen. Toch maak je soms rare dingen mee, zoals vreemde ambtenarij in een ziekenhuis of de specialist die zeventig gulden vroeg voor het toezenden van de kopie van een huisartsenbrief. Meestal zijn dat - ook medisch gesproken - niet de besten.”

“Toch moeten we zeggen dat de gezondheidszorg in Nederland goed is”, reageert Versteeg. “Maar men kijkt wèl te weinig naar de hele mens”, vult Pasma aan. “Ik heb in dat kleine jaar dat we nu draaien meer kussen en bloemstukken gekregen dan in al die 15 jaar dat ik de chirurgische praktijk heb uitgeoefend.” En de twee doen aan after sales: “Na een tijdje bellen we even om te horen hoe het verder gaat. Desnoods sturen we, als we in de krant een rouwannonce aantreffen, een condoléance-brief.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden