Mecenas schenkt Koblenz Wilhelm I op paard van Troje

Van onze correspondent BERLIJN - Kurt Tucholsky noemde het in 1930 smalend 'een vuistslag uit steen', en in '45 schoot een Amerikaanse squadron het in stukken. Maar sinds gisteren staat “het lelijkste en grootste ruiterstandbeeld ter wereld” (Suddeutsche Zeitung) weer op zijn plaats. Precies daar waar Rijn en Moezel samenstromen, am Deutschen Eck bij Koblenz, heeft hij met hengst en al zijn granieten, Azteekse sokkel opnieuw bestegen: de eerste Duitse keizer Wilhelm I.

Zestig ton weegt de bronzen replica, vierendertig meter hoog is hij (met sokkel) en alleen de maarschalksstaf is twee meter lang. Rijnschippers en dagjesmensen kunnen zich over het gevaarte verwonderen waarover Heinz-Peter Volkert, oud-CDU-president van de landdag van Rijnland-Palts in een begeleidende brochure schrijft: “Met de wederoprichting van het ruiterbeeld wordt niet het Wilhelminische Rijk, maar een landschappelijk ensemble hersteld, waarvan de betekenis kunsthistorisch en vooral toeristisch, maar zeker niet politiek geduid moet worden.”

Een onschuldige attractie? Maar waarom klonken gisteren tussen het applaus van de toegestroomde Koblenzenaren dan die protesten door? Daar werd gesproken van een fout en verschrikkelijk nationalisme, en werd op een spandoek het hoofd van Wilhelm door dat van Adolf Hitler vervangen. De voorgeschiedenis is bizar genoeg.

Opgericht werd het ruiterbeeld oorspronkelijk in 1897 in opdracht van Wilhelms kleinzoon Wilhelm II. Tot irritatie van Frankrijk moest het de zegevierende keizer herdenken na de slag bij Sedan op 2 september 1870, de dag waarop het leger van Napoleon III voor de oprukkende Pruisische troepen moest capituleren. Die tweede september bleef tot 1935 de enige uitbundig gevierde nationale feestdag die de in 1870 gevormde Duitse staat ooit had.

Dat die tweede september gisteren als datum was gekozen voor een terugkeer van de keizer berustte dus niet op toeval. Honderd jaar geleden schreef een journalist uit de Elzas al: “Vergeet men soms dat men met het feest voor Wilhelm I vooral de overwinnaar van de Fransen bejubelt?”

Men vergeet. Want het is nauwelijks voorstelbaar dat die Koblenzenaren gisteren de triomf op de Franzosen in hun achterhoofd hadden toen die kolos weer op zijn sokkel zakte. Maar is het een gelukkig tijdstip een omstreden beeld te bejubelen juist nu de Frans-Duitse verhoudingen onder druk gekomen zijn? Is de macht van de Bundesbank niet pijnlijk genoeg?

Koblenz is notabene een partnerstad van Maastricht, maar tijdens de Franse revolutie was de stad verzamelpunt voor de monarchistische reactie, later bestuurszetel van het Franse departement Rhinet-Moselle, weer later hoofdstad van de Pruisische Rijnprovincie en tenslotte, aardig detail, geboortestad van de Franse oud-president Valerie Giscard d'Estaing.

Geen enkele deelstaatsregering van Rijnland-Palts zou het in zijn hoofd gehaald hebben om bronzen Wilhelm weer te laten terugkeren - Theodor Heuss, de eerste president van de bondsrepubliek, liet het in '53 zelfs verbieden, althans zolang Duitsland gedeeld was.

Uitgever-miljonair Werner Theisen dacht daar anders over. Hij wilde zes jaar geleden zijn zestigste verjaardag vieren met een cadeau aan zijn geboortestad Koblenz, en legde drie miljoen D-mark op tafel om de replica te laten gieten. De latere en huidige deelstaatsregering onder premier en SPD-leider Rudolf Scharping vroeg zich af of ze daarmee het paard van Troje binnenhaalden.

In '91 zei Scharping nog: “We zijn niet vrij in het kiezen van onze geschiedenis, maar wel in wat we als goede tradities willen behouden.” Hij was dus tegen, maar het beeld is er toch gekomen. De uitgever-mecenas overleed onlangs, maar de vraag is nog of Scharping acte de presence geeft, als op 25 september het volksfeest aan de voet van de sokkel losbarst.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden