Mayke Nas volgt de groten

Ze werkte al met het Concertgebouworkest. Een prestigieuze beurs om een jaar in Berlijn te werken is het jongste succes van componiste Mayke Nas. Andriessen en Cage gingen haar voor.

Van alle componisten in Nederland wordt Mayke Nas (1972) met meer dan gemiddelde nieuwsgierigheid gevolgd in binnen- en buitenland. Nas componeerde in Nederland voor alle belangrijke ensembles en solisten. Voor het Koninklijk Concertgebouworkest is ze op dit moment alweer een tweede werk aan het maken, getiteld ’Down the Rabbit-Hole’.

Dat Nas in de lift zit, blijkt wel uit het feit dat ze recent werd uitgekozen voor de kunstenaarsbeurs van de Deutscher Akademischer Austauschdienst (DAAD) een prestigieuze uitwisselingsbeurs, waarmee ze een jaar lang in Berlijn kan werken.

De groten der aarde gingen haar hierin de afgelopen decennia voor: Stravinsky, Cage, Feldman, Riley, Xenakis, Nono werkten op uitnodiging van de DAAD allemaal een jaar van hun leven in Berlijn. Nas is bovendien de eerste Nederlandse componist na Louis Andriessen (die er in 1964 zat) en sowieso de tweede Nederlander die deze eer te beurt valt.

De componiste spreekt – en componeert trouwens ook – met een vrolijke frisheid die je in eerste instantie op het verkeerde been zou kunnen zetten. Neem bijvoorbeeld haar website (www.maykenas.nl), waar ze half grappend ’tien redenen om te componeren’ opsomt. Op nummer 8 staat daar doodleuk (naast ’tijd rekken’, ’problemen zoeken’ en ’sex, drank & gebakken ganzenlever’) ’nergens anders voor deugen’.

De componiste groeide op als jongste telg van een familie van kunstenaars: haar grootvader Louis Toebosch was behalve componist ook organist, haar tante Moniek Toebosch maakte naam als beeldend kunstenares en performer. Nas: „Met Moniek heb ik de conceptuele kant gemeen, het radicaal durven zijn, het durven doen van dingen waarvan je niet zeker weet of ze zullen werken maar die iets waanzinnigs zouden kunnen opleveren.”

Over de DAAD-kunstenaarsbeurs hoorde ze van een collega-componist die hem eerder had gekregen en er razend enthousiast over was. Het viel Nas op dat het betrekkelijk eenvoudig was om voor de DAAD-plek te solliciteren, maar vervolgens beoordeelde een commissie van internationale zwaargewichten de inzendingen. „Ik heb gehoord dat het een flinke stapel was. Het bijzondere is dat DAAD niet aan leeftijd gebonden is, dus iedereen kan aanvragen.”

Nas deed al eerder aan een uitwisseling mee, maar dan eentje waar ze aan haar lot werd overgelaten. Nu is de componiste komend jaar embedded in het cultuurleven van Berlijn. Tijdens haar verblijf vindt in ieder geval een portretconcert plaats. Bovendien legt DAAD contacten met andere kunstenaars, festivals en ensembles: „Je krijgt niet alleen de sleutel van een appartement met de boodschap ’ga maar lekker componeren’. Dat zou natuurlijk ook een luxepositie zijn, maar het is inhoudelijk minder interessant. Componeren kan ik in Tilburg ook.”

Nas vindt het belangrijk om haar perspectief op Nederland af en toe ’schoon te vegen’, zegt ze. „Nederland is als een kleine kamer. Als je daar een tijdje hebt vertoefd, heb je alle boeken in de boekenkast wel een keer in je handen gehad. En pas als je ze een jaar niet meer hebt bekeken, ga je naar die boeken terugverlangen. Bovendien kijk je ook anders naar jezelf als je weg bent. Je ziet wat voor mechanismen je hebt ontwikkeld en hoe die voortkomen uit de plek waar je vandaan komt.”

Toen ze afgelopen jaar een werk voor de Neue Vokalsolisten schreef, een belangrijk Duits vocaal ensemble, is ze expres een paar keer naar Berlijn gegaan voor concerten. „Ik heb toen veel door de stad gelopen en ik heb me afgevraagd of ik daar een jaar zou kunnen leven. En bij iedere stap die ik zette, dacht ik ’Ja! Ja!’. Berlijn is zó in beweging: het lijkt dat er daardoor de meest bijzondere initiatieven kunnen opbloeien. Misschien kon de stad na zijn geschiedenis niet anders dan alle grenzen openbreken.”

Nas heeft het gevoel dat ze als componist in Berlijn andere dingen gaat doen dan hier. „Wat dat betreft ben ik een enorme spons. En ik probeer mijn adelaarsblik op mijn omgeving te richten en te kijken wat er ontbreekt. Wat zitten we hier met zijn allen te doen en wat doen we juist niet? Waar heb ik behoefte aan?”

En hoe is het om de eerste Nederlandse DAAD-componist na Andriessen te zijn? „Dat vind ik raar. Zouden er echt geen andere componisten in de tussenliggende 46 jaar zijn geweest die de beurs hebben aangevraagd? In die zin vind ik het wonderlijk dat ik boven ben komen drijven. Misschien is dat ook wel een groot deel van de blijdschap: dat mijn muziek overeind is gebleven tussen al die andere aanvragers.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden