Review

Matthews maakt Debussy te Duits

Koninklijk Concertgebouworkest en Jean-Yves Thibaudet (piano) olv Markus Stenz. Werk van Matthews/Debussy, Ravel en Van Gilse. Wo 24/1 in Concertgebouw, Amsterdam. Herhaling 26/1. Uitzending op Radio 4: 28/1 om 14.15 uur.

Het Nederlandse muziekleven van de afgelopen eeuw heeft voor een deel in het teken gestaan van de tegenstelling Duits-Frans. Na de Eerste Wereldoorlog werd de muziek van Wagner, Bruckner en Mahler (Oostenrijkers zijn ook een soort Duitsers) gezien als sentimenteel – muziek die gevaarlijk op de gemoederen inspeelde. Daar kwam alleen maar oorlog van. Vanaf het interbellum was ieder politiek correct musicus in Nederland dus voor de lichte Franse muziek, die in ieder geval geen grootse gevoelens op meeslepende wijze wilde overbrengen.

Neem bijvoorbeeld de ’Préludes’ voor piano van Claude Debussy, waarvan er woensdag in het Concertgebouw vijf klonken in de instrumentatie van de Engelsman Colin Matthews. Van Matthews had het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO) vorige week de première van een nieuw stuk zullen spelen, maar die uitvoering moest vanwege de storm worden uitgesteld.

Debussy’s pianopreludes zijn intieme muziek, die een hoge mate van verfijndheid van de uitvoerder en de luisteraar vragen. Debussy’s suggestie van kleur en een grotere gestiek dan de abstracte, monochrome piano is al voor een aantal orkestratoren onweerstaanbaar gebleken. De mooiste orkestratie is wel die van de Vlaamse componist Luc Brewaeys, die alle 24 preludes fantasievol ’hercomponeerde’ voor groot orkest.

Doen de nieuwe zettingen van Brewaeys je de pianoversies onmiddellijk vergeten, zo vergat je bij Matthews dat het hier om werk van Debussy ging. De schoolse instrumentatie van de Engelsman was aan de saaie kant en – daar gaan we – te Duits. Waar het in Debussy’s muziek over klankgestaltes gaat, legde Matthews juist de nadruk op de horizontale lijnen. Dat maakte de muziek zwaar, laag en donkerbruin. Matthews greep bovendien te vaak naar zijn acht contrabassen en het slagwerk: te veel kracht gebruikt waar techniek meer van pas was gekomen.

Het Pianoconcert voor de linkerhand van Maurice Ravel werkte verpletterend voor Matthews. Ineens knalde de lucht open en ging de zon schijnen: wat een geraffineerd instrumentator was die Ravel. De linkerhand van Jean-Yves Thibaudet bewoog zich gracieus met duizend vingers over het klavier. Maar waar de Franse pianist danste, bleef de Duitser Stenz wat stug de maat slaan. Orkest en solist liepen voortdurend achter elkaar aan en hadden duidelijk een andere opvatting over het pianoconcert.

Een geuzendaad van het KCO was de uitvoering van de halfvergeten Tweede symfonie van Jan van Gilse, de Nederlandse componist die tussen de twee wereldoorlogen slachtoffer werd van de anti-Duitse stemming.

De Tweede is een ontroerend naïef werk, waarin de destijds 21-jarige duidelijk wilde laten horen wie zijn helden waren (Wagner, Bruckner en Mahler) en waarin de ene inval over de andere heen buitelde. Veelbelovend maar nog niet erg persoonlijk, zo noemden critici de Tweede na de première door het KCO onder Mengelberg in 1904.

Het arcadische, menuet-achtige middendeel met zijn lyrische strijkers klonk het bekoorlijkst, maar in de hoekdelen woelde de jonge Van Gilse dat het een aard had. Pauken, bekkens en koper volgens de Duitse schoolslag. Als onderstreping van heftige emoties, ongeveer zoals Colin Matthews in zijn mahleriaanse Debussy-bewerkingen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden