’Medea’ is meer dan alleen Maria

De Amerikaanse bariton Dale Duesing regisseert Cherubini’s ’Medea’. Het is de tweede operaregie in zijn ’nieuwe’ carrière.

Hij zou eigenlijk met de vut kunnen gaan. De Amerikaanse bariton Dale Duesing debuteerde op zijn 21ste in de Verenigde Staten en beleeft nu zijn 40ste jaar als professioneel zanger. Maar nog steeds is Duesing een veelgevraagd zanger, en niet op de geringste plekken in de wereld. „Er lopen biljoenen baritons rond en het feit dat ik nog steeds zoveel werk heb, is natuurlijk een zegen.”

In Nederland kennen we Dale Duesing vooral van zijn optredens bij De Nederlandse Opera. Zijn medewerking aan de wereldpremière van Alfred Schnittke’s opera ’Life With An Idiot’ was een groot succes. Opzien baarde de bariton in Amsterdam met zijn rol van Tsjaikovski in Peter Schats ’Symposion’. Duesing heeft de naam uit te munten in modern repertoire, maar in het Muziektheater was hij ook een hilarische Beckmesser in Wagners ’Die Meistersinger von Nürnberg’ en in Aix-en-Provence werkt hij momenteel als Alberich mee aan de ’Ring’ van Rattle.

Duesing is blij dat hij als zanger nog steeds zo actief is, al laat hij tijdens het gesprek wel doorschemeren dat hij zijn vocale activiteiten langzaamaan wil afbouwen. Sinds 2004 heeft Duesing er namelijk een baan bij gekregen. Die van operaregisseur. In de Frankfurter Oper ensceneerde hij Rossini’s ’Il viaggio a Reims’. Het succes was groot en een nieuwe carrière leek geboren. Bij de Nationale Reisopera regisseert hij nu met ’Medea’ van Luigi Cherubini zijn tweede opera; de voorstelling gaat komende zaterdag in première.

Dale Duesing is niet de enige operazanger die in een later stadium van zijn carrière gaat regisseren. Elisabeth Schwarzkopf waagde zich eraan (geen succes), Renata Scotto ensceneerde een enkele opera (vooral héél ouderwets), Brigitte Fassbaender sprong in het diepe. Tenor Laurence Dale regisseerde twee jaar geleden bij de Reisopera ’L’Opera seria’ van Florian Gassmann. Die productie was zó succesvol dat de beroemde Mozart-tenor dit seizoen bij de Reisopera als regisseur is teruggevraagd voor Offenbachs ’Les contes d’Hoffmann’.

Het regisseren kwam voor Duesing niet pardoes uit de lucht vallen. De afgelopen vijftien jaar kreeg hij al vaak aanbiedingen. „Het leek wel alsof het idee dat ik zou moeten regisseren in ieders gedachten was, behalve in de mijne. Dirigent Antonio Pappano hoorde mij bijvoorbeeld tijdens repetities wat suggesties doen aan regisseur Luc Bondy; later vroeg Pappano mij of ik ooit serieus aan regisseren had gedacht. Nou, nee. Het stond niet op mijn verlanglijstje van dingen die ik nog wilde doen, maar toen het zich buiten mijn schuld aan mij begon op te dringen, groeide het besef dat het wel geweldig zou zijn om het eens te proberen. En toen Bernd Loebe in Frankfurt mij weer eens het vuur na aan de schenen legde, heb ik uiteindelijk ’ja’ gezegd.”

Op de vraag of Duesing het regisseren ervaart als een soort wraak op de rariteiten en onmogelijkheden die regisseurs hem al die jaren in de maag hebben gesplitst, volgt een klaterende lach. „Nee, absoluut niet! Ik heb gedurende mijn carrière met de beste operaregisseurs samen mogen werken. Sommigen waren in mijn ogen zelfs geniaal, zó goed in het inspireren van mensen. Wij zangers weten meestal wel wat we kunnen en aankunnen; goede regisseurs weten je net iets verder te krijgen. Het enige waar ik een hekel aan had en heb, zijn regisseurs die niet communiceren, die niet praten over hun ideeën. Maar uit bijna alle producties waaraan ik heb meegewerkt, heb ik iets waardevols meegenomen. Dus nee, wraakgevoelens heb ik absoluut niet.”

Guus Mostart, intendant van de Nationale Reisopera, stelde Duesing voor om ’Medea’ te komen regisseren. „Ik was daar hoogst verbaasd over”, herinnert Duesing zich. „Cherubini’s ’Medea’ wordt haast nooit meer uitgevoerd. De opera wordt beschouwd als een vehikel voor sopranen die de rol aankunnen. Je denkt als je het over ’Medea’ hebt meteen aan Maria Callas, die met haar vertolkingen de opera weer op de kaart zette. Mijn moeder nam me ooit als klein jongetje mee naar een ’Medea’ met Callas, en ik weet nog dat ik vond dat ik iets heel vreemds had meegemaakt. In eerste instantie wilde ik niet op het aanbod ingaan, maar toen Guus bleef aandringen, ben ik er serieus over gaan nadenken. Ik ben een groot fan van de periode waarin Cherubini zijn opera schreef; in 1797 zitten we op het scharnierpunt tussen de Klassieke en de vroeg-Romantische tijd.”

„’Medea’ is een verbazingwekkend werk, ontroerend, overweldigend zelfs. De vernieuwende muziek, de progressieve taal van de partituur werd opgepakt door Weber, Wagner en Berlioz. Beethoven zag in Cherubini de grootste componist van zijn generatie. De mooie tekst van François Benoît Hoffmann is helemaal niet typisch voor die tijd. Het gaat over vreselijke zaken, over moord. Het Franse publiek was in de jaren vóór 1797 door zo’n vreselijke en moorddadige periode heen gegaan. Maar ik ga het in mijn enscenering niet aan die revolutionaire tijd vastklinken. Het thema van deze opera is namelijk helemaal niet ouderwets of achterhaald. Een opera over een moeder die haar kinderen vermoordt uit wraak op de man die haar verlaten heeft, staat niet zo ver van ons af als we denken. Fatale familiedrama’s met verwarde moeders of vaders komen ook in onze tijd voor – steeds vaker. We kunnen ons met het beklemmende verhaal van Medea de moeder identificeren.”

„Maar ik probeer in mijn productie ook af te komen van het idee dat dit een opera over Medea alleen is. Dat idee heeft de ontwikkeling van het werk in de weg gestaan. ’Medea’ kwam alleen tot leven als er toevallig een sopraan als Callas voorhanden was. Maar je hebt volgens mij niet echt het stemtype van een dramatische sopraan nodig; meer een sopraan met drama in zich. Vergeet niet dat Cherubini het werk voor een klein theater schreef. En de personages rondom Medea moeten ook tot leven komen. Dit is een verhaal over een driehoeksverhouding, dat plaatsvindt op de ruïnes van een huwelijk.”

In samenwerking met dirigent Jan Willem de Vriend heeft Duesing gezocht naar een eigen versie van de opera. Oorspronkelijk is die op een Franse tekst geschreven en worden muziek en zang afgewisseld met gesproken tekst: declamatie. Oostenrijker Franz Lachner veranderde na Cherubini’s dood die dialogen in door orkest begeleide recitatieven. De tekst werd in het Italiaans vertaald en zo werd de opera beroemd.

„We hebben overwogen om de originele Franse versie te doen, maar het probleem is dat je in de internationale operawereld met te veel accenten te maken hebt. Een Poolse, Amerikaanse of Duitse zanger kan niet goed recht doen aan de Franse taal. We houden ons nu in de basis aan de versie die Cherubini zelf voor Wenen maakte, mét Lachners recitatieven. Daar waar Lachner naar onze mening te pompeus wordt, hebben we wat orkestrale dreunen weggehaald en stopten we een klein beetje van de originele Cherubini terug in onze versie. We hebben niets opnieuw gecomponeerd, alleen her en der wat weggelaten en wat recitatieven geschrapt. Ik heb het gevoel dat het op deze manier het best werkt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden