Medaille op Spelen geen garantie voor meer leden

'Ouders moeten realistisch blijven: willen de kinderen alleen kampioen worden of vinden ze de sport leuk?'

Op de dag dat Rick van de Ven bijna een bronzen medaille won bij het handboogschieten in Londen rinkelde de telefoon continu bij handboogsportvereniging Brederode in Haarlem. "Negen aanmeldingen voor de introductiecursus", vertelt Johan van Dijk, verantwoordelijk voor de cursus. "Ze hadden allemaal op tv gezien hoe leuk de sport is. Normaal gesproken hebben we maar twaalf geïnteresseerden per half jaar."

Helaas zal dat ene olympische optreden niet zorgen voor meer handboogschutters, zegt hoogleraar sportontwikkeling Maarten van Bottenburg. Succes op belangrijke toernooien leidt volgens hem bijna nooit tot meer leden bij sportverenigingen. "Zodra er weer iets anders in het nieuws is, is de sporthype voorbij."

Neem de magische dag voor het Nederlandse waterpolo: 21 augustus 2008. Op die datum werden de waterpolodames tijdens de Spelen in Peking olympisch kampioen. Kinderen die de spannende finale thuis op televisie hadden gekeken, wilden ineens op waterpolo. Bij zwemverenigingen stroomden de aanmeldingen binnen, maar de animo verdween naarmate het goud weer op de achtergrond raakte. Het resultaat: in het seizoen na de Spelen drie- tot vierduizend extra kinderen op waterpolo. Na een jaar waren daar nog drie- tot vierhonderd van over. Nu, vier jaar later, is het goud-effect niet meer te zien.

Maakt het dan helemaal niet uit hoe topsporters presteren? In Friesland zitten sinds Epke Zonderland wel steeds meer jongetjes op turnen. En nadat judoka Anton Geesink olympisch kampioen werd in 1964, werd de sport ineens populair. "Bij sommige nieuwe sporten, zoals judo destijds, zie je wel dat een grote prestatie tot meer aanmeldingen leidt", zegt Van Bottenburg. "Hetzelfde effect had het succes van darter Raymond van Barneveld."

Veel belangrijker nog dan het aantal medailles is hoe de bonden succes op de Spelen weten te verzilveren. De sport actief promoten en rondom belangrijke toernooien introductiecursussen aanbieden, werkt volgens de hoogleraar het beste.

Dat is precies wat zwembond KNZB probeert. Anders dan vier jaar geleden - toen de bond werd verrast door het goud van de waterpolodames - wordt de zwemsport nu actief gepromoot. Destijds werden ook introductiecursussen opgezet, maar pas na de verrassing van het goud. "Nu houden we rekening met kinderen die de nieuwe Ranomi willen worden", vertelt KNZB-directeur Jan Kossen. "Daar moet je wel de faciliteiten voor hebben, zoals extra zwemwater. Aan wachtlijsten heb je niets."

Schermbond KNAS probeert het moment van de Spelen ook aan te grijpen om de sport te promoten. Zo worden er in de periode rondom het toernooi extra schermclinics aangeboden. Alleen de snelle uitschakeling van Bas Verwijlen past niet in dat plaatje, omdat de sporter nu veel minder op televisie is. "Wij denken niet dat alleen een medaille de sport groter kan maken, maar juist de momenten waarop mensen schermen op tv zien", vertelt bondsdirecteur Teun Plantinga. Hoe vaker schermen in beeld, des te sneller potentiële schermers zich aanmelden, is het idee. "In dat opzicht had het geholpen als Bas wat verder was gekomen."

Uiteindelijk komt het er natuurlijk op neer dat kinderen de sport vooral leuk moeten vinden. Van Bottenburg: "Neem de gouden medaille van Maarten van der Weijden in 2008 bij het open water zwemmen. Je kunt die kinderen wel aan het IJsselmeer zetten, maar je zult zien dat ze binnen de kortste keren weer afhaken. Ouders moeten realistisch blijven: willen de kinderen alleen kampioen worden, zoals Maarten van der Weijden, of vinden ze de sport leuk?"

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden