Massamoord Caesar in Nederland

Romeinse keizer joeg bij Kessel 100.000 tot 150.000 Germaanse asielzoekers over de kling

Het moet een afgrijselijk schouwspel zijn geweest. In het jaar 55 voor Christus won het Romeinse leger niet slechts een veldslag in het Nederlandse rivierengebied. De manschappen van Julius Caesar joegen hun Germaanse tegenstanders volledig over de kling. In 'De Bello Gallico' beschrijft Caesar hoe zijn leger een groot deel van de 430.000 Germanen doodden, terwijl de rest zich in de rivier wierp en verdronk.

Dit verslag was het enige bewijs dat Julius Caesar ooit hier is geweest. Het is ook het oudste verslag van een veldslag in Nederland. Maar hoe betrouwbaar was het? Hoeveel retoriek stak er in zijn beschrijvingen? Fysieke bewijzen ontbraken.

Tot nu toe. Gisteren gaf Nico Roymans, hoogleraar archeologie aan de Vrije Universiteit, een persconferentie waarop hij de locatie van de veldslag kon aanwijzen: een oude bedding van de Maas, in de buurt van het Brabantse dorp Kessel. Daar zijn in de afgelopen decennia allerlei zwaarden, speerpunten en een Gallische helm gevonden, alsmede grote aantallen botten en schedels. Al die vondsten zijn nu gedateerd op de eerste eeuw voor Christus. "Die archeologische vondsten staan maar één conclusie toe: Julius Caesar heeft hier echt slag geleverd."

In boek IV van De Bello Gallico beschrijft Caesar hoe twee Germaanse stammen de Rijn waren overgestoken, de grens tussen Gallië en Germania. Ze hebben asiel aangevraagd, maar Caesar moet niets hebben van deze barbaren. Hij rukt met zijn volledige legermacht - acht legioenen plus cavalerie, 45.000 soldaten - naar hen op. En terwijl de Germaanse stamhoofden met hun gevolg in zijn legerkamp zijn, valt hij hun nederzetting aan.

Van de massaslachting was nooit iets teruggevonden. Daar zijn verschillende verklaringen voor, zegt Roymans. Ten eerste sloegen de Romeinen louter marskampen voor één à twee dagen op. "Daar blijft niet veel van over. Pas later, ten tijde van Augustus, leggen de Romeinen hier vaste legerkampen aan, zoals bij Nijmegen."

Bovendien hadden historici moeite met de aanduidingen van Caesar zelf. "Hij schrijft dat de slag plaatsvond in het gebied waar Maas en Rijn samenvloeien. Die rivieren komen helemaal niet samen, dachten historici altijd. Caesar zou zich hebben vergist. Maar nee, hij bedoelde de zuidelijke Rijn-tak, de Waal."

Achteraf is het merkwaardig dat die link nu pas wordt gelegd. Sinds 1975 is daar allerlei oorlogstuig ontdekt. Ook zijn honderden botresten gevonden. Roymans: "Bedenk wel, er is daar nooit archeologisch onderzoek gedaan. Het zijn toevallige vondsten. Door amateurs of bij baggerwerkzaamheden. Als je daar staat, komt de veldslag ook niet op je af. Men dacht eerder aan een begrafenisritueel. De vraag of Caesar hier is geweest, komt pas bij je op als je er gericht naar zoekt."

Roymans had die vraag wel omdat hij bezig was met een boek over massageweld door Julius Caesar. Dat werk verschafte hem ook de financiële middelen om de botten met de koolstof-14 methode te dateren. Toen vielen de puzzelstukjes op hun plaats. "De botten bleken uit die tijd te stammen, de eerste eeuw voor Christus. Ook zaten er geweldssporen aan, en waren het niet alleen mannen, maar ook vrouwen en kinderen. Ten slotte: de chemische samenstelling van de botten en kiezen toonde dat deze mensen van elders kwamen. Dit alles bevestigt Caesars verhaal over de massaslachting onder de Germanen."

Hoewel, er horen een paar kanttekeningen bij. "Caesar overdreef. Die Germanen kunnen nooit met 430.000 zijn geweest. Zoveel mensen konden ze toen niet bevoorraden. Maar we moeten het ook niet bagatelliseren. Ik schat dat het er toch wel 150- à tweehonderdduizend waren." Ook denkt hij niet dat ze allemaal zijn omgekomen. "Een deel is ontsnapt, dat kan niet anders. Maar een fors deel zal zijn gesneuveld. 60 à 70 procent, gok ik."

Tegenwoordig zouden we dat genocide noemen, maar dat speelde in die tijd niet. "Caesar is in de Romeinse senaat heftig aangevallen. Niet vanwege die slachting zelf, zijn tegenstanders verweten hem dat hij de erecode had verbroken. Hij was tot de aanval overgegaan terwijl er een wapenstilstand was. Dáár maakten ze zich druk om."

undefined

Ceasars eigen verslag van de slachting

Caesars verslag van de massavernietiging van de Tencteri en Usipetes bij de samenvloeiing van Maas en Waal:

Met mijn leger (...) arriveerde ik al bij het vijandelijke kamp voordat de Germanen door konden hebben wat er gebeurde. Door dit alles raakten ze plotseling in paniek: wij waren snel ter plaatse, hun stamhoofden ontbraken, en zij kregen geen tijd om te overleggen en naar de wapens te grijpen. (...). En terwijl hun angst zich manifesteerde in hun geschreeuw en gedraaf, drongen onze soldaten (...) het kamp binnen. Daar boden de mannen die in allerijl de wapens hadden kunnen grijpen korte tijd weerstand, en vochten tussen de karren en bagagewagens. (...) Maar er was ook een grote groep vrouwen en kinderen en deze sloegen nu naar alle kanten op de vlucht. Ik stuurde de ruiterij achter hen aan. De Germanen hoorden gegil achter zich en toen zij zagen dat hun vrouwen en kinderen gedood werden, smeten zij hun wapens neer (...) en renden hals over kop weg uit het kamp. Toen zij bij het punt waren gekomen waar Maas en Rijn samenstromen, zagen zij geen heil meer in verder vluchten. Een groot aantal van hen werd gedood en de rest wierp zich in de rivier, waar zij omkwamen overweldigd door angst, vermoeidheid en de kracht van de stroom.

(Caesar, 'De Bello Gallico' 4.14-15)

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden