Mary Dresselhuys: de comédienne van de voorbije eeuw

Mary Dresselhuys, deze week overleden, had altijd waardering van het publiek. Het duurde lang voor de officiële erkenning kwam. Ondertussen perfectioneerde ze haar techniek als comédienne.

De actrice Mary Dresselhuys, deze week overleden op 97-jarige leeftijd, heeft haar leven lang het theater gediend. De uitdrukking lijkt een cliché, maar voor haar is deze in het bijzonder treffend. Tot op zeer hoge leeftijd is ze immers blijven spelen, en een belangrijk argument om dat te doen, was voor haar dat ze oprecht van mening was dat ze haar publiek niet in de steek mocht laten -zelfs toen ze zich niet meer kon herinneren waar ze de avond daarvoor gespeeld had, en óf ze gespeeld had. Dat moest ze dan opzoeken in haar beroemde notitieboekjes, waarin ze haar leven minutieus heeft bijgehouden.

Mary Dresselhuys, geboren op 22 januari 1907, was de dochter van een tabaksmagnaat uit Tiel. Haar ouders waren het absoluut niet eens met haar keus voor de toneelschool. Toen ze vijftien was zag ze Louis Bouwmeester spelen, in de Haagse dierentuin. Zijn laatste voorstelling – kort daarop stierf hij. Toen een hoosbui de bezoekers van de dierentuin de zaal in dreef waar gespeeld werd, zag zij als enige dat de acteurs aan het schmieren waren en had zij het gevoel al bij hen te horen. De keus voor het theater leidde tot een breuk met vooral haar vader. Die breuk werd pas geheeld toen haar oudste dochter werd geboren. Dat zij zich heeft ontwikkeld tot een onverbiddellijke vakvrouw is misschien wel juist daardoor.

De 'koningin van het blijspel', zoals haar eretitel luidt, begon haar carrière in een echte tragedie, de 'Julius Caesar' van Shakespeare, die in 1929 in de Haagse schouwburg werd geregisseerd door Cor van der Lugt Melsert. Haar eerste echtgenoot, Joan Remmelts, speelde de dienaar van Brutus; zelf figureerde ze als 'volk' in een veel te groot vuurrood kledingstuk dat de andere figuranten als enige in de klerenmand hadden laten liggen. In haar memoires 'Zonder souffleur' vertelt ze: 'Maandagmorgen hingen alle kranten aan het bord geprikt in de schouwburg. ,,Je hebt pers”, riep Eline Pisuisse ... Ik kende die uitdrukking nog niet. Na zenuwachtig zoeken lazen we: ,,Er was onder het volk een jongedame in een vuurrood hemd. Met groot enthousiasme en een stem als een klok juichte ze vele malen: 'Heil Caesar!' We zullen nog wel van haar horen'.”

Die profetie is in elk geval uitgekomen. Toen Mary Dresselhuys negentig werd, is zij nog driemaal opgetreden met een programma waarin ze herinneringen ophaalde aan haar toneelloopbaan. Bij die gelegenheid, waarin ze als het ware uit haar eigen leven acteerde, bleek overduidelijk dat je haar met recht 'de actrice van de 20ste eeuw' kunt noemen. Dat werd heel lang niet zo gezien. In de jaren zestig, zeventig was Mary Dresselhuys voor de toneelvernieuwers en tomatengooiers een overleefd fenomeen. Haar overbeschaafde stemgeluid, waar diep in de keel de deftigheid gorgelde, de strakjes over de tanden getrokken bovenlip -zij kenden dat nu wel. Daarbij kwam dat zij, een van de grote actrices van de Nederlandse Comedie, in 1963, via een korte vrijage met de groep 'Ensemble' van Karl Guttmann, zich in het circuit van de vrije producties had begeven, en dat verdiende in die dagen diepe minachting. Zo schrijft Jac Heijer in herinneringen aan het Haarlem van zijn jonge jaren over een alternatief amateurfestival in de Toneelschuur: ,,Ze lieten zien dat er nog wel iets anders mogelijk is met toneel dan gekeuvel rond bankstellen en het nadoen van Mary Dresselhuys en Ko van Dijk.” Ernstiger is dat, wie in de uit 1996 daterende 'Theatergeschiedenis der Nederlanden' in de index naar 'Dresselhuys, Mary' speurt, tevergeefs zoekt.

De reden voor deze omissie is dat zij geen vernieuwer is geweest. Integendeel, zij had één, precies te omschrijven stiel: het spelen van komedie. En dat vak, dat zoveel moeilijker is dan tragedie spelen, dat vak heeft ze haar hele leven verfijnd, eraan bijgeslepen, altijd vol zelfkritiek. Ze haatte de klucht, zoals ze ook de camera haatte. Ondanks het vele werk voor televisie (en het opmerkelijk spaarzaam acteren in de film) lag haar liefde zonder meer bij een zaal met publiek. Daarvoor leefde ze, en in een voorstelling was dat weliswaar afstandelijke, maar intens op de komische kracht van de woorden gerichte acteren, in het plaatsen van de zin, in het wachten op het juiste moment, in die onvoorstelbaar precieze gedetailleerdheid, adembenemend voelbaar.

Het is dan ook opmerkelijk, en tegelijkertijd zo onvermijdelijk als wat, dat de waardering voor de wijze waarop zij haar vak beoefende, pas tamelijk laat loskwam. Natuurlijk, Mary Dresselhuys had haar publiek dat bij het toneelabonnement in den blinde de voorstellingen aanstreepte waarin zij speelde. En de vakgenoten, afgezien van de opportunisten, zagen wel degelijk haar grootheid. Ramses Shaffy speelde als jonge dertiger zoon Konstantin met haar als moeder Arkadina in 'De Meeuw' van Anton Tsjechov in de regie van Pjotr Sjarov. Hun vriendschap duurde zolang zij leefde.

Toch kreeg zij de hoogste theateronderscheiding, de Theo d'Or, pas in 1978, toen zij de zeventig al was gepasseerd, na het grote succes van 'Herfst in Riga', waarin haar tegenspeler Ko van Dijk was, die in datzelfde jaar overleed. Nog in 1987, bij haar tachtigste verjaardag, verwees Simon Carmiggelt in een interview in Het Parool hoofdschuddend naar al die critici van haar 'zogenaamde toontje'. Maar hij had haar dan ook al in 1936 voor het eerst zien spelen en was al een halve eeuw fan van haar.

Datzelfde jaar 1987 is wellicht ook het jaar waarin de vlag van de oppositie definitief gestreken werd. Paul Haenen schrijft 'Een bijzonder prettig vergezicht', waarin Mary Dresselhuys en dochter Petra Laseur moeder en dochter spelen. Vlak daarvoor is haar derde echtgenoot, de vlieger Adriaan Viruly ('Jons' voor de intimi) overleden. Mary aarzelt of zij nog wel wil spelen, wordt aangespoord door vrienden dat wel te doen, en speelt een schitterende voorstelling. ,,Je kunt een rol niet alleen maar met charme spelen. Dat is leuk om er bij te hebben, maar het gaat er vooral om dat je weet hoe je een stuk moet spelen”, zei ze tegen Carmiggelt. Ze heeft het tot op de bodem uitgezocht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden