Masters en bachelors zijn hier overbodig

Het heeft geen zin het systeem voor hoger onderwijs zoals dat in Engeland en Amerika geldt, met zijn opleidingen tot 'bachelors' en 'masters' titels, ook in Nederland in te voeren. Door alle opleidingen op één hoop te gooien, dwingen we als het ware de vorming van top-opleidingen af met een ongewenst elitair karakter.

In Nederland wordt gediscussieerd over de invoering van het het model voor hoger onderwijs, zoals dat in Engeland en Amerika bekend is. Met het invoeren van titels als 'bachelor' en 'master', zou het Nederlandse onderwijssysteem een betere internationale aansluiting vinden. Nederland is immers het enige land in de wereld dat de titel 'doctorandus' kent. Verder zouden ondernemers op de invoering van het Angelsaksische systeem wachten.

Enkele kanttekeningen bij deze veronderstellingen. In de manier waarop sommige onderwijsinstellingen de Angelsaksische titels willen gaan gebruiken, gaat de vergelijking met het échte model mank. Zo denkt dr. S.J. Noorda, de voorzitter van de Universiteit van Amsterdam, die onlangs een fusie aankondigde van zijn universiteit met de Hogeschool Amsterdam en die een warm voorstander blijkt te zijn van invoering van het Angelsaksische, bij het nieuwe model voor zijn gefuseerde instelling aan een 'professional bachelors' en 'professional masters'-opleiding (HBO) en een 'academic bachelors' en 'academic masters'-opleiding (WO). De door Noorda beoogde verduidelijking van de titel-status voor het buitenland leidt hiermee tot een verdere verwarring. In het eigenlijke Angelsaksische model wordt immers uitsluitend onderscheid gemaakt tussen bachelors, masters (doctoraal) en Ph.D. (doctoraat).

Probleem is niet alleen dat deze variant geen oplossing biedt voor de verwarring over de Nederlandse opleidingen, maar ook dat sommige opleidingen elitairder kunnen worden. Voor Nederlandse werkgevers zal, na invoering van de Nederlandse variant van het Angelsaksische onderwijsmodel gelden, dat - net als in Engeland en Amerika - de beste universiteiten en onderzoeksscholen bepalend worden. Uiteraard zullen dergelijke top-scholen naar Amerikaanse analogie, geprivatiseerd zijn, dit is immers net als fuseren in de mode. Uiteraard zal het collegegeld het veelvoud bedragen van het huidige collegegeld voor universiten en hogescholen.

Democratisering van het onderwijs leidt op deze wijze vanzelf tot 'elitisering' van het onderwijs. Hiermee zou uiteraard het bij wet (1876) geregelde principe van de gelijkwaardigheid van universiteiten verloren gaan.

Als men dan tóch zo nodig het Angelsaksische model voor hoger onderwijs wil invoeren, waarom dan niet eenvoudigweg álle hogescholen omdopen tot colleges die bachelors afleveren, en de universiteiten bachelors, masters en Ph.D's laten afleveren? Bachelor is dan naar analogie van het Angelsaksische model een undergraduate-opleiding en masters en Ph.D zijn dan respectievelijk graduate- en post graduate opleidingen, die vakgericht (master) zijn dan wel onderzoeksgericht (Master en/of Ph.D).

Dít begrijpen de Angelsaksische landen, waarmee de beoogde titel-duidelijkheid een feit is en waarmee nauwelijks ingrijpende en dure fusies en omzettingen van het huidige HBO/WO stelsel een feit is.

Waar de veronderstelling vandaan komt dat organisaties en ondernemingen zitten te wachten op een Angelsaksisch model voor hoger onderwijs, weet ik niet. In mijn jarenlange ervaring als manager van bedrijfsopleidingen heb ik daar tot op heden in elk geval niets van gemerkt. Met uitzondering van allerlei modieuze opleidingen als communicatiewetenschappen, is het voor de meeste werkgevers redelijk duidelijk waar opleidingen in het hoger onderwijs voor staan. Ook weet men wanneer men een hbo'er nodig heeft en wanneer een academicus.

Noorda gelooft dat er behoefte is aan HBO- en academische varianten van allerlei studies en gebruikte dat argument om het nut te onderstrepen van de fusie tussen de Universiteit en de Hogeschool van Amsterdam. Hij ondersteunt deze uitspraak echter geenszins met marktonderzoek. Bovendien bestáán er van veel opleidingen al academische en hbo-varianten en is doorstroming van hbo naar de universiteit mogelijk.

De hele discussie over vernieuwing van het hoger onderwijs wordt steeds voornamelijk gevoerd door politici en onderwijsbestuurders. De hoogleraren en docenten, de studenten en de bedrijven en organisaties die deze laatsten als werknemers willen aannemen, worden nauwelijks in de discussie betrokken. Dit geeft mij het onbehaagelijke gevoel dat vernieuwing een eufemisme is voor bezuiniging en vermeende efficiency.

Het valt mij op dat de vernieuwers van ons hoger onderwijs veelal niet echt kenners zijn van datzelfde onderwijs. Zoals Noorda het Angelsaksiche model niet geheel begrepen heeft, zo ook kunnen onze ministers van onderwijs van het laatste decennium (zoals Ritzen, die Engels verplicht wilde stellen voor onderwijs aan de universiteiten en Netelenbos die het studiehuis heeft ingevoerd) niet echt doorgaan voor experts op dit gebied.

Ik wil waarschuwen voor een klakkeloze invoering van een hoger onderwijsmodel dat weinig toevoegt aan het huidige duale systeem van HBO en WO. Er is en blijft echter een verschil tussen een beroepsgerichte opleiding en een wetenschappelijke opleiding, waarvoor wij tot nu toe uitstekende universiteiten tot onze beschikking hebben. Door alles op één hoop gooien, dwingen we als het ware de vorming van top-opleidingen met een ongewenst elitair karakter.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden