Matali Crasset laat in Den Bosch de lente al beginnen.

Buiten is het somber, kil en nat, maar in het Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch is de lente al begonnen. In een overweldigend groen parklandschap staat een huis in uitbundige kleuren, alle ramen en deuren wijd open. De bloemen staan in bloei en in de bomen hangen hele rissen knalroze tuinhandschoenen. De lentesfeer en de energie die dit losmaakt, doen de winterdepressie op slag verdwijnen. Uít die donkere winterjas, lijken ook de zaalwachten je toe te roepen, die rondlopen in lichtblauwe jasjes met een groene zak en cerisekleurig embleem.

Dit is niet direct wat je verwacht van een tentoonstelling in het kader van het Erasmusfestival, dat gisteren officieel werd ingeluid met de uitreiking van de Erasmusprijs 2006 aan de Franse grafisch ontwerper Pierre Bernard (1942). Bernard was een van de leidende figuren van het ontwerperscollectief Grapus, dat in Frankrijk het grafisch ontwerpen heeft vernieuwd. Jarenlang wist Grapus het Parijse straatbeeld te domineren met opvallende posters. In de visie van Bernard zal grafische vormgeving van de wereld geen paradijs maken, maar kan een goed ontwerp er wel aan bijdragen om deze wat menselijker te maken. Het Erasmusfestival, dat zich vooral afspeelt in Stedelijk Museum in ’s-Hertogenbosch, haakt hierop in met exposities, dansvoorstellingen, een filmprogramma, congressen en educatieve activiteiten voor scholen, waar vormgeving ook als een rode draad doorheenloopt.

Toen het Stedelijk Museum in ’s-Hertogenbosch (SM’s) werd gevraagd ook een expositie te brengen over het thema ’ontwerpen voor het publieke domein’, stond voor directeur Yvonne Joris meteen vast dat een museum voor hedendaagse kunst niet in het verleden moet duiken, hoe recent dat ook is. „Wij vinden het interessanter om ons te richten op de generatie die ná Pierre Bernard is aangetreden.” De keuze viel op Matali Crasset, die vorig jaar jaar in Frankrijk werd uitgeroepen tot ’Ontwerper van het jaar’. In Nederland heeft de Française nog nooit een expositie gehad, maar voor het Bossche museum is ze geen onbekende. Ze ontwierp het opvallende in- en exterieur en de huisstijl van het SM’s dat vorig jaar een tijdelijk onderkomen kreeg in een voormalige fabriek aan de Magistratenlaan, in afwachting van nieuwbouw in het centrum van de stad. Maar dit ’noodonderkomen’ bevalt het SM’s zo goed dat directeur Joris zich al begint af te vragen of het museum daar niet kan blijven.

Matali Crasset (1965) startte in 1998 haar eigen bureau – daarvoor werkte ze bij de beroemde ontwerper Philippe Starck en enkele jaren in Milaan. Vooral in Frankrijk en China zijn haar ontwerpen, uiteenlopend van hotelinterieurs en meubels tot tassen, populair. De reden dat ze een expositie verdient is, meent Joris, dat ze een geheel eigen stijl heeft. Matali’s leidraad is dat ze mensen een omgeving wil bieden, waarin ze zich prettig voelen. Dat klinkt als een open deur – welke ontwerper wil dat niet? – maar ze wil daarin tot het uiterste gaan. Haar ontwerpen moeten het gevoel geven dat het leven de moeite waard is en ertoe bijdragen dat mensen optimistisch in de wereld staan. Zo idealistisch en op het hoogdravende af als dat klinkt, zo simpel is in feite wat ze doet. Ze smijt bij wijze van spreken met kleuren in haar ontwerpen, want kleuren maken het verschil, zegt ze. „Kleur is leven.” Een vrolijke, kleurrijke omgeving is bij Crasset niet alleen aan kinderen voorbehouden. Daarom is de balie van het SM’s limoengroen, zijn de lampen hardroze en knallen de kleuren ook af van de gevel van de voormalige fabriek. Het knappe is wel dat Crasset de kleuren zo weet toe te passen en te combineren dat ze geen schreeuwerig geheel worden. Je krijgt er energie van, krijgt zin om die knalroze handschoenen uit de bomen te plukken en in de tuin aan de slag te gaan.

In al haar ontwerpen draait het om kleur en energie. Maar alleen maar lekker vrolijk zitten doen in je eigen cocon is er niet bij in haar ontwerpen. Er zit ook altijd een element in dat mensen aanspoort om iets te doen, bij voorkeur met anderen. Symbool daarvoor staat op de tentoonstelling de ’superactive shelter’: een binnenstebuiten gekeerd huis zonder ramen en deuren, waarbij binnen en buiten in elkaar overlopen en de bewoners min of meer gedwongen worden alles met hun omgeving te delen. Zelfs de douche zit aan de buitenkant. Ze ontwierp ook een ’Geluidsdruppel’: een collectief meubel in de vorm van een cirkelvormige zithoek, waarboven als ongelijk vallende druppels vijf luidsprekers en een microfoon hangen. Samen kun je zo het geluid ervaren en ook samen geluid produceren.

Wie geen zin heeft om voortdurend sociaal te doen, kan zijn toevlucht zoeken in een meubel-met-beeldscherm dat eruitziet als een bootje, en daarmee wegvaren over de denkbeeldige rivier, die als een blauwe baan door de zaal loopt. Ondertussen kun je op het beeldscherm kijken naar de ontwerpen voor de imaginaire wereld van Crasset. En er staat ook nog een iglo, opgebouwd uit kleurloze plastic prullenbakken, waarin je kunt onthaasten of je terug kunt trekken als al die kleuren je toch even te heftig worden. Niet te lang, want buiten wachten de roze tuinhandschoenen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden