Mbo en hbo zijn uit elkaar gegroeid

Opklimmen | Mbo'ers die doorstromen naar het hbo doen het daar vaak niet goed. De Tweede Kamer praat vandaag over dit probleem. De Hogeschool Rotterdam probeert er al iets aan te doen.

Etti Momeni (32) werkte na het behalen van haar mbo-diploma zo'n 1,5 jaar als salarisadministrateur. Maar ze wilde meer uitdaging en meldde zich bij de Hogeschool Rotterdam voor een bacheloropleiding personeelsmanagement. Na een half jaar liep ze vast. Met een man, een dochter van tien en een zaterdagbaantje als receptioniste bij het zwembad was het eigenlijk niet te doen.

"Ik moest stoppen omdat ik een toets te weinig had gehaald", vertelt ze. "Alles moest veel zelfstandiger dan ik had gedacht. Op het mbo wordt steeds verteld wat je moet doen, op het hbo niet." Bovendien voelde ze zich in een klas vol 17-jarigen toch een beetje een buitenstaander. "Iedereen was aardig hoor, maar ik voelde me net een moedertje."

Momeni hoort bij het leger aan mbo'ers dat het niet zomaar redt in het hoger beroepsonderwijs. De cijfers zijn dramatisch: na vijf jaar studeren heeft nog niet eens de helft van alle mbo'ers een diploma behaald voor een vierjarige bacheloropleiding. Bijna een kwart stopt al in het eerste jaar met zijn studie. Havisten overleven vaker hun eerste jaar aan een hogeschool en meer hebben na vijf jaar hun diploma op zak.

Dat is niet altijd zo geweest. Ooit voelden mbo'ers zich goed in het hbo: ze deden het beter dan de havisten. Ze waren vaak al wat ouder, gewend aan werken en hadden meer praktijkervaring dan de jonkies die net van de middelbare school kwamen. Maar dat is veranderd. De aloude emancipatiemotor, dé plek waar arbeiderskinderen terecht konden voor een hoger onderwijsdiploma, hapert.

De sprong van middelbaar naar hoger beroepsonderwijs is moeilijk. Dat komt deels doordat academische vaardigheden, onderzoek, rekenen en taal de afgelopen jaren belangrijker zijn geworden in het hbo, zegt directeur Bert Reul van de Rotterdam Academy, onderdeel van de Hogeschool Rotterdam. Tegelijkertijd is er in het middelbaar beroepsonderwijs minder aandacht gekomen voor algemene vaardigheden en meer voor de voorbereiding op de beroepspraktijk.

Reul: "Dat is misschien erg kort door de bocht, want de praktijk is, zoals we dat zeggen, weerbarstig. Maar we kunnen niet anders dan constateren dat het mbo en het hbo uit elkaar zijn gegroeid."

Dat constateerde in april ook de Onderwijsinspectie in een rapport dat vandaag in de Tweede Kamer wordt besproken. Het is voor kinderen met laagopgeleide ouders moeilijker geworden om een bachelordiploma te bemachtigen. In 2008 kwamen nog zo'n zeven van de tien kansarme leerlingen uiteindelijk in het hoger onderwijs terecht, in 2015 nog maar zes. De ongelijkheid is hier groter dan in andere landen, stelde de inspectie geschrokken vast, en neemt bovendien in rap tempo toe.

Intensieve begeleiding

Reul probeert daar op de Rotterdam Academy iets aan te doen. Aan de rand van het oude Delfshaven, in het gebouw waar ooit stuurlieden en radio-officieren werden opgeleid aan de Hogere Zeevaartschool, zitten nu zo'n 1800 studenten. Dat zijn bijna allemaal mbo'ers, en een enkele havist, die een 'associate degree' (ad-opleiding) volgen: een tweejarige opleiding in het hoger beroepsonderwijs. In het leven geroepen om het gat tussen mbo-4 en bachelorniveau te dichten.

Meer hogescholen hebben dit type opleiding in huis, maar de Hogeschool Rotterdam is de enige die ze allemaal onder een dak heeft gebracht, met een eigen onderwijsvorm en intensieve begeleiding. Meer dan de helft van alle Nederlandse ad-studenten studeert in de havenstad.

"Wij richten ons op studenten met een mbo-achtergrond", zegt Reul. "Dat is een aparte doelgroep die een eigen pedagogische en didactische aanpak vergt. De meeste studenten zijn slim genoeg om een hbo-diploma te halen, maar de overgang is enorm. Daar proberen we zoveel mogelijk in te begeleiden."

Momeni is een van die studenten. "Ik vond het moeilijk te accepteren dat ik niet kon doorstuderen", vertelt ze. Ze is aan het werk in de computerzaal, een kubus in wat de binnentuin geweest moet zijn van de oude zeevaartschool. De rest van het gebouw is kruip-door-sluip-door, met oude glas-in-loodramen en een trap met een enorme omvang.

Ze legt de laatste hand aan haar scriptie. Nog een paar weken en dan krijgt ze haar diploma voor de tweejarige hbo-opleiding 'office management'. Een baan heeft ze al binnengesleept. Na de zomer begint ze als managementassistent op het Albeda College in de stad.

Niet alles van internet halen

Op de Rotterdam Academy bleek Momeni beter te aarden dan in de vierjarige bacheloropleiding waar ze eerder aan begon. "Deze opleiding sloot mooi aan op mijn mbo-opleiding", zegt ze. "Leraren hebben meer begrip voor studenten. Ik heb hier geleerd hoe je moet samenwerken, feedback moet geven. Dat vond ik in het begin moeilijk. Ik heb ook geleerd om zelf naar informatie te zoeken en interviews af te nemen. Je kunt niet meer alles van internet afhalen."

Studievaardigheden als samenwerken en planning zijn voor mbo'ers het grootste struikelblok, zegt directeur Reul. "We zien dat studenten in het eerste half jaar veel punten laten liggen. In het tweede half jaar gaat het vaak beter, maar dan hebben ze al een enorme achterstand. Dat vertelt mij dat studenten het hbo-niveau aankunnen, maar dat ze in het begin bij de hand genomen moeten worden."

Dat moet niet te lang duren, haast hij zich te zeggen, want uiteindelijk levert hij hbo'ers af: mensen die zelfstandig hun beroep kunnen uitoefenen.

Mbo-studenten zijn het volgens hem gewend om "verzorgd te worden, op het pamperen af". Dan is het nogal wat om ineens zelfstandig te moeten leren. In Rotterdam kunnen studenten daarom gratis allerlei zomercursussen volgen: van een cursus plannen of omgaan met faalangst tot een cursus wiskunde of Nederlands. Velen doen dat ook, zegt Reul.

Verder heeft de Rotterdam Academy een eigen team van docenten. Dat zijn mensen die in het verleden op een hogeschool lesgaven, docenten die eerder voor een klas mbo'ers stonden en mensen uit het bedrijfsleven. Sommige docenten geven ook les op de nabijgelegen roc's Albeda College en Zadkine, om daar studenten voor te bereiden op het hbo.

Peuteropvang door hbo'ers

Die aanpak krijgt navolging. Zes andere hogescholen kopiëren de blauwdruk van de Rotterdam Academy en beloofden onlangs om soortgelijke instituten op te zetten. De Brabantse Avans Hogeschool en de Zeelandse HZ University of Applied Sciences starten in september als eerste, ook zij zullen intensief samenwerken met regionale roc's en het bedrijfsleven. Succes dus voor de Rotterdam Academy, maar ook die aanpak is niet zaligmakend. Nog steeds stoppen veel studenten voor ze de eindstreep hebben gehaald.

"We zeggen nog steeds te snel: dit moet je nu kunnen", vindt docent Marchien van Marle. Ze doet onderzoek naar redenen voor de hoge uitval onder mbo'ers. Volgend jaar gaat ze lessen geven van 150 minuten, waarin studenten vijftig minuten zelf aan het werk moeten. Huiswerk maken dus, onder begeleiding. "We moeten deze studenten in alle lessen nog meer bij de hand nemen. Een lesje 'plannen' tijdens de zomer is niet echt effectief", zegt ze.

Is het dan wel nodig, of gewenst, om al die mbo'ers door het hoger onderwijs te jagen? Wat is er mis met goede vakmensen met mbo-diploma? "Daar is helemaal niets mis mee", zegt Van Marle. "Maar werkgevers, de maatschappij, stellen steeds meer eisen. Een deel van de banen op niveau mbo-4 dreigt te verdwijnen." Neem nou de opleiding waar zij zelf lesgeeft: pedagogisch educatief medewerker. Voorheen werden jonge kinderen altijd opgevangen door mbo'ers. Die kunnen prima voor peuters zorgen: gezond eten, handen wassen, schoenen aan, lief zijn voor elkaar.

Maar de gemeente Rotterdam wil dat alle kinderen in de voorschoolse educatie al begeleiding krijgen van hbo'ers, om zo problemen met leerachterstanden te lijf te gaan. Maar hbo'ers met een pabo-diploma of een opleiding pedagogiek op zak willen vaak niet dag in dag uit met kleine kinderen werken. Bovendien hebben ze niet geleerd wat de echte hummels nodig hebben. Dus is de ad-opleiding pedagogisch educatief medewerker opgezet.

Van Marle: "Onze studenten willen graag met kinderen werken. Ze willen hun baan behouden en daarin groeien. Dat betekent dat ze moeten doorstuderen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden