Massaal gekrioel op etsen van luttele centimeters beeldende kunst

Jacques Callot, prenten. Museum Boymans-van Beuningen, Rotterdam. Di t/m za 10-17, zon- en feestd. 11-17 t/m 7 dec.

Aan een papiertje van 43,6 x 67,8 cm had hij genoeg om welgeteld 1138 mensen, 45 paarden, 67 ezels en 137 honden de ruimte te geven, in een tafereel van een jaarmarkt op een plein. Van de Florentijnse heerser Cosimo II kreeg de kunstenaar voor deze prestatie een portretmedaille aan een gouden ketting.

Hij was pas 43 jaar, toen hij bezweek aan de longkwaal die hij had opgelopen door het inademen van etszuren. Meer dan tweeduizend van zijn tekeningen en drukken van ruim 1400 prenten zijn bewaard gebleven. Een keuze uit de etsen is in het Museum Boymans-van Beuningen tentoongesteld.

Het blad met de gehangenen behoort tot een reeks van 18 etsen uit 1633 over de gruwelen van de oorlog. In 1810 verscheen een dergelijke reeks van de hand van Goya. Het verschil is enorm. Zelfs na het televisienieuws is de mensenschennis die Goya ons in close up woedend voor ogen stelt, nog ontstellend. Callot was ook zwaar getroffen door de wandaden bij de verovering van zijn destijds Lotharingse geboortestad Nancy. Hij weigerde de Franse verovering met een prent te vereeuwigen. Niettemin gaf hij de gewelddadige gebeurtenissen een even decoratieve behandeling als de feesten waarvan hij grafisch verslag heeft uitgebracht.

Dat is het eerste wat opvalt: de buitenmenselijke afstandelijkheid waarmee Callot 'de wereld als een schouwtoneel' opvoert. Hij was verzot op de onwerkelijke werkelijkheid van het hoofse theater en van het volkstoneel en betrokken bij het op touw zetten van pompeuze feesten. Vervolgens frappeert de indruk van ruimte en diepte die de veelal kleine prenten geven. De martelaar Sebastiaan staat eenzaam en nietig in de ontzaglijke ruimte. De boogschutters schieten sportief van een grote afstand.

Toch zijn er ook twee reeksen waarin hij mensen in hun gewone doen van nabij heeft weergegeven. Klinisch zette hij een haveloze bedelaar, een invalide dakloze, een zwervende geesteszieke op het blanke blad. Vandaag de dag lopen die zo weer in welvarende steden. Ook zijn er voorstellingen van het dagelijks leven van zigeuners. Op de expositie hangt een schilderij van de Rotterdammer Petrus Molijn (1819-1849), dat de tekenende Callot in een zigeunerkamp voorstelt.

Volgens een misschien verzonnen verhaal zou Callot op zijn twaalfde van huis zijn weggelopen om met zigeuners naar Florence en Rome te trekken. Op zijn zestiende mocht hij naar Rome om les te nemen bij een graficus die in heiligenplaatjes deed. Deze stuurde hem weg, toen hij hem tijdens een vrijage betrapte. Callot wreekte zich met een karikatuur die zijn leermeester voorstelt als een schertsfiguur en zijn echtgenote met een zwijnskop.

De jonge graficus vertrok naar Florence. Daar kreeg hij opdrachten van Cosimo II. Als eerste ging hij een harde in plaats van een zachte etsgrond gebruiken om behalve met de naald ook met de burijn te werken. Zo kon hij, net als bij het graveren, de lijn van dun naar dik laten verlopen. Het tekenen van minutieuze mensfiguurtjes ontwikkelde hij tot een specialisme. In massascènes hebben ze iets van bezige mieren; in gruweltaferelen ageren ze als goddeloos grut. Hun karakteristieke houdingen typeren hen als elegante stedelingen of brute boeren.

Na de dood van Cosimo II ging het hof op kunst bezuinigen. Callot keerde naar Nancy terug, waar het hem niet aan opdrachten ontbrak. Onder zijn vrije, niet-bestelde reeksen zijn bladen met wanstaltige dwergen en elegante burgers die de mode van toen showen. Waarschijnlijk portretteerde Callot zichzelf in die reeks als een groetende edelman. Een pendant van dit blad stelt mogelijk zijn vrouw, Cathérine Kuttinger, voor.

Callot, de etser van hoofse, realistische, groteske en nacht-taferelen, was niet alleen een aristocratische dandy, maar ook een zeer devoot katholiek. Hij heeft enkele reeksen devotieprenten gemaakt, zoals een Marialeven met blaadjes van 7 x 4,4 cm. Ze zijn veel minder pittig dan het andere werk. De dood overviel hem terwijl hij midden in een reeks met boetedoende heiligen was.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden