MC Brainpower

Gert-Jan Mulder (Antwerpen, 1975) is beter bekend als mc Brainpower. In 1998 won hij de Grote Prijs van Nederland, categorie R&B/Hiphop. In 2001 verscheen zijn eerste cd: ’Door merg en brain’. In 2002 brak hij bij het grote publiek door met de single ’Dansplaat’. Deze week verscheen zijn boek ’Tekst & uitleg’, waarin zestig lyrics zijn opgenomen en de rapper vertelt over de ontstaansgeschiedenis van zijn teksten.

Edo Sturm

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

„Ik vind religie op zich wel interessant, maar ik hou me er niet zo mee bezig. Alles wat ik doe zit in de eerste plaats gevangen in een artistiek frame. Muziek is mijn ding. Ik geloof in een hogere macht, absoluut. Meer wil ik er niet over zeggen omdat ik dan gewoon maar wat zou gaan verzinnen om je van dienst te zijn. Ik respecteer gelovigen, heb een diep ontzag voor de manier waarop, bijvoorbeeld, mijn vader zijn werk als predikant heeft gedaan.

Een paar jaar geleden werd hij, na zijn laatste dienst, door allerlei collega’s toegesproken. Daarna kreeg ik het woord. Ik had niets voorbereid. Het eerste wat me te binnen schoot, was een tekst van Bob Marley: Most people think, great Jah will come from the skies, take away everything and make everybody feel high. But if you know what life is worth, you will look for yours on earth. (De meeste mensen denken dat de grote Jah uit de hemel zal komen, alles zal wegnemen en zal zorgen dat iedereen zich lekker voelt. Maar als je weet wat het leven waard is, zoek je het op aarde, red.) Het citaat slaat op mijn vaders rol in de gemeente – hij is iemand die aanpakt, die goed doet, zonder de zegen van boven af te wachten – maar het zegt net zoveel over de manier waarop ik zelf in het leven sta.”

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

„Jarenlang was de derde plaats bij een bowlingwedstrijd op een verjaardagsfeestje mijn beste prestatie, dus ik kan niet ontkennen dat ik trots ben op de talloze beeldjes en prijzen die ik inmiddels heb gewonnen, maar de intrinsieke waarde ervan is natuurlijk nul. Het is mooi dat ik drie jaar achter elkaar een TMF Award heb gekregen – het staat voor een zekere erkenning van een bepaalde doelgroep – maar ik moet je bekennen dat ik een week geleden pas een Ikea-plankje heb gekocht om die dingen allemaal op te zetten.

Het zou mijn creativiteit alleen maar belemmeren als ik me op die prijzen ging focussen.”

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

„In Cathy, een rap die over mijn overleden tante gaat, zeg ik: weet ik al zoekende beter hoe dit voor m’n moeders moet wezen/ dus mamma, dit is voor jou en je mama/ ’t werk is onbegonnen, wil niet vloeken/ op m’n tong ligt toch die godverdomme en waarom he? Verder dan stoere praat/ sinds waar ik over rap op deze plaat/ weet ik waar het leven om draait. Ik weet nog dat ik, toen ik dit schreef, dacht: die vloek is natuurlijk het laatste wat mijn vader van mij wil horen, maar het móest eruit omdat ik woest nijdig was. Ik hou niet van dat woord, maar het was nodig, begrijp je? Ik wil niet hard zijn, niet beledigend, maar wat ik zeg moet wel kracht hebben. Dat is de kern van hiphop. Ik wil er hier niet al te veel woorden aan vuil maken, maar het beeld van hiphop is, door al die clips met auto’s en blote wijven, volledig uit balans. De kracht van lyrics, man, dáár gaat het om. KRSONE, Rakim: zo poëtisch, zo eloquent kan hiphop zijn. Het is meer dan yo, shit, fuck, fok en bitch. Die gangsterkant van hiphop wordt er vooral door de commercie uitgelicht. Een ruzietje tussen 50 Cent en The Game krijgt op MTV alle aandacht, terwijl de plaat die Nas met zijn vader maakt veel minder sensationeel is en onopgemerkt voorbij gaat.

Ik maak ook wel eens een woordgrap – in Pro zeg ik: doe in een handomdraai wat jullie jaren al weer pogen/ rappers klinken enkel kut, als de vaginamonologen – maar het draait uiteindelijk natuurlijk om de kracht waarmee je je gevoelens verwoordt. Dat is, na muziek, mijn grootste drive. Kijk, hiphop gaat ook over het delen van ervaringen. Ik wil lyrics schrijven waarmee mensen zich kunnen vereenzelvigen en ik moet als artiest tegelijkertijd entertainen. Move the crowd! Dat is iets wat ik, letterlijk en figuurlijk, wil blijven doen.”

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

„Tot mijn vijftiende ging ik mee naar de kerk. Ik luisterde naar mijn vaders preken, was benieuwd wat hij er uiteindelijk, na een week sleutelen, van had gemaakt. Ik stapte vaak zijn werkkamer binnen, wilde weten waar hij mee bezig was. Dat hij dominee was, zei me niet zoveel. Daar beginnen anderen steeds weer over. Ze hebben er een bepaald beeld van dat helemaal niet strookt met het beeld dat ik van mijn vader heb. Mijn vader nam me in 1989 mee naar ’Do the Right Thing’ van Spike Lee en besprak fragmenten uit die film in zijn preek op zondag. Dat vond ik prachtig. Hij luistert al twintig jaar naar hiphop. Een vooruitstrevende, lieve, oprechte man. Wat nou, dominee? Waar heb je het over man? Zo heb ik hem nooit gezien, zo ga ik niet met hem om. Ik geniet van zijn aanwezigheid, iedere keer weer. Hij heeft me natuurlijk wel essentiële normen en waarden meegegeven, maar in het geloof heeft hij me vrij gelaten. Dat is volgens mij heel goed geweest want nu ik ouder word, kom ik vanzelf met mijn vragen bij hem terecht.”

V Eer uw vader en uw moeder

„Ik ben gezegend met begripvolle, lieve ouders. Superouders, echt waar. Hun liefde en support zijn onvoorwaardelijk. Ik geef ze de credits wanneer ik maar kan. Ik draag mijn boek ’Tekst en uitleg’ op aan mijn vader en voor mijn moeder heb ik onlangs een lief liedje geschreven. Ik bedank mijn zussen op mijn laatste album en in een nieuwe clip, ’Terug’, zie je mijn oma, backstage in Ahoy’. De familie is mijn basis.”

VI Gij zult niet doodslaan

„Ik zal die blik in zijn ogen nooit meer vergeten. Het was de avond voor zijn eerste zelfmoordpoging. Ik kreeg door de manier waarop hij me aankeek een enorm drukkend gevoel op mijn borst; ik begreep op een of andere manier dat hij geen uitweg meer zag. Ik heb het op dat moment natuurlijk niet zo geregistreerd, maar die machteloosheid, ja, die heb ik echt gevoeld. De volgende dag ging, tijdens het eten, de telefoon. Michiel lag in het ziekenhuis. Ik ernaartoe. Praten, praten, praten. Langzaam maar zeker ging het beter met hem, maar net toen ik dacht: hij komt er bovenop, hij ziet het weer zitten, ging hij er toch ineens vandoor. We waren zeventien, achttien. Hij was mijn beste vriend. Shit, man, ik kan er nog steeds niet‿ weet je dat ik voor elk optreden even aan hem denk? We maakten samen muziek, alles stond voor ons open, we hadden grote plannen. Het was echt een trap in mijn gezicht. De boodschap was duidelijk: dit leven is geen fok waard. Ja, ik voelde me schuldig: had ik hem niet om kunnen praten? En boos: waarom laat je me zitten? Zijn moeder zei: ’Michiel is natuurlijk gewoon ook een beetje Michiel.’ Stronteigenwijs, bedoelde ze. En dat was-ie ook. Michiel ging zijn eigen gang. Ik kon er geen reet aan doen. Niemand kon er iets aan doen. En toch‿ Ik werkte in die tijd, in het weekend, op de emballageafdeling van Albert Heijn en dan zag ik, door mijn luikje, zijn moeder door de winkel lopen. Als ze er niet was, voelde ik, terwijl ik die stomme colaflessen stond op te ruimen, de pijn, het gemis, de melancholie. Dan wist ik haast hoe ze zich moest voelen: waarom zou je nog boodschappen doen – al die triviale shit – terwijl je kind is doodgegaan? Dat vind ik nog steeds het moeilijkst: zijn familie onder ogen komen. Het zijn fantastische mensen, we gaan heel relaxed met elkaar om, maar ik denk vaak: als voor mij het gat steeds groter wordt, hoe moet het dan voor hen zijn?

Toch heb ik toen besloten om door te gaan, om de weerstand te overwinnen, om niet toe te geven aan mijn verdriet. Ik moest ermee dealen; laten zien wat ik waard was. Mijn spirit mocht niet breken. Ik heb me vastgeklampt aan de muziek; de passie die we deelden. Zo heb ik mezelf erdoorheen gesleept. En zo is hij mijn beste vriend gebleven. Ik zal hem nooit vergeten.”

VII Gij zult niet echtbreken

„Heb ik wel eens gezegd dat ik die ’Hollywood-huwelijken’ wel begrijp? Je hebt gelijk: ik heb nu zelf zo’n soort relatie (met Hind, Idols-finaliste, AV), maar ik ben er niet naar op zoek gegaan, als je dat soms denkt. Het is een cliché: juist als je er helemaal niet bezig bent, komt zoiets op je pad. We kwamen elkaar vanzelf tegen. Ken jij dat gevoel dan niet? Dat je iemand leert kennen van wie je denkt: met haar wil ik verder? Nou dan! Het is geweldig om zoveel te kunnen delen. Als Hind in het buitenland moet optreden, weet ik precies hoe dat is. Zij weet wat er allemaal bij komt kijken als ik een clip moet opnemen. We kennen het vak, we kennen de disciplines. Dat is een enorm pluspunt. En dat mensen het kennelijk interessant vinden dat wij een duo vormen; dat we bekijks trekken, moeten we daar maar tegen wegstrepen.

Nee, ik ben niet in een relatie gevlucht om aan de verleiding in de muziekwereld te ontsnappen. Ik heb liever meerdere hits en één vrouw, dan één hit en meerdere vrouwen. Die ene vrouw heb ik nu gevonden en ik ben zuinig op haar. Of, om Marvin Gaye te citeren: don’t play with something you should cherish for life. Het gaat er toch om dat je gelukkig bent en blijft met iemand? Ik vind dat mooi, fascinerend, inspirerend: hoe krijg je zoiets voor elkaar? We vullen elkaar aan als mensen - dat in de eerste plaats – maar ik geloof ook dat we samen een liedje kunnen schrijven. We leren van elkaar. Laatst vroegen ze me in een radio-uitzending wie ik de beste genomineerde voor de 3FM Awards vond. Hind, zei ik. Iedereen denkt dan dat ik dat zeg omdat ze mijn vriendin is, dat is natuurlijk óók zo, maar ik meen het echt. Ze is gewoon hartstikke goed.”

VIII Gij zult niet stelen

„Of samplen diefstal is? Dan moeten we even terug naar de origine van hiphop. In het midden van de jaren zeventig gebruikte men flarden van platen om onenigheid op een creatieve manier op te lossen. In plaats van te vechten werd er muziek gemaakt, gerapt, gedanst. Ze sampleden lukraak, niets werd aangegeven of gecleard, zoals dat heet. Dat ging goed totdat er advocaten opstonden die zeiden: ’Hee, wacht eens even! De rechten van dat nummer liggen bij‿’ afijn, al snel werd duidelijk dat er heel veel geld verdiend kon worden en sindsdien wordt alles tot achter de komma geregeld. Maar dat is niet waar het in hiphop over gaat: je leent een beetje bij elkaar en je maakt er iets nieuws van. Het zijn de publishers, de managers of de platenmaatschappijen die over de rechten beginnen. Ik vind wel dat dingen zakelijk eerlijk moet gaan, maar verder ben ik daar helemaal niet mee bezig. Bovendien: soms heb ik de dingen die ik van een ander gebruik, zo verknipt en gefilterd dat je er met geen mogelijkheid het origineel meer in kunt herkennen. Ik vind wel dat kunst beschermd moet worden, maar tegelijkertijd wil ik me vasthouden aan waar hiphop voor staat: die onbezonnen, positieve, haast kinderlijke kracht, die strijd met woorden, die dans‿ dat enthousiasme blijft voor mij het uitgangspunt. En dat is niet alleen voor de muziek zo. Ik zoek overal de kern, de thrill, de vlam. Elke dag weer.”

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

„Ik durf hier niet te claimen dat ik het zelf allemaal zo goed weet, maar ik kan heel slecht tegen leugenachtigheid, tegen onredelijkheid, tegen onoprechtheid, of aan het lijntje gehouden worden. Ik wil ook graag over mensen spreken waar ze bij zijn. Ik hou niet van roddel en achterklap. De wereld is zo klein, dat zie je vooral als je toert: je komt iedereen altijd weer tegen. Je moet eerlijk zijn, consequent in wat je zegt en denkt, dan kom je ook niet voor verrassingen te staan.

Ik weet niet of het moeilijker wordt om oprecht te blijven, maar ik kan je wel zeggen dat ik het wel beu werd om steeds maar te moeten horen dat ik zo ’relaxed’ ben. ’Hee, man’, zeggen ze dan, ’dat had ik helemaal niet verwacht!’ Mijn grootste vraag is: waarom eigenlijk niet? Ze zien mijn kop op tv, lezen één interviewtje, denken iets te weten over hiphop en gaan er dan van uit dat ik zus of zo in elkaar zit. Ik heb echt moeten leren het beeld dat anderen van me hebben los te laten. Je moet een dikke huid kweken en dat kost tijd. Het is allemaal heel steady gegaan: in ’88 begonnen, raps schrijven, opnemen, optredens in buurthuizen, van Alphen aan den Rijn naar Amsterdam verhuizen, Grote Prijs van Nederland, singles, nummer één hits, reizen rond de wereld, van Polen tot New York‿ Het gekke is: ik dacht dat ze me zo langzamerhand wel kenden, maar als je, als artiest even niet op een hitlijst staat, begint het hele verhaal weer van voren af aan.

Het verlies van mijn anonimiteit is part of the deal –- ik wil niet dat mensen dit straks lezen en denken: o, Brain, kan er niet tegen dat hij wordt herkend op straat – maar ik heb er wel aan moeten wennen. In het begin had ik nog de behoefte het beeld dat anderen van mij hadden te veranderen. Dat heb ik nu niet meer.

Het is een paradox: natuurlijk wil ik dat zoveel mogelijk mensen mij zien en horen, maar tegelijkertijd wil straks gewoon met jou een broodje kunnen gaan eten. Ik wil laten zien dat ik overal voor opensta, geen kapsones heb, maar tegelijkertijd vind ik het zo vermoeiend dat iedereen steeds maar een mening over mij heeft, me nawijst, naroept, iets sist als ik voorbij kom. Of het nu positief of negatief is: het gaat uiteindelijk toch onder je huid zitten. Weet je wat ik de grootste dooddoener vind? ’Had je maar geen artiest moet worden!’ Je wordt helemaal geen artiest, je bént het. Je moet een talent ontwikkelen, maar je kunt het jezelf niet aanleren.

Vier jaar geleden merkte ik dat ik door Brainpower werd ondergesneeuwd: te weinig privacy, te veel gedaan, oververmoeid. Dat is de keerzij van mijn drive: doordat ik steeds de thrill zoek, weet ik niet meer van ophouden. Doorgaan, verder, doen! En op een gegeven moment ga je te ver, dan is het ineens op. Ook dáár ga ik nu beter mee om. Ik kan situaties beter inschatten. Ik heb mezelf beter leren kennen. Ja, dat beeld wordt steeds duidelijker. Dat wil zeggen: ik zie nu dat ik heel vroeg wist wat mijn ding was en wat niet. Toen we tieners waren en iedereen uitging en wat rondhing, bleef ik al erg bij mezelf. Zowel persoonlijk als artistiek. Ik was heel serieus met mijn lyrics bezig. Ik wilde waarachtig zijn.

Ik heb, along the way, echt wel een paar fouten gemaakt, maar die waarachtigheid is nog steeds mijn uitgangspunt.”

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

„Natuurlijk wil ik de beste zijn, maar niet ten koste van anderen. Wat ik doe als ik rap heet bragging and boasting, opscheppen, maar dat is art.

Je denkt toch niet dat ik echt iemand kapot wil maken als ik zeg: Brainpower heeft de meeste kracht/ mijn geesteskracht maakt jouw leven af/ negen mc’s geven acht/ ik maak er zeven af?

Dat zijn woordgrappen, of ’spitsvondigheden’ zoals de jury van de Zilveren Harp het noemde.

Het heeft helemaal niets met afgunst te maken. Nee, man, ik wil gewoon gelukkig zijn. Dat is alles. Ik wil een goede vriend zijn voor mijn vrienden, een geliefde voor mijn partner, familie voor mijn familie. Ik geloof dat het succes mij, meer dan wat ook in het leven, vooral heeft duidelijk gemaakt hoe belangrijk mijn naasten voor mij zijn.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden