Medicijnmarkt / Apotheker laveert tussen industrie en arme patiënt

Liever had IDA de hand gelegd op een gangbaar aidsmedicijn. Toch beschouwen de ideele apothekers, opererend tussen industrie en Derde Wereld, het vrijgeven van een patent door Pharmacia als 'een doorbraak'.

AMSTERDAM - Moeten we wel aidsmedicijnen gaan leveren? Ze hebben er een discussie over gevoerd. Voor apotheker Ron Wehrens staat vast dat de middelen voor de echt arme massa in Afrika en Azië de komende tien jaar onbereikbaar blijven. Zélfs als er een akkoord komt in de wereldhandelsorganisatie dat de industrie dwingt tot de levering van goedkopere medicijnen aan ontwikkelingslanden.

IDA (International Dispensary Association), de stichting in Amsterdam die zonder winstoogmerk medicijnen en medische middelen levert aan de armsten in de wereld, heeft sinds een jaar toch een medewerker die zich speciaal op hiv en aids richt. ,,Deze epidemie raakt de kern van samenlevingen'', stelden Wehrens en collega's vast. ,,Als docenten, bestuurders en ondernemers uitsterven, dan slaat dat de economische en sociale basis onder een land weg. Daarom is het belangrijk ook de relatief rijkere elite te helpen.''

Het schetst een van de vele dilemma's waarmee IDA wordt geconfronteerd. Hoewel de stichting en haar medewerkers diep geworteld zijn in idealisme, zijn ze dertig jaar na de geboorte op de grens van Amsterdam en Broek in Waterland behoorlijk nuchter. Ooit in een caravan met twee containers begonnen door een paar jonge apothekers uit Leiden, die de allerarmsten aan middelen wilden helpen, is IDA uitgegroeid tot 's werelds grootste leverancier van geneesmiddelen op ideële basis. De 'geitenwollensokkentijd' is al lang achter de rug, beschrijft Sijtze Ouendag, een man van het eerste uur, ooit begonnen als dienstweigeraar. ,,Dan kochten we weer eens een partij tangetjes op van het leger en sluisden die door.'' Inmiddels staat er een middelgroot bedrijf met meer dan honderd medewerkers dat de voormalige bunkers van het leger dankbaar heeft geannexeerd om gevaarlijke stoffen als alcohol en ether op te slaan.

Behalve misschien de stickers van Artsen zonder Grenzen, het Rode Kruis en de VN op de dozen, wijst niets op de ideële inslag. Toch, als de nood aan de man is, zijn er plotseling vele handen om de met de wereldgezondheidsorganisatie speciaal ontwikkelde eerste-hulppakketten naar een rampgebied te krijgen. Veel medewerkers hebben het tussen de oren. Ze bedenken een nieuw slot om containers met geneesmiddelen te beveiligen tegen diefstal in beruchte landen als Kameroen of zijn het zat voor aandeelhouders te werken in plaats van de patiënten om wie het draait.

De buitenwereld beschouwt IDA echter als een 'gewoon' bedrijf, dat zich aan de strenge regels van volksgezondheidsinspectie en wereldhandel moet houden. Het laveert tussen machtige farma-reuzen, regeringen in ontwikkelingslanden en het eigen ideaal om doodzieke, arme patiënten te helpen.

,,Idealiter zou je het soms anders willen'', geeft Wehrens toe. Dat geldt voor het sneller en goedkoper leveren van middelen aan landen in nood. De strikte kwaliteitseisen die IDA zichzelf stelt -alles gaat eerst via Amsterdam, tot water toe, en wordt in het eigen lab getest- staan daarmee wel eens op gespannen voet.

Het geldt ook voor 'deals' met de grote fabrikanten, hoewel de stichting vooral zakendoet met kleinere producenten van de zogeheten generieke medicijnen, die niet de naam van de grote merken dragen en een stuk goedkoper zijn. Dan moet IDA bijvoorbeeld leven met voorwaarden dat het een geneesmiddel wel goedkoop aan vluchtelingen in Oeganda mag leveren, maar niet in buurland Kenia, omdat de fabrikant daar zelf grote commerciële belangen heeft. Of het kan een schimmelbestrijdend medicijn alleen verstrekken voor hersenvliesontsteking en niet voor de talloze malen vaker voorkomende mond infecties, waaraan seropositieven lijden. Dan is het zwaar onderhandelen om de farmareus wel zover te krijgen.

In hetzelfde licht moet ook de 'deal' met het Amerikaanse bedrijf Pharmacia worden gezien. Want natuurlijk had Ida veel liever dan de nu aangeboden aidsremmer 'rescriptor' het patent gehad op een middel dat wel op de lijst van essentiële middelen van de wereldgezondheidsorganisatie (WHO) staat. En nog liever de patenten op een complete cocktail (drie soorten middelen), die nodig is om de ziekte af te remmen. Toch ziet Wehrens het als ,,een doorbraakje, dat vijf jaar geleden onmogelijk was geweest''. Het kwalitatief goede middel zal vele malen goedkoper op de markt komen, een enorm voordeel op de twee andere geneesmiddelen in dezelfde categorie, voorspelt hij. De apotheker sluit niet uit dat het dan alsnog op de WHO-lijst komt, want ook Genève kijkt naar prijzen.

Belangrijker nog is dat de overeenkomst andere farma-bedrijven kan aanmoedigen om op vrijwillige basis hun patenten vrij te geven voor arme landen. Wehrens hoopt op de 'grote' producenten van aidsmiddelen, GlaxoSmithKline en Merck.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden