Maura Visser volgt haar eigen weg

Maura Visser: 'Ik heb veel geleerd, vooral in het buitenland.' (FOTO DENNIS BEEK, ANP) Beeld
Maura Visser: 'Ik heb veel geleerd, vooral in het buitenland.' (FOTO DENNIS BEEK, ANP)

den haag – - „Welkom in het huis van mijn moeder”, luidt de groet van Maura Visser. Ze woont even twee dagen in het ouderlijk huis, bevrijd van handbalbeslommeringen. Even een pauze tussen clubactiviteiten in Denemarken, waar ze woont, een toernooi in Spanje en het EK in Noorwegen en Denemarken dat vandaag begint.

„Ik heb sinds begin september 27 wedstrijden gespeeld”, rekent ze voor. Daar zijn er in de vijf dagen tussen haar Haagse pauze en het begin van het EK nog weer twee bij gekomen.

„Vroeger”, memoreert ze, „had je ’s zomers toernooien met jeugdploegen of Jong Oranje. Als je dan terugkwam, had je geen vakantie gehad.” Dat is veranderd: „Mijn laatste wedstrijd van vorig seizoen was in juni. Eind juli ben ik met een fris hoofd weer met clubtrainingen begonnen.”

Die club is KIF Vejen uit Kolding, momenteel vierde in de Deense competitie en dus een topploeg. Het verschil met de Nederlandse eredivisie is enorm. „In Denemarken trainen we tweemaal per dag, vijf dagen in de week. In het weekend speel je je wedstrijd. We zijn professionals.”

Dat schept verplichtingen. Visser (25) mag dan geen BN’er zijn, ze is wel een import-BD’er. „Als ik in Nederland voor de wedstrijd een avondje ga stappen, merkt niemand dat. In Kolding hoef ik dat niet te proberen. Dan staat dat de volgende dag in de krant nog voor de wedstrijd begint.”

Is het alleen dat professionalisme of ook de Deense mentaliteit die de sportbenadering zo’n opmerkelijk andere richting geeft? Visser: „Denen denken veel positiever. Van verlies kun je leren.”

„Ik heb dat verschil zelf ervaren. Als ik in Nederland verloor, was ik drie dagen niet te genieten. Toen kwam ik in Denemarken. Daar blijven ze bij verlies niet in negativiteit hangen. Verlies leidt juist tot inspiratie voor de volgende wedstrijd.”

In de Deense handbalcompetitie gaat veel geld om. „We hebben en houden veel sponsors, ondanks de financiële crisis. Dat wil niet zeggen dat het vanzelf gaat. Ook in Denemarken moeten clubs woekeren voor hun bestaan. Je zou het kunnen vergelijken met het betaald voetbal in Nederland, dat niveau.”

Nu is haar focus echter niet op de club gericht maar op het Nederlands team. Dat is even wennen. „Het lastige van switchen tussen club en nationaal team is de overstap van het ene naar het andere spelconcept. Bij Vejen spelen we een ander verdedigingssysteem. Onze trainer wil dat we compact staan om de tegenstander te dwingen van afstand te schieten. Bij het Nederlands team is het spel offensiever, verdedigen we meer naar voren. Dat levert meer uitbraken op en oogt spectaculairder, maar het is riskanter omdat je de tegenstander meer ruimte geeft.”

„Ik vind dat ik mezelf goed ontwikkeld heb”, stelt ze desgevraagd. „Dat mag je toch wel zeggen als je in de beste competitie van Europa speelt? Als ik nu naar mezelf kijk als handbalster, zie ik dat ik veel geleerd heb, vooral in het buitenland.”

Oranje zal haar ervaring de komende week hard nodig hebben. „In 2005, bij het WK in Sint-Petersburg, was ik negentien. Ik was jong en onbevangen. Dan denk je niet na, je doet gewoon. Nu ga ik anders het toernooi in. Toen ging ik mee als talent, want dat was ik. Nu ben ik een dragende speelster.”

Dat klinkt zelfbewust. Mag het, na 91 interlands met 309 scores? „Bescheiden? Ik? Ik ken mijn kwaliteiten. Ik weet waar ik nog aan moet werken.”

Visser bedankte een aantal jaren terug voor de handbalacademie en maakte in Den Haag eerst haar CIOS-opleiding af. „Er is niet één weg. Dat is onzin. Ik heb m’n eigen weg gevolgd”, blikt ze terug op haar carrière. „Ik vond het belangrijk om eerst mijn school af te maken. Kijk, in 2016, het jaar van de Spelen van Rio, ben ik 31. Dat kan ik makkelijk halen. Maar je weet nooit wat er gebeurt. Een blessure kan zomaar het einde zijn. Ik heb dan in ieder geval mijn voltooide opleiding nog. Liever niet, maar als het moet kan ik morgen als gymlerares aan de slag.”

(Trouw) Beeld
(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden