Martin Heidegger ontmoet Hannah Arendt in het heden

WENEN - Ze zal geen toneelstukken meer schrijven, heeft Elfride Jellinek aangekondigd. Daarmee was de premiere van haar nieuwste stuk in het Weense Akademietheater, in de regie van Manfred Karge, dus een soort dramatisch testament en tegelijkertijd een 'wraak op het theater', zoals zij het zelf uitdrukte.

En inderdaad lijkt de meest gevierde schrijfster van Oostenrijk precies dat gedaan te hebben waar zij altijd heftig om bekritiseerd is. Zonder zich te bekommeren om de eisen die een toneelstuk stelt, laat Jellinek haar gedachten en haar machtige taal de vrije loop.

Dat 'Totenauberg' ook haar diepzinnigste en 'moeilijkste' stuk geworden is, blijkt al uit de twee hoofpersonen: de filosoof Martin Heidegger en de politicologe Hannah Arendt. In de jaren twintig hadden ze een intellectuele en amoureuze verhouding, totdat niet alleen de filosofie, maar ook de politieke ontwikkelingen hen uit elkaar dreven. De joodse Arendt in ballingschap naar Amerika, de in zijn Grundlichkeit op en top Duitse Heidegger in een kortstondige, maar nooit berouwde flirt met het nationaal-socialisme.

De oude man

Bij de in het heden geplaatste ontmoeting van Heidegger en Arendt - door Jellinek steeds als 'de oude man' en 'de vrouw' aangeduid - blijft een werkelijk menselijke confrontatie uit. Aan de vroegere liefdesgeschiedenis wordt geen aandacht besteed en zelfs het nationaal-socialisme komt maar een keer ter sprake. Kort voor het einde verklaart een persoon met een ijzige stem in een schelle belichting de ontwikkeling van het gifgas voor Auschwitz. "Zyklon-B was geen werkelijk nieuw produkt, alleen zijn gebruik bij mensen was nieuw."

Wat blijft, is de intellectuele confrontatie tussen Arendt, de eeuwige immigrante die doelloos met haar koffer rondzeult en een sceptische blik op de wereld werpt, en Heidegger, die door bergwandelingen de natuur als de oorsprong van alles tracht te hervinden. "De natuur rust - deze rust in de bossen en wolken is niet het einde van de beweging. De natuur ontstaat in de voortbeweging..."

Tegelijkertijd behandelt het stuk de hedendaagse samenleving, de vreemdelingenhaat en de door Jellinek sterk bekritiseerde milieubeweging. De plaats van handeling heet niet Todtnauberg - de eigenlijke naam van Heideggers toevluchtsoord in de Alpen -, maar Totenauberg, naar de Auen, de moerasbossen ten oosten van Wenen waar de Groene beweging in Oostenrijk ontstond.

In een betoog van 'drie elegante jonge vrouwen' wordt een verband gelegd tussen de Heideggeriaanse filosofie van het gevoel en de moderne terug-naar-de-natuur-beweging. Een boerenechtpaar in Oostenrijkse klederdracht ontwikkelt Heideggers begrip van de Heimat tot een cynisch tweesnedig zwaard: grenzeloze uitbuiting van de natuur ten behoeve van toeristen, genadeloze uitsluiting ten opzichte van vreemdelingen.

Nog angstaanjagender dan dit tweetal is 'de jonge moeder', wier frisse en vrolijke gezondheidsfilosofie in de macabere euthanasietheorieen van de ethicus Peter Singer eindigt. "Wanneer ik gedood wordt, blijven na mijn dood mijn wensen voor de toekomst niet voortbestaan, en ik lijd er niet onder dat ze niet vervuld worden."

Tenslotte treedt in de vorm van drie 'dode Oosteuropese toeristen' het Heimat-loze element zelf ten tonele: de nachtmerrie van de oude man.

Natuurlijk is het eenvoudig om aan te tonen waar Jellinek als dramaschrijfster in de fout gaat. In wezen is 'Totenauberg' een serie tamelijk onsamenhangende monologen, waarin de schrijfster van de ene op de andere diepzinnige gedachte springt. Er is geen dramatische interactie, amper handeling en in feite ook nauwelijke een onderscheid tussen de personages. Of het nu om de oude boer, de jonge moeder of zelfs om Heideggers tegenspeelster Hannah Arendt gaat, steeds gebruikt Jellinek dezelfde Heideggeriaans getinte taal.

Met zo'n uitgangspunt is het bijna een wonder dat regisseur Manfred Karge er in is geslaagd de tekst tot leven te brengen. Zij het dat zijn enscenering af en toe wat te veel in de richting van slapstick dreigt af te glijden. Wanneer Heidegger bijvoorbeeld een betoog houdt, beelden de hotelgasten en kelners op pantomimische wijze zijn woorden uit. Vluchtelingen vallen uit vensters en toeristen worden aan lijnen door het landschap geleid. Het op het eerste gezicht nogal karige decor blijkt uitermate veelzijdig. Nu eens fungeert het als luxe-hotel in de bergen, dan weer als boerenwerkplaats en tot slot als troosteloos vluchtelingenverblijf.

Subtiel

Onder de acteurs valt vooral Martin Schwab op. Zijn subtiel parodierende vertolking van de oude man laat de zwaarwichtige pathos van Heideggers taal volop tot zijn recht komen.

Daarmee is meteen het grootste probleem van 'Totenauberg' aangestipt. Wie niet thuis is in Heideggers denkbeelden en werk, zal met het stuk waarschijnlijk weinig kunnen beginnen. Wie wel zo gelukkig is, krijgt een intelligente afrekening met de filosofie van Heidegger voorgeschoteld, die behalve een dosis humor ook een flinke portie denkvoer bevat. Een werk voor ingewijden, en Jellinek op haar persoonlijkst. Toch jammer, als we haar echt nooit meer op het toneel zouden zien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden