Max van Weezel (1951-2019): De laatste der Mohikanen is niet meer

Max van Weezel. Beeld Mark Kohn

Journalist Max van Weezel is donderdagochtend overleden. Dat maakte zijn vrouw  bekend. Hij is 67-jaar geworden.

De laatste der Mohikanen is niet meer. Van het rijtje groten in de Haagse, politieke journalistiek was Max van Weezel het jonkie. Maar hij had alle karaktereigenschappen om in deze groep aan het Binnenhof te worden opgenomen. Van Weezel stierf donderdag op 67-jarige leeftijd na een lang ziekbed in zijn woonplaats Amsterdam. Hij laat twee journalisten achter. Zijn vrouw, Anet Bleich, jaren redacteur bij de Volkskrant en schrijver van de prachtige biografieën over Joop den Uyl en Max van der Stoel, en zijn dochter Natasja van Weezel, documentairemaakster en schrijfster.

Welke journalist kreeg tijdens zijn ziekbed zoveel aandacht in de media als Van Weezel? Ook in deze krant verscheen nog onlangs in de serie Tien Geboden een interview met hem. De allesoverheersende boodschap van Van Weezel in al die artikelen en televisie-interviews: zijn angst voor de dood, zijn vrees voor het totale niets en het besef dat hij wellicht te lang leefde op een manier alsof er naast de politiek helemaal niets was. “Ik geloof niet in God”, stelde hij in het interview in Trouw, “maar het zou me enorm helpen om in deze tijd een houvast te hebben.”

Al die aandacht zal toch grotendeels te maken hebben gehad met de enorme verdiensten van Max van Weezel voor de Haagse journalistiek. Twee maal winnaar van de Anne Vondelingprijs, dé prijs voor politieke journalistiek, niemand die hem dat na kan zeggen. Meesterlijk interviewer, oprecht nieuwsgierig en immer op zoek naar waar het mogelijk pijn deed bij de politicus.

In de jaren zestig van de vorige eeuw ontstond aan het Binnenhof een type journalist dat Van Weezel op het lijf geschreven was. Zeer geëngageerd, verslaafd aan politiek en journalistiek ervaren als levenswijze, niet als een baan als vele andere. Van ’s ochtends vroeg tot diep in de nacht schuimend door de wandelgangen op zoek naar Het Nieuws. Grote namen maakten in die jaren hun debuut: Max de Bok (De Gelderlander), Kees Bastiaanen (de Volkskrant), Frits van der Poel (Het Vrije Volk en de Vara), Kees Lunshof (De Telegraaf) en Willem Breedveld (Trouw). Na hen kwamen uiteraard nieuwe, ook getalenteerde journalisten, maar een deel van de gedrevenheid en de verslaving verdween met deze namen. Naast de politiek zijn er nu andere zaken: een gezin, hobby’s of gewoon belangstelling voor meer dan Binnenhofse politiek alleen.

Begenadigd interviewer

Van Weezel was relatief jong toen hij in de wandelgangen aan het Binnenhof opdook. Na een loopbaan in de studentenbeweging – Van Weezel studeerde politieke wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Het was de roerige tijd na de Maagdenhuisbezetting en Van Weezel was lid van de CPN en actief in de Amsterdamse studentenvakbond Asva. In zijn vakgroep werd aanvankelijk niet of nauwelijks les gegeven door het conflict tussen studenten, hoogleraren en medewerkers dat bekend kwam te staan als de ‘kwestie –Daudt’.

Na die roerige tijd wachtte een loopbaan bij Vrij Nederland. Als politiek verslaggever maakte hij evenveel beroering mee. De verbeelding was immers in die jaren aan de macht in de vorm van het kabinet-Den Uyl. Aan de hand van zijn leermeester Joop van Tijn, net als Van Weezel een begenadigd interviewer, veroverde hij het Binnenhof.

Het duo Van Tijn/Van Weezel was berucht. Het CDA en de PvdA bestreden elkaar, hoewel er tegelijkertijd werd samengewerkt. Dries van Agt wist Joop den Uyl het bloed onder de nagels vandaan te pesten. Een reportage van de twee Vrij Nederland-journalisten over Van Agt die liever een wielerwedstrijd wegschoot dan zich bij Den Uyl te vervoegen voor de zoveelste dag formatie-onderhandelingen is berucht.

In 1983 kreeg het duo de Anne Vondelingprijs, een onder politieke journalisten zeer gewilde prijs. In 1994 zou voor Van Weezel een tweede volgen, toen samen met zijn toenmalige collega Leonard Ornstein.

Het Binnenhof was zijn biotoop, de politiek zijn leven. Dochter Natascha van Weezel had het daar gevaarlijk moeilijk mee. Zij had geen gemakkelijke jeugd met twee ouders, beiden van Joodse komaf en zich volledig gevend aan de politiek, die voor weinig andere zaken belangstelling op konden brengen.

Joods-zijn en de politiek

In de briefwisseling die Van Weezel en zijn dochter een tijd in Trouw onderhielden, ging het vaak over die twee thema’s: het Joods zijn en de politiek. En dan ook nog vaak over de combinatie van die twee. Een groot deel van Van Weezels en Bleichs familie overleefde de oorlog niet. Het speelde altijd en overal een rol in hun denken en zijn. Dat werd sterker en sterker naarmate bijvoorbeeld de Israëlische politiek meer omstreden werd en in eigen land identiteitspolitiek steeds meer overheerste. De verhoudingen werden scherper en scherper.

Van Weezel was, zoals hij zelf stelde, een seculiere Jood, maar dat werd, om het zo te zeggen, steeds een stukje minder seculier naarmate hij ouder werd. Hij stelde in Trouw dat hij lid was van de orthodox-joodse gemeenschap in Amsterdam ‘om de traditie voort te zetten en om, plat gezegd, bij mijn ouders en mijn grootouders te kunnen worden begraven’. Een ongetwijfeld oprechte uitspraak, maar het zal niet de enige reden zijn geweest.

Vijf jaar geleden kwam dat voor Van Weezel noodlottige telefoontje van de hoofdredactie van Vrij Nederland. Zijn aandeel in het weekblad was al teruggebracht tot een wekelijkse column over de Haagse politiek, maar ook daar wilde de leiding van af.

Het was alsof de bodem onder zijn bestaan werd weggeslagen. Jaren slofte hij door de wandelgangen aan het Binnenhof en onderhield hij tot vervelens toe contacten met ambtenaren, ministers en Kamerleden. Er ging meer rode wijn doorheen dan gezond is voor een mens. En dat alles met het oog op dat ene nieuwtje. Van Weezel begon zich hardop af te vragen of zijn leven niet één grote illusie geweest was. Waar was die investering van letterlijk zijn hele leven goed voor geweest?

Oorlog

Het was een zware periode voor hem. Hij deed al een tijdje op een lager pitje radiowerk, maar hij vond weer plezier in het bestaan door dat uit te breiden. Van Weezel presenteerde de laatste jaren één keer in de week de radioprogramma’s ‘Met het oog op morgen’ en ‘Argos’, onderzoeksjournalistiek van de VPRO en Human op de zaterdagmiddag.

Daarnaast bleef hij actief voor Nieuwspoort, het Haagse perscentrum waarvan hij tot 2011 voorzitter was. In allerlei commissies en door het leiden van talloze discussiebijeenkomsten waar hij zijn oude liefde voor de Haagse politiek in kwijt kon. Het Binnenhof liet hem niet los en Van Weezel liet het Binnenhof niet los. Nog onlangs publiceerde hij met NOS-collega Wilma Borgman een boek over het reilen en zeilen van het tweede kabinet-Rutte.

De steeds scherper wordende verhoudingen in de Nederlandse samenleving maakten Van Weezel de laatste jaren steeds behoedzamer. De ervaringen van zijn familie in de oorlog speelden daar nadrukkelijk een rol bij. Hoe zien Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag er over vijftig jaar uit, vroeg hij zich vorig jaar af in een interview in de Volkskrant met Jan Tromp. “Je weet dat tegen die tijd de meerderheid van de stad oorspronkelijk uit Anatolië en het Rifgebergte komt. Je hoopt dat die mensen een ontwikkeling in democratische zin hebben doorgemaakt en daardoor anders zijn gaan denken over homo’s en vrouwen. En Joden….”

Hij vertelde Jan Tromp dat hij met zijn vrouw in 2014 discussieerde over emigratie. IS veroverde delen van Syrië en Irak, de zoveelste oorlog tussen Israël en Hamas brak uit, de MH17 werd neergehaald en in Amsterdam kwamen spanningen tussen moslims en de Joodse gemeenschap aan de oppervlakte. Zijn vrouw wilde pers se niet naar het in haar ogen militaristische Israël, Van Weezel opperde Berlijn. “Het klinkt paradoxaal, maar de veiligste stad voor Joden in de wereld is tegenwoordig Berlijn. Geen straathoek zonder monument voor de Joden.”

Lees ook: 

Max van Weezel: Ik ben bang, voor het niets

Arjan Visser interviewde Max van Weezel onlangs in de interviewrubriek Tien geboden. “En hoelang heb ik dan nog? Een paar maanden? Een jaar? Ik ben bang.” Lees het hele interview hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden