Martien van Oers 1944-2008

Snackkoning Martien van Oers weefde werk en privéleven dooreen. Maar zijn gezondheid had wel van zijn leefstijl te lijden.

Zijn moeder had een kruidenierszaak in Boxtel, zijn vader bracht de blikgroenten, kaas en vis uit haar winkel rond bij de Brabantse horeca. Martien van Oers groeide op omringd door snacks en fastfood. Op school was hij nauwelijks te handhaven, maar wel werkte hij van jongs af aan in het bedrijf van zijn ouders.

Op zijn achttiende trad hij officieel toe tot horecagroothandel Van Oers, al verliep de samenwerking tussen vader en zoon niet altijd soepel. Van Oers sr. hield de dingen graag zoals ze waren, Martien van Oers was in voor vernieuwing en verandering. Zo legde hij contact met Beckers Snacks uit Deurne, die de frikadel vanuit Amerika naar Nederland had gebracht. Deze noviteit sloeg in als een bom en hij kreeg de alleenverkoop voor de regio. Een Tilburgse cafetariahouder leerde hem kroketten maken, waarmee hij snel de Brabantse markt veroverde.

Toen moeder Van Oers eind 1971 overleed deed vader Van Oers een stap terug uit de zaak en kon Martien zijn expansiedrift de vrije teugel geven. Waar andere snackfabrikanten in de regio hun bedrijf met winst verkochten, investeerde Van Oers in de uitbreiding van het assortiment en de aankoop van zo’n dertig cafetaria’s. De uitbaters werden verplicht de frites en snacks van Van Oers af te nemen.

Maar Martien van Oers deed meer om zijn eigen afzetmarkt te creëren. Eén van zijn middelen daartoe was bluf. Om leverancier van de stationsrestauraties te worden, presenteerde hij zich in het hoofdkantoor van de NS in Utrecht als landelijke snackgigant. De directie was niet direct overtuigd en stelde voor de fabriek in Boxtel te bezoeken. Waarop Van Oers de fabriek van een vriend voor één dag te leen vroeg, de letters op de gevel verving door ‘Van Oers’, en zo leverancier werd van de Nederlandse stationsrestauraties met zijn zelfbedachte product ‘HonkiTonki-burger’. Vervolgens moet hij ze alle 88 hoogstpersoonlijk zo’n drie keer in de week met zijn stationcar bezorgen, maar dat vond hij geen probleem. Als je ergens in geloofde, dan ging je ervoor, was zijn motto. De stationcar werd dan ook snel een Van Oers-vrachtauto.

Hij haalde meer grote afnemers binnen, zoals De Efteling, Centerparcs en Libema. Zijn charme en persoonlijke benadering waren zijn belangrijkste wapens. Het gebeurde meer dan eens dat hij met zijn frituurpan naar een potentiële klant reed om ter plekke kroketten voor de directeur te bakken. Alles voor het bedrijf, want groeien en naamsbekendheid verwerven waren zijn voornaamste drijfveren.

Behalve een harde werker was Martien ook ijdel. Hij stond graag in het middelpunt van de belangstelling. De letters ‘Van Oers’ moesten zo groot, dat ze nauwelijks nog op de trucks pasten. Stond hij eens in de Privé, dan liet hij die wekenlang opengeslagen op de koffietafel liggen. En kwam hij rijdend op de A2 niet vier of vijf van zijn vrachtwagens tegen, dan belde hij naar de zaak: of er misschien een staking was?

Ondanks zijn allesoverheersende werklust zag Van Oers toch kans een gezin te stichten. In 1967 trouwde hij met Ria Hoenselaars, met wie hij twee zoons en een dochter kreeg: Wim, Susanne en Ruud. Bedrijf en gezinsleven wist hij creatief met elkaar te verenigen. Gingen de Van Oersjes op zondag uit varen, dan vroeg Martien altijd een klant mee die hij tijdens de tocht kon fêteren. Wilden zijn zoons wat quality time, dan nam hij ze mee op de vrachtwagen om bestellingen rond te brengen. En was er behoefte aan een dagje pretpark, dan was De Efteling natuurlijk de aangewezen plek. Kon Martien meteen even de verkooppunten langs om te vragen of alles naar wens was. Vanuit het zomerhuis in Scheveningen reed hij dagelijks op en neer naar Boxtel en op de Zuid-Franse vakantie stond hij meestal in een telefooncel. Maar zijn kinderen hadden nooit het idee dat ze iets tekort kwamen. Dat zij hun vader zouden opvolgen was niet meer dan vanzelfsprekend.

De dood van zijn moeder was destijds hard bij hem aangekomen; in 1977 kreeg één van de kinderen een ernstig ongeluk. In 1980 werd Van Oers zwaar overspannen. Hij herstelde wel, maar zette zich vervolgens alleen nog maar meer in voor het bedrijf. Het meest had hij te lijden onder zijn eigen slechte conditie. Zijn voortdurende werken, zijn overgewicht en de vele sigaren die hij rookte begonnen hun tol te eisen: meerdere hartaanvallen. Zijn vrouw Ria dwong hem uiteindelijk tot ziekenhuisopname; als het aan hem zelf had gelegen, was hij op de dag van zijn laatste infarct nog gewoon naar een klant gegaan. Na een hartoperatie stopte hij met roken, viel hij af en ging hij beter op zijn leefgewoonten letten. Maar het bedrijf mocht daar uiteraard niet onder lijden. Hij liep zo vaak mogelijk de trap naar het magazijn op en af, terwijl hij zijn hartslag opnam – zo werkte hij aan zijn conditie en was hij toch op de zaak. Parallel aan zijn eigen proces raakte hij ook geïnteresseerd in meer verantwoorde snacks. Hij was enthousiast over suikervrij ijs en propageerde zijn verse rauwkostsalade als tegenhanger van de vette kroket.

Maar de omslag kwam helaas te laat. Martien van Oers kreeg diabetes, waardoor hij slecht ging zien. Hij had meerdere herseninfarcten - die hij verzweeg - en zijn gehoor viel gedeeltelijk weg. Hij bleef hartklachten houden en werd herhaaldelijk op de valreep gedotterd. Tegen alle medische logica in kreeg hij het voor elkaar om in het weekend op de IC te liggen en maandag weer gewoon op het werk te verschijnen. Hij kon niet toegeven, in de eerste plaats aan zichzelf niet, dat het steeds slechter met hem ging. Hij nam het zichzelf kwalijk dat hij zijn gezondheid jarenlang had verwaarloosd.

De laatste anderhalf jaar van zijn leven bracht Van Oers afwisselend thuis en in het ziekenhuis door. Zijn lichaam was versleten, zijn geest opgebrand. Behalve zijn kinderen en zijn vrouw wilde hij niemand meer zien. De wereld moest zich de vrolijke, energieke, attente en doortastende Martien van Oers herinneren die hij altijd was geweest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden