Review

Medicijn tegen plat realisme

Bijna veertig jaar geleden, in 1964, verscheen de eerste ver-taling in het Nederlands: 'De Aleph en andere verhalen' van de Argentijnse schrijver Jorge Luis Borges. Die was toen nog vrijwel onbekend in ons land, hoewel hij in de jaren vijftig in Frankrijk al een grote faam genoot. Borges zelf, vijfenzestig jaar oud en bijna blind, kwam naar Nederland en op een receptie te zijner ere bij zijn uitgever De Bezige Bij zien we hem omringd door bewonderende schrijvers: Mulisch, Vinkenoog, Bernlef, Lehmann, Hoornik.

Sindsdien is Borges ook in Nederland een begrip. De vertalingen volgden elkaar op in de jaren zeventig en tachtig, en aan het eind van het millennium kwamen de 'Werken in vier delen' uit, een soort verzameld werk. Die zijn nu, ongebonden, herdrukt en in een cassette verkrijgbaar. Het is te hopen dat Borges een nieuwe generatie lezers, en wellicht ook schrijvers, aanspreekt.

De geschiedenis zou zich dan enigszins herhalen, want in het begin van de jaren zeventig werd Borges op handen gedragen door schrijvers als Doeschka Meijsing en Frans Kellendonk, die zich keerden tegen een oppervlakkig soort realisme, waarin weinig ruimte overbleef voor de verbeelding. Borges belichaamde hun ideaal: een schrijven dat niet over de werkelijkheid gaat, maar een eigen werkelijkheid schept. Borges gaat niet uit van de werkelijkheid, maar van de literatuur, van de taal. Daar komt dan nog een essayistische of filosofische belangstelling bij, waardoor zijn verhalen ook altijd de uitdrukking zijn van zijn wereldbeschouwing.

Harry Mulisch, toen hij via een Duitse vertaling in aanraking kwam met Borges, schrok zo dat hij het boek dichtsloeg: ,,...het was of ik regels van mijzelf uit een andere inkarnatie had gezien!'' Hun beider preoccupatie met tijd en met oude wijsheidsgeschriften, maakt hen sterk verwant. De geschiedenis van de rol van Borges in de Nederlandse literatuur moet nog geschreven worden, maar een klein begin maakt Maarten Steenmeijer in het boekje 'Ontmoetingen met Borges', waarin de ontvangst van Borges' werk en de reacties van schrijvers erop zijn geboekstaafd. Mooie essays van onder anderen Kees Verheul, Cees Nooteboom, Willem Jan Otten, Nicolaas Matsier en Stefan Hertmans. Een prachtig interview met Borges door Barber van de Pol uit 1985, een jaar voor zijn dood.

Als de vier delen verzameld werk in het huidige literaire klimaat, dat toch ook weer gedomineerd wordt door realisme en een gebrek aan verbeeldingskracht, een rol kunnen spelen, zou dat heel wenselijk zijn. Van Borges is veel te leren. Hij heeft het verhaal, dat altijd in de realistische traditie heeft gestaan, omgevormd naar een verhalend symbolisme of een fantastische vertelling. Wereldberoemde navolgers zijn bij voorbeeld Italo Calvino en Umberto Eco. Ook de misschien iets minder bekende Danilo Kis treedt in zijn sporen.

Het is nog niet zo eenvoudig om uit te maken in welk genre Borges vooral uitblonk. Het bekendst is hij geworden door zijn verhalen in 'Wereldschandkroniek'(1935), 'Fantastische verhalen'(1944) en 'De Aleph'(1949), vooral de twee laatste boeken, die het meest typisch Borges zijn.

Van al deze verhalen is 'De Aleph' misschien het mooiste. Daarin komt een man voor die beweert de Aleph gezien hebben, 'de plek waar alle plekken op aarde onvermengd aanwezig zijn, gezien vanuit alle hoeken'. De hoofdpersoon van het verhaal wil ook graag de ervaring van de Aleph meemaken en laat zichzelf opsluiten in de kelder onder de trap, waar de Aleph zich zou bevinden en waar hij hem ook inderdaad aantreft: ,,Nu kom ik bij de onzegbare kern van mijn verhaal; hier begint mijn wanhoop als schrijver. Iedere taal is een alfabet van symbolen waarvan het gebruik een verleden veronderstelt dat de sprekers delen; hoe de anderen de oneindige Aleph over te brengen, die mijn huiverig geheugen nauwelijks kan bevatten?''

Ten slotte geeft hij een enorme opsomming, Borges' specialiteit, van hij allemaal tegelijkertijd gezien heeft. Een fragment: ,,ik zag de omloop van mijn bloed, en ik zag het raderwerk van de liefde en de wijziging door de dood, ik zag de Aleph, vanuit alle punten, ik zag in de Aleph de aarde en op de aarde opnieuw de Aleph en in de Aleph de aarde, ik zag mijn gezicht en mijn ingewanden, ik zag jouw gezicht, en ik werd duizelig en moest huilen, omdat mijn ogen dat geheime, vermoede voorwerp hadden gezien, waarvan de mensen zich de naam toeëigenen, maar dat door geen mens is aanschouwd: het onbevattelijke heelal.''

Maar Borges heeft behalve verhalen ook talloze essays geschreven, elegante en erudiete beschouwingen over tijd en eeuwigheid, boeken, schrijvers, en lezingen, die tot het beste behoren van wat hij heeft uitgesproken (hij moest het later in zijn leven uit het hoofd doen vanwege zijn blindheid). En dan is er nog zijn poëzie, die naar mijn eigen smaak tot de top van zijn werk behoort. In de gedichten komen al zijn motieven en thema's in samengebalde vorm terug. Lees Borges' verhalen, zijn essays en zijn gedichten, en verwonder u over deze geweldige schrijver en zijn labyrint.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden