Internationalisering

Mbo-student gaat steeds vaker naar het buitenland

Mbo-school Hoornbeeck in Amersfoort.Beeld ANP

Een toenemend aantal mbo-studenten kiest voor een buitenlandstage of een studie over de grens.

Het aantal mbo-studenten dat ervaring opdoet in het buitenland stijgt, net als het aantal mbo-instellingen dat tweetalig onderwijs aanbiedt. Het is een opvallende trend, zeker als je bedenkt dat de verengelsing op universiteiten constant onderwerp is van discussie.

Op het mbo juichen ze de internationalisering juist toe, want de ­arbeidsmarkt wordt internationaler. Minister Ingrid van Engelshoven (onderwijs) vindt dat 10 procent van de mbo-studenten in 2023 ervaring op moet hebben gedaan in het buitenland. Een buitenlandsstage moet niet alleen iets zijn voor hoger opgeleiden, zo luidt de redenering.

Mbo-instellingen zijn op streek met dat percentage. Uit een nieuwe inventarisatie van internationaliseringsorganisatie Nuffic blijkt dat van de afgestudeerde studenten in 2017 (het meest recente jaar waarvan de cijfers beschikbaar zijn) 8 procent buitenlandervaring opdeed. In 2013 lag dat nog op 5,7 procent. Verreweg de meeste studenten liepen stage. Spanje, Duitsland, België, het Verenigd Koninkrijk en Malta zijn de populairste bestemmingen. Overigens blijft het mbo nog ver achter bij hogescholen en universiteiten, waar gemiddeld 25 procent van de studenten ervaring opdoet in het buitenland.

“In het mbo ligt internationalisering minder voor de hand dan op een hogeschool of universiteit”, zegt Afra Verkerk, teamleider mbo bij Nuffic. Onterecht, meent ze. “Want je ziet dat die arbeidsmarkt zich internationaler oriënteert.” Ze doelt op internationale bedrijven die zich in Nederland vestigen. “Dan is het handig als je bijvoorbeeld technische handleidingen kan lezen in het Engels of als je met klanten kan communiceren in een andere taal.”

Resultaat

Om die reden is het volgens Verkerk belangrijk dat mbo-opleidingen zich internationaal opstellen. Dat gebeurt steeds vaker. Neem het aantal mbo-opleidingen dat tweetalig onderwijs aanbiedt. Dat is de afgelopen jaren flink gestegen naar meer dan veertig. Het gaat in de meeste gevallen om een combinatie tussen Nederlands- en Engelstalig onderwijs. Als een van de weinige heeft het Deltion College in Zwolle een opticien-opleiding waar de helft van de vakken in het Duits wordt gegeven. Ook het aantal mbo-instellingen dat een keurmerk kreeg toegekend vanwege de internationale oriëntatie steeg van nul in 2015 tot meer dan veertig vorig jaar.

Al de inspanningen hebben resultaat. Uit het onderzoek van Nuffic blijkt dat Nederlandse mbo-studenten vaker naar het buitenland gaan dan Duitse collega-studenten. 

Maar het mbo is er nog niet, vindt Verkerk. “Universiteiten hebben een historie van internationalisering, mbo’s niet.” Kinderen van expats die bijvoorbeeld een beroepsopleiding in Nederland willen volgen, hebben het moeilijk omdat de Nederlandse taal nog altijd dominant is. Dat vertaalt zich ook in de cijfers. Terwijl het aandeel buitenlandse studenten aan universiteiten maar toeneemt, is dat op het mbo niet het geval. Er gaan drie keer zoveel Nederlandse mbo-studenten naar het buitenland dan dat er buitenlandse studenten naar Nederland komen.

Bovendien zijn het de studenten van bepaalde richtingen – toerisme en voedsel – die het vaakst kiezen voor een stage in het buitenland. Ook het niveau is van invloed: studenten die een opleiding volgen op mbo-1- of mbo-2-niveau kiezen bijna nooit voor het buitenland. Verkerk: “Het is een andere doelgroep, ze zijn jonger en hebben meer begeleiding nodig. Dat maakt het lastiger.”

Stage lopen in Benidorm en Tanzania

Michelle de Geus (20) vertrok tijdens haar mbo-studie verpleegkunde van haar ouderlijk huis in Dordrecht naar het Spaanse Benidorm. Om daar nog een stage van tien weken in een Tanzaniaans ziekenhuis aan vast te plakken.

In Benidorm werkte ze in een privéziekenhuis. De taalbarrière viel haar mee. “Er kwamen daar veel Engelsen en Nederlanders.” Maar een cultuurverschil was er wel. “De regels in het ziekenhuis waren minder strikt.” De Geus leerde veel in Spanje. “Ik werd zelfstandiger en ik vond het leuk om de praktische ervaring die ik in Nederland had opgedaan, toe te passen op een andere plek.”

In Tanzania vielen de cultuurverschillen pas echt op, zegt De Geus. “Je beseft dan hoe goed de gezondheidszorg in Nederland is. De mensen die geen verzekering hadden, mochten het ziekenhuis pas verlaten nadat ze betaald hadden. Ik heb mensen gezien die doodgingen aan diabetes, dat is bij ons niet voor te stellen.”

Van de 25 mbo-studenten uit de klas van De Geus gingen er vier op buitenlandstage. In juni zou ze voor haar nieuwe studie hbo verpleegkunde stage ­lopen in Shanghai, maar die trip heeft ze vanwege het coronavirus moeten annuleren.

Lees ook: Buitenlandse studenten voelen zich niet thuis in Nederland

Internationale studenten voelen zich niet thuis in Nederland, blijkt uit een enquête van drie studentenorganisaties.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden