'Medici mikpunt van terreurbewind Syrië'

Jacques Bérès is medeoprichter van Artsen zonder Grenzen en chirurg. Hij opereerde gewonden - voor een groot deel kinderen - in de Syrische stad Homs. Gevaarlijk werk, maar 'goed voor het artsenego'. Hij hoopt spoedig weer naar Syrië te vertrekken.

Ik ga naar Syrië en ik neem mee... In zijn Parijse appartement vinkt chirurg Jacques Bérès (71) een op het eerste oog wat merkwaardig lijstje met benodigdheden af. Een bril met loepglazen prijkt bovenaan. Dan komt ragfijn operatiedraad dat hij gebruikt om aderen te hechten. Een kleine handboor gaat ook in de tas. Handig om een gaatje in de schedel te boren wanneer de nood aan de man komt en het vocht zich in het hoofd ophoopt.

"Bottenwas. Oef. Dat zou ik bijna hebben vergeten."

Bérès staat op van de bank, loopt naar de gang en vraagt zijn vrouw hem eraan te herinneren dat hij dat zo snel mogelijk bestelt. Liefst vanmiddag nog. "Het lijkt op kaarsvet", legt hij even later uit. Het loopt in de kanaaltjes van het bot en stelpt zo een botbloeding. Buitengewoon vernuftig."

Bérès' vertrek staat voor later deze week gepland. Maar het hoe en het waar is nog onduidelijk.

"Artsen zonder Grenzen heeft me gevraagd, maar het is niet helemaal zeker of dat gaat lukken. Momenteel hebben ze twee teams aan de grens staan, maar het land komen ze niet in. Desnoods neem ik contact op met de mensen die me eerder naar Homs wisten te smokkelen."

Op de salontafel spreidt hij een landkaart van Syrië uit. "De Libanees-Syrische grens is te gevaarlijk nu. Maar wellicht lukt het ergens in het zuiden. Of via het Koerdische noorden. Een land als Syrië inkomen is hoe dan ook meestal eenvoudiger dan er weer uitkomen. Je bent voorbereid, je kunt op je gemak een punt uitkiezen. Andersom is veel lastiger. Er liggen mijnen en overal zijn checkpoints van het reguliere leger. Mensen in vertrouwen nemen is gevaarlijk, want het stikt van de verklikkers."

Bérès weet waarover hij spreekt. Vorige maand was hij in de belegerde stad Homs. In tien dagen opereerde hij daar 89 mensen. Negen gewonden stierven onder zijn handen. Hij behandelde strijders van het Vrije Syrische Leger, maar voor het overgrote deel betrof het burgers die niets met de gewapende strijd van doen hadden. "Er waren veel kinderen onder de gewonden. Aanvankelijk verbaasde dat me. Pas later besefte ik dat dit kwam doordat de Syrische bevolking heel jong is. Meer dan de helft van de Syriërs is jonger dan 25 jaar. Wanneer je dan een stad bombardeert, is het logisch dat een relatief groot deel van de slachtoffers uit kinderen bestaat."

Tot dusver was Bérès de enige westerse arts die erin slaagde Syrië binnen te komen, sinds daar een jaar geleden een opstand tegen president Basjar Assad uitbrak.

In Homs zag hij de hel.

"Overal was rook, huizen en auto's brandden, het was gruwelijk. Vooral in Bab Amro. Troepen van Assad bombardeerden de opstandige wijk van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat en in een enorme frequentie. De huizen hebben geen kelders, de mensen konden geen kant op, want op straat loerden de sluipschutters. Het deed me denken aan Grozny (De Tsjetsjeense hoofdstad, in 1994-'95 kapotgeschoten door het Russische leger, red.)."

Al ruim veertig jaar reist Bérès naar oorlogsgebieden, waar ook ter wereld. Hij leerde het vak tijdens de Vietnamoorlog, waar hij zijn dienstplicht vervulde in een Frans militair hospitaal in Saigon. Met een tiental anderen richtte hij in 1971 de hulporganisatie Artsen zonder Grenzen (AzG) op. Als veldchirurg was Bérès onder meer actief in Liberia, Soedan, Sierra Leone, Rwanda, Tsjetsjenië en Irak. Een jaar geleden reisde hij naar Libië.

Grote hulporganisaties als het Internationale Rode Kruis en AzG kwamen Syrië tot dusver niet of nauwelijks in. Dat knaagde. Bérès besloot daarom zelf een plan op touw te zetten. Daarbij ging hij niet over één nacht ijs. Drie maanden voorbereiding gingen aan zijn reis naar Homs vooraf. In Frankrijk legde hij contact met leden van de Syrische diaspora die de opstand steunden. Ook bleek het niet eenvoudig om een organisatie te vinden die hem wilde uitzenden. Uiteindelijk vond hij twee kleine hulporganisaties bereid: France-Syrie Démocratie en UAM93, een koepelorganisatie van moslimorganisaties gevestigd in Seine-Saint Denis, een gebied even ten noorden van Parijs waar veel immigranten wonen.

Begin februari was het zover. Hij verliet zijn comfortabele woning met uitzicht op het Panthéon en zette koers richting Beiroet (Libanon). Daar werd hij opgewacht door een verzetsgroep die hem diezelfde nacht nog Syrië in smokkelde. "Het was auto in, auto uit. Verkenners op motoren gingen vooruit, dwars door gebied dat werd gecontroleerd door Hezbollah (militante sjiitische organisatie in Libanon, gesteund door het regime van Assad, red.)."

In Homs werkte Bérès in een noodhospitaal op zo'n 300 meter afstand van de wijk Bab Amro, inmiddels weer volledig onder controle van het regime. Vertoond heeft hij zich er niet. "Mijn gastheren zeiden dat daar geen enkele medische faciliteit was en het derhalve weinig zin had om daar te gaan zitten." Gewonden uit de belegerde wijk bereikten hem via omwegen. Vaak met grote risico's voor de mensen die hen transporteerden.

Niettemin waren de omstandigheden waarin Bérès werkte ongekend zwaar. "Het was ijzig koud en het ontbrak echt aan alles, aan medicijnen, maar ook voedsel, water en brandstof waren er nauwelijks." Van een steriele werkomgeving was geen sprake. "Dat betekent dat je operaties aan het hoofd en de borst eigenlijk niet meer verantwoord kunt uitvoeren. Tegelijk geldt: wanneer mensen zwaar gewond binnenkomen, dan heb je geen keuze, dan moet je opereren. Of ze dan een infectie oplopen is van later zorg."

Bérès benadrukt dat je in zo'n situatie met snelheid moet zien te winnen wat je aan slechte omstandigheden verliest. En in Homs ging dat het medisch personeel opmerkelijk goed af. "Ik heb veel oorlogen meegemaakt, maar zo efficiënt als ze het daar aanpakten heb ik het niet eerder gezien. Zowel de artsen als het verplegend personeel waren buitengewoon goed opgeleid. Gewonden werden direct door vrijwilligers van de brancard getrokken, kleren werden weggeknipt, wonden direct geïnspecteerd en schoongemaakt. Ik was zeer onder indruk."

Het werk dat Bérès en zijn Syrische collega's verrichten is bepaald niet zonder risico. Want onder het dictatoriale bewind van Assad is het niet alleen levensgevaarlijk om te protesteren, maar ook om medische hulp te bieden. Dat concludeerde de Frans-Amerikaanse schrijver Jonathan Littell vorige maand in een zeldzame (en ook in het Nederlands vertaalde) reportage vanuit Homs. Hij tekende ijzingwekkende getuigenissen op van artsen en verplegers die zeiden te zijn gemarteld door veiligheidsdiensten van het Syrische leger enkel en alleen omdat ze zorg hadden verleend aan de gewonde bevolking van Bab Amro.

Niet alleen medisch personeel, ook de gewonden zelf waren volgens Littell systematisch doelwit van het regime. Hij stelde vast dat gewonden niet naar meer officiële ziekenhuizen durfden uit angst daar alsnog te worden gemarteld. In het geniep geschoten filmpjes die Littell onder ogen kreeg, suggereren dat dit daadwerkelijk gebeurt. In oktober 2011 kwam Amnesty International al met een rapport dat melding maakte van vier staatsgeleide ziekenhuizen in de regio Homs waar sinds het begin van opstand patiënten zijn gemarteld. Ook sprak de mensenrechtenorganisatie zich in felle bewoordingen uit tegen de mishandeling van medisch personeel door het regime (zie kader).

Jacques Bérès kent de verhalen. Aan het waarheidsgehalte twijfelt hij niet, al vindt hij het lastig uit te maken in hoeverre er artsen bij de marteling van patiënten waren betrokken, zoals hier en daar is gesuggereerd. "Zo ja, werkten ze dan vrijwillig mee, of werden ze gedwongen? Iets zinnigs kan ik daar niet over zeggen."

Maar dat artsen die buiten het zicht van het regime zorg aan burgerslachtoffers trachten te verlenen doelwit zijn, lijdt volgens Bérès geen twijfel. "Het Syrische leger wist ongeveer waar we zaten. Er werd gericht op ons geschoten. Ambulances werden tegengehouden, verplegend personeel geïntimideerd of in elkaar geslagen. In de ruim veertig jaar dat ik dit werk nu doe is het voor het eerst dat aanvallen op medisch personeel en faciliteiten onderdeel deel zijn een terreurcampagne."

Angst zaaien is waar het regime in Damascus volgens Bérès op uit is. Ook onder westerse journalisten. "Door een paar keer gericht op ze te schieten, zoals vorige maand in Homs, maakt Assad duidelijk: als je het waagt te komen, dan weten we je te vinden en gaan jullie eraan. Dit is een crimineel regime dat nergens voor terugdeinst om zijn macht te behouden."

Toch duiken er ook verhalen en rapporten op waarin met een beschuldigde vinger wordt gewezen naar de rebellen. Zo concludeerde de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch op basis van ooggetuigenverklaringen dat gewapende oppositionele groeperen zich schuldig maken aan ontvoering, marteling en executies van aanhangers van Assad en leden van diens milities. Goed mogelijk meent Bérès, al heeft hij daar tijdens zijn verblijf in Homs niets van meegekregen. "Ik ben geen mensenrechtenonderzoeker. Ik ben arts en in Homs ben ik eigenlijk amper van mijn plaats geweest."

Wat motiveert hem om zich steeds opnieuw aan het gevaar bloot te stellen? Hulp bieden is de basis, maar er blijken veel aantrekkelijke kanten aan het vak. "Geen twee oorlogsslachtoffers zijn identiek. Kogelwonden heb je al in een oneindig aantal variaties, maar tegelijk heb je te maken met brandwonden, scherfwonden of combinaties van verwondingen. In veertig jaar tijd heb ik nog nooit een en het zelfde geval gehad. Vakmatig is het dus interessant, maar het is ook gewoon razend spannend. Het is een voortdurende uitdaging in omstandigheden en tijd. Alle chirurgen hebben van tijd tot tijd met een spoedgeval te maken - denk aan een zwaar auto-ongeluk - maar in een oorlog zijn vrijwel alle patiënten spoedgevallen.

"Daarbij is het werk ook heel dankbaar. Mensen zijn dolblij dat je er bent, bedanken je voortdurend, zelfs wanneer een operatie niet slaagt, want ze zien dat je alles hebt gedaan wat je kunt. Het is zeer goed voor het artsenego. Maar het werkt ook de andere kant op. Lokale artsen zijn vaak oververmoeid. Dus zodra er dan iemand komt vanuit een westers land - en helemaal iemand die al een beetje op leeftijd is, zoals ik - ervaart men dat als een enorme opsteker."

Arts is gevaarlijk beroep in roerige Arabische landen
Artsen die gewonde opstandelingen behandelen lopen in Syrië aanzienlijke gevaren. Ze riskeren arrestatie en martelingen. Dat stellen Artsen zonder Grenzen en Amnesty International op basis van getuigenverklaringen.

'Waar is de arts, waar is de arts?', luidde de eerste vraag toen veiligheidstroepen van president Basjar al Assad het rebellende stadje Banjas binnentrokken, vertelde een verpleegster via een Skypeverbinding tegen Amnesty. 'Ze sloegen hem heel hard en terwijl ze hem afranselden zeiden ze "Je was in het ziekenhuis, nietwaar? Je hebt gewonden behandeld, is het niet?" Veiligheidstroepen die een universiteitsziekenhuis in Damascus binnenvielen, discussieerden over de vraag wie de artsen zou arresteren. Een arrestatiebevel hadden ze niet. Uiteindelijk werden drie artsen meegenomen op verdenking dat zij informatie hadden gelekt aan de televisiezender Al Jazeera. Ze werden dezelfde avond vrijgelaten. Eén arts keerde terug met een gebroken rib en verwondingen aan arm, rug en oog. Een ander had een gebroken tand en verwondingen op zijn rug.

Syrië is niet het enige land in het Midden-Oosten waar artsen die gewonde demonstranten behandelen risico's lopen. Zo werd vorig jaar in de golfstaat Bahrein een groep van twintig artsen gearresteerd die hulp hadden verleend tijdens het neerslaan van een opstand van sjiitische moslims. De formele aanklacht luidde: medicijnendiefstal en bezetting van een regeringsziekenhuis. Ook werden de artsen beticht van haatzaaierij. In september werden zij veroordeeld tot gevangenisstraffen variërend van vijf tot vijftien jaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden