Martin Buber

Hoort Martin Buber eigenlijk wel thuis in een serie over theologen? Moet hij niet eerder worden gerekend tot de belangrijke filosofen van de eeuw? Het is de vraag of de stand der filosofen daarmee zou instemmen. Daarvoor is Buber hun waarschijnlijk te religieus, te mystiek, te zweverig, te romantisch en te irrationeel.

Vele kwalificaties zijn hem in de loop der jaren toegedicht: mysticus, metafysicus, filosoof, theoloog, religieus socialist, utopisch anarchist, zionist. Wat niemand bestrijden zal is dat de in Wenen geboren Martin Buber (1878-1965) een van de invloedrijkste joodse denkers van deze eeuw is. Bovendien een denker die grote invloed had en heeft op katholieke en vooral protestantse theologen, zoals Miskotte en Tillich.

Marcel Poorthuis, coördinator onderzoek relatie jodendom-christendom aan de Katholieke Universiteit Utrecht en medewerker van de Folkertsmastichting voor Talmudica, is een kenner van Bubers werk. ,,De kern van Bubers levensfilosofie,'' zo vat hij het samen, ,,is het overstijgen van het individualisme. Het gaat Buber om het volle leven, om de gemeenschap, om het volksbestaan.'' Het meest uitgesproken komt deze visie tot uiting in Bubers belangrijkste filosofische werk 'Ich und Du'.''

,,Buber is van huis uit socioloog. Daarom is hij altijd bezig met de vraag 'wat is werkelijk gemeenschap?'. Na een mystieke periode maakt hij op een gegeven moment een wending naar de dialoog. Hij realiseert zich ineens dat het tussenmenselijke meer is dan een psychologisch gebeuren, dat het 'ik en gij' een 'zijns-status' heeft. Buber verzet zich zowel tegen het collectivisme, en daarmee tegen de staatsbureaucratie die dwang uitoefent over het individu, als tegen het individualisme. Daartussen, stelt hij, zit de dialoog, die beide overstijgt.''

,,Hij smeedt het religieus anarchisme en het dialogische denken aaneen. Je zou kunnen zeggen dat hij met zijn filosofie van de dialoog - 'Alle werkelijke leven is ontmoeting' - een archimedisch punt heeft gevonden vanwaaruit hij alle levensterreinen benadert. Opvoeding bijvoorbeeld is - vanuit dat punt geredeneerd - niet zozeer het pompen van informatie vanuit het hoofd van de opvoeder in dat van het kind. Nee, opvoeden is een dialogisch gebeuren tussen een ik en een gij die gelijkwaardig zijn aan elkaar.''

,,Ook op het geloof past Buber zijn filosofie van de dialoog toe. Geloven is voor hem niet objectiverend kennen, niet het voor waar aannemen van stellingen en dogma's over God - kenmerkend voor de christelijke geloofswijze - maar geloven is dialogisch kennen, is een vertrouwensrelatie, is overgave - een kenmerk van de joodse geloofswijze. Elke wetenschap over noemt Buber verraad aan de ontmoeting, aan het leven zelf. En elk geloven als confessie, als objectiverend denken over God, is voor hem verraad aan de vertrouwensrelatie tussen de mens en God.''

,,In feite onttrekt Buber zich aan elke vorm van definiëren en vastleggen. Gevraagd naar zijn filosofie, gaf hij eens als antwoord: 'Ik heb geen leer, ik voer een gesprek'.''

Ook Bubers visie op de bijbel is ingekleurd door zijn drang het individualisme te overstijgen. Daarin is hij sterk beïnvloed door Nietzsche. Het volle leven voltrekt zich in het volksbestaan, meenden zij beiden. Poorthuis: ,,Zijn these is dat de bijbel niet gaat over religie of over zoiets bleeks en afgetrokkens als geloof. De bijbel gaat over het volle leven, over krachtige koningen, zoals David, die leefden voor het volk. Wordt de bijbel geconfessionaliseerd, dan gaat de kracht ervan verloren, meende hij.''

Aan deze visie zaten zeker ook gevaarlijke, irrationele kanten, waarin Buber zich liet meeslepen. Het duidelijkst komt dat tot uiting in zijn lidmaatschap van de Forte-Kreis. Dat was een gezelschap van intellectuelen, onder wie de anarchist Gustav Landauer en de schrijver Frederik van Eeden, die meenden dat Europa alleen te redden was wanneer het bestuurd zou worden door een 'geestelijke raad'.

Deze utopische fantasie bracht hem zelfs tot groot enthousiasme over het uitbreken van de eerste wereldoorlog. Die zag hij als een oerkracht met een reinigende werking waardoor een 'nieuwe aeon' zou aanbreken waarin het individualisme kon worden overstegen. Letterlijk schrijft hij: ,,Het oorlogsgeweld is het aanbreken van een nieuwe tijdgeest.''

Voor Buber was de oorlog in wezen een geloofsgebeuren. In een brief van 16 oktober 1914 legt hij dat uit aan Frederik van Eeden: ,,Diep in het hart ligt een autonoom en elementair gevoel: het geloof zonder voorbehoud in een absolute waarde waarvoor te sterven de vervulling van het leven betekent. (. . .) Dit scheppen en dit ontwaken in de daad is het oorlogsgebeuren zelf en in dit gebeuren openbaart zich de kinesis, dat is de overgang van potentie (slapen) naar akt (ontwaken). (. . .) Ieder kan slechts in zijn eigen kinesis, in zijn eigen verwerkelijken God beleven.'' Landauer en Van Eeden volgden deze 'Kriegsbuber' overigens niet in zijn verheerlijking van de oorlog.

Ook ten aanzien van het zionisme werd Buber meer gedreven door idealen van geestelijke en culturele vernieuwing dan door de politieke wens van Theodor Herzl een Joodse staat te stichten. Op het derde Zionistencongres, in 1899 in Bazel, zei hij onder andere: ,,Het gaat niet om de Joodse staat (. . .) Het gaat om een 'vestiging', die onafhankelijk van wat volken beweegt alle krachten bijeen kan brengen tot de opbouw en de verwerkelijking van het Jodendom.''

De kern van de innerlijke vernieuwing van het jodendom, die hij voorstond, meende hij te vinden in het chassidisme, de joods-mystieke beweging die in de eerste helft van de 18de eeuw in Oost-Europa werd gesticht door Israel ben Eliezer, de zogenoemde Baül Sjem Tov. Met zijn hervertellingen van chassidische verhalen is Buber zeker zo bekend geworden als met bijvoorbeeld 'Ich und Du' of met zijn vertaling, samen met Franz Rosenzweig, van de Hebreeuwse bijbel.

In niet-joodse kringen maakten en maken de verhalen over de leiders van chassidische gemeenten evenzeer een diepe indruk. Het geheim van hun invloed moet misschien gezocht worden in hun deemoed ten opzichte van hun medemensen. Nooit staan de tsaddikim op een voetstuk, maar ze verkeren onder de mensen die allen, zo geloven zij, een vonk van het goddelijke vuur in zich meedragen.

Ook in deze chassidische vertellingen wordt het individu ondergeschikt geacht aan de gemeenschap. Zoals blijkt in het volgende verhaaltje: Een man komt bij rabbi Israel ben Eliezer om te vertellen wat zijn hart kwelt. 'Zie mijn hoofd- en baardharen zijn wit geworden en nog heb ik geen boete gedaan'. Waarop de rabbi antwoordt: 'Gij denkt slechts aan uzelf. Vergeet uzelf en gedenk de wereld.' Bubers commentaar: 'De mens moet uitstijgen boven zijn zelfzucht om zo de weg te kunnen vinden ter vervulling van de bijzondere taak voor welke God hem, deze bijzondere mens, heeft bestemd. Wie zichzelf echter kwelt met voortdurend berouw en boetedoening ontneemt de ommekeer zijn beste kracht'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden