Martelaars / Palestijnse moeders rouwen in stilte

De moeders van de Palestijnse zelfmoordactivisten en van de jongens die gedood zijn in de strijd tegen Israel, houden het hoofd hoog. Maar achter de facade gaat verdriet schuil dat ze niet kunnen en mogen uiten.

RAMALLA - Oem Dia' deelde snoepjes uit toen haar zoon een 'martelaar' was geworden. Ze serveerde zoete koffie in plaats van bittere, zoals gebruikelijk bij begrafenissen. Ze slaakte vreugde kreten en weeklaagde niet. De begrafenis van haar zoon noemde ze 'de martelaarsbruiloft'. En tegen een ieder die het horen wil zegt ze dat haar zoon een held is.

Dia' al Tawil, een 21-jarige student elektrotechniek, blies zich eind maart in Jeruzalem op. Hij liet voor de familie een video achter met zijn laatste wensen. ,,Hij zei dat we niet verdrietig moesten zijn, dat we op snoep moesten trakteren, dat we veel zouden bidden en goed voor elkaar zouden zorgen. Ik zou nooit hebben kunnen doen wat hij deed, hij was een held'', zegt ze zonder een traan te laten. Die tranen komen wel als ze vertelt hoe ze het verlies verwerkt: ,,Hij was me zo lief, ik zou er alles aan doen om hem terug te krijgen. Ik had er geen vermoeden van dat hij dit zou doen, het was een grote schok. Als ik het had geweten, zou ik het hem verboden hebben. Dit is niet wat ik voor Dia' in gedachten had, we zaten vaak samen te praten hoe het zou zijn als hij zijn studie afhad, als hij zou gaan trouwen.''

Toen het veertig dagen was na de dood van Dia' (een herdenkingsdag), heeft ze haar mijn man en kinderen er niet aan herinnerd. ,,Ik wilde ze niet verdrietig maken. Het liefste wil ik helemaal alleen zijn en de hele dag huilen. Maar ik moet voor mijn gezin zorgen.'' Ze gebruikt inmiddels slaappillen en kalmeringsmiddelen.

Nida, de oudste dochter studeerde met Dia' aan dezelfde universiteit. Haar studie is eigenlijk het enige wat ze gemeen had met haar introverte broer, vertelt ze. Ze draagt geen hoofddoek, is niet religieus, in tegenstelling tot Dia', die vijfmaal per dag bad. Ze woonde drie jaar met haar man in de Verenigde Staten en is nu gescheiden. ,,We waren precies het tegenovergestelde, maar ik hield van hem. Hij was heel gevoelig. Wat hij zag van de Israëlische bezetting raakte hem heel erg. Dia' was getekend door de dood van een jongetje van negen, Obeid al Daradzj, hier vlakbij. Obeid werd doodgeschoten terwijl hij in zijn huis aan het spelen was en Dia' moest zo vreselijk hard huilen dat het op straat te horen was.'' Nida benadrukt dat het niet een fundamentalistische opvoeding is geweest die Dia' tot zijn daad heeft aangezet, want haar vader is niet gelovig: ,,Het kwam uit hemzelf''.

De moeder van Obeid loopt inmiddels in therapie, omdat ze weigert de dood van haar zoontje te aanvaarden. Volgens Nelly Aboe Zena, haar sociaal werkster, verwijt ze zichzelf dat ze niet goed op haar zoontje heeft gepast. Aboe Zena legt uit dat de moeders grote psychische problemen hebben bij het verwerken van hun verdriet. ,,Ze proberen zichzelf te troosten door te stellen dat hun kind is gestorven voor een nobele zaak en het nu een plek heeft verdiend in de hemel. De mensen om hen heen blijven maar zeggen dat ze trots zijn op de martelaren en op deze manier komen de vrouwen niet toe aan hun persoonlijk leed. De politieke kant van de dood van het kind overschaduwt alles.''

De Palestijnse schrijver Gassan Zaktan keert zich in de krant de Jerusalem Times openlijk tegen de vreugde-uitingen bij de begrafenissen van martelaren. Natuurlijk is er verdriet en rouw, stelt hij, en wijst erop dat de profeet Mohammed openlijk huilde toen zijn zoon Ibrahim stierf.

In het vluchtelingenkamp Deheisje gedenkt Nadja al Laham nog elke dag haar 16-jarige zoon Moataz. Israëlische soldaten schoten hem in het begin van de intifada in het hoofd toen hij op een vrijdag voor de controlepost bij Bethlehem op straat aan het bidden was. Het was een demonstratieve gebedsdienst, omdat de inwoners van de westelijke Jordaanoever niet naar Jeruzalem mogen om te bidden.

Buiten op de muur van haar huis hangt een poster van Moataz met een kalasjnikof in de hand voor de Al Aqsa moskee. Die foto was genomen direct na de intocht van de Palestijnse Autoriteit en alle kinderen vonden het stoer om zo'n geweer vast te houden, legt Nadja uit. ,,Ik was het er niet mee eens dat ze die foto gingen verspreiden toen Moataz gevallen was. Het gaf een heel verkeerd beeld, alsof hij een terrorist was!''

,,Ik wou dat mijn jongen niet dood was, ik had hem zo graag groot zien worden. Hij was een goede zoon, hielp me altijd in huis en probeerde wat geld te verdienen.''

Nadja is een weduwe en heeft zeven kinderen onder haar hoede. Het kleine beetje geld dat Moataz verdiende is nu ook weggevallen. Ze leeft van een toelage 400 sjekel en nog een kleine gift van 200 sjekel van de islamitische liefdadigheidsorganisaties (samen 350 gulden). ,,Alleen Allah weet hoe ik van dit geld rondkom'', zegt ze. Toch heeft ze de tienduizend dollar die gezanten van Saddam Hoessein kwamen aanbieden resoluut afgewezen. ,,Er bestaat geen compensatie voor het leven van mijn kind. Ik zweer in de naam van Allah dat ik nooit het bloed van mijn zoon zal verkopen'', zegt ze trots.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden