Maurice Pialat geeft ons Van Gogh terug als raadselachtig individu

Amsterdam Rialto. Arnhem Filmhuis.

HANS KROON

Wie nog steeds allergisch is voor Van Gogh, loopt nu wel de kans de mooiste en zuiverste Van Gogh-film ooit gemaakt, te missen. Pialat verricht namelijk een waar wonder. Na alles wat er over Van Gogh gezegd, geschreven en gefilmd is, na alle romantische cliches over de gekwelde en lijdende kunstenaar die het zicht op hem verduisterde, slaagt Pialat er toch in ons de oren en de ogen te wassen en onze blik op Van Gogh grondig te zuiveren.

Bij hem wordt Van Gogh weer een raadselachtig en onkenbaar individu, een mysterie waarover alles nog gezegd en geschreven lijkt te moeten worden. Pialat begint zijn zuiveringsarbeid in Auvers-sur-Oise, de plaats waar Vincent na zijn opname in het gesticht in Saint-Remy zijn laatste maanden doorbracht.

De schilder heeft dan, zoals de mythes rond hem ons leren, zijn oor al afgesneden. Pialat negeert dat feit nagenoeg. Bij hem heeft Vincent slechts een piepklein, voor de toeschouwers niet eens waarneembaar, wondje aan zijn oor. Het is een kleinigheid, maar geeft wel aan dat Pialat de legendes achter zich laat.

Doorsnee-arbeider

In de eerste scenes van zijn film stapt Van Gogh uit de trein, huurt een zolderkamer in de lokale herberg en meldt zich bij de arts, kunstverzamelaar/mecenas Paul Gauchet, en maakt kennis met diens dochter Marguerite met wie hij een verhouding zal krijgen. In al deze scenes is Van Gogh, fantastisch ingetogen gespeeld door Jacques Dutronc, een onopvallende aanwezige. Hij is broodmager, ziet er uit als doorsnee-arbeider en reageert gelaten op alles wat hem overkomt.

Pialats Van Gogh is een afwezige aanwezige: meer dan dat hij zelf leeft, dan dat er iets van hem uitgaat, wordt hij geleefd en gestuurd door de mensen en de wereld om hem heen. Dat zal de hele film zo blijven.

Of hij nu zijn broer Theo en diens vrouw ontmoet, iets met Marguerite krijgt, zijn geliefde prostituee Kathy opzoekt, of wat dan ook doet: bij Pialat is Van Gogh bijna altijd een tabula rasa. Dat maakt hem ook tijdens de schaarse keren dat hij wel initiatieven ontplooit weer tot een mysterie.

Pialat versterkt dat effect nog door Van Gogh volledig te laten opgaan in een met grote precisie gereconstrueerde negentiende eeuwse wereld en in allerlei al even minutieus in beeld gebrachte dagelijkse handelingen en beslommeringen.

Zijn film bestaat uit een reeks alledaagse, zonder enige opsmuk of dramatiek gepresenteerde, tafeleren, waardoor Van Gogh ronddwaalt als een door de wind voortgejaagd blad. Het maakt 'Van Gogh' naast een portret van een kunstenaar ook tot een meesterwerkje van filmisch realisme.

Van Gogh zelf verschrompelt door dat realisme tot een mens als ieder ander, tot een man die precies zoals een landarbeider het veld intrekt en even pauzeert om tussen het koren een homp brood weg te kauwen of een slok bier achterover te slaan. Het enige verschil tussen de landman en de schilder is dat de eerste een zeis meeneemt en de tweede een schildersezel.

Ook door nauwelijks aandacht te besteden aan Van Goghs schilderijen, bevrijdt Pialat de schilder van alle ballast waaronder hij na zijn dood bedolven werd. Slechts een paar keer zien we hem met penseel en verf in de weer. Meestal zijn de schilderijen louter aanwezig als objecten die ergens in een kamer staan of weer eens verplaatst moeten worden. Iedere neiging om er meer, iets hogers, in te zien dan materiele objecten wordt zo in de kiem gesmoord.

Pialats ontnuchterende benadering van Van Gogh bereikt een hoogtepunt in de zelfmoord- en sterfscenes. We zien een rivier met beboste oevers. Opeens komt Van Gogh, even flegmatisch als altijd, uit het bos lopen. Hij houdt zijn handen voor zijn buik. Pas als hij vlak voor de camera belandt, zien we dat hij zich met een schot door zijn maag van het leven probeerde te beroven.

De schilder wordt naar zijn zolderkamertje in de herberg gebracht. Zonder iets te zeggen ligt hij daar als een aangeschoten en verdoofd dier dagenlang te sterven. Ondertussen doet iedereen zijn plicht. De herbergierster en haar dochter verschonen de lakens en voeren hem soep. Dokter Gauchet legt een beleefdheidsbezoekje af waarbij geen woord gewisseld wordt, Vincents broer zit naast het bed zwijgend een pijpje te roken.

Als de schilder sterft, trekt Theo de deur dicht. De camera blijft alleen bij de dode schilder. Pialat toont hem in een shot dat - zijn hele film samenvattend - op gedurfde wijze duidelijk maakt dat Van Gogh eigenlijk nog steeds een grote onbekende is. We zien de schilder nauwelijks; slechts een witte muur met, bijna buiten het kader vallend, een stukje van Van Goghs hoofd.

In een korte epiloog ontmoet Marguerite een jonge kunstenaar die in de openlucht staat te schilderen. "Heb je Van Gogh gekend?" vraagt hij. "Hij was mijn vriend" , antwoordt het meisje. Dat is hij na deze film ook weer van de toeschouwer. Dankzij Pialat kunnen we na het Gogh-jaar weer onbevangen met hem verkeren.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden