Marokko ziet geen alternatief voor kif uit de Rif

Marokko is een narco-staat, zeggen deskundigen, waar overheid en drugsgeld zeer nauw met elkaar zijn verweven. Vooral het Rif-gebergte heeft zich ontwikkeld tot een gigantische producent van hasj. En er lopen duidelijke lijnen vanuit de Rif naar Nederland.

In november publiceerde de Franse krant Le Monde een geheim rapport van het gezaghebbende Observatoire Géopolitiques des Drogues (OGD). Het Parijse instituut doet onder andere onderzoek voor de Europese Unie en gebruikt een uitgebreid netwerk van contacten en correspondenten. Hun rapport bevatte schokkende gegevens over de drugsproduktie en -handel in Marokko. Het is een 'narco-staat', zegt het OGD, een staat waar drugshandel en overheid nauw met elkaar verweven zijn.

De Marokkaanse overheid zelf kaatst de bal gewoon terug. Ze zegt dat de hasjhandel is gegroeid door de grote vraag uit Europa, vooral sinds de jaren tachtig toen de aanvoer uit andere gebieden stagneerde. En dat lijkt de kloppen. Het Amsterdamse bureau Steinmetz, dat in opdracht van het ministerie van justitie een rapport maakt over de handel in softdrugs in Nederland, constateerde dat de aanvoer uit Libanon en Afghanistan door burgeroorlogen een stuk onregelmatiger is geworden. De Marokkaanse hasj maakt in Nederland nu maar liefst 70 tot 75 procent van de totale hasjimport uit.

In Marokko worden velen er rijk mee. Het OGD, maar ook andere waarnemers, rekenen voor dat de zeventigduizend hectare grond in de Rif waarop boeren kif (hennepplanten) verbouwen goed zijn voor minstens 1400 ton hasj. De dienst Centrale Recherche Informatie (CRI) komt in haar schattingen zelfs tot het twee- tot drievoudige. En geef de boeren in de Rif eens ongelijk: zij krijgen vierduizend dirham per jaar per hectare als ze graan verbouwen, tegen zeker dertigduizend dirham als ze op kif overstappen. Satellietfoto's tonen dat met name rond Ketama praktisch alleen nog maar kif wordt verbouwd. Pikant genoeg zijn de foto's gemaakt door het Centre Royale de Télédétection Spatiale in Rabat, wat uiteraard betekent dat de overheid precies weet wat er gaande is.

De Marokkaanse hasj heeft in Nederland een straatwaarde van zeker dertien miljard gulden. Het grootste deel wordt verdiend met de tussenhandel in Europa, maar Marokko zelf verdient met de export tenminste drie miljard gulden aan deviezen, goed voor zeven procent van het BNP van Marokko. En dat is een lage schatting. Ter vergelijking: de totale landbouwsector produceert in Nederland minder dan vier procent van het nationaal inkomen.

In Marokko zijn de hasjinkomsten duidelijk zichtbaar. Vroeger kon alleen een enkele migrant een nieuw huis bouwen in zijn geboortedorp, maar nu zijn overal in de Rif kleine paleisjes verrezen. “Er is een enorme bouwactiviteit”, zegt criminoloog Hans Werdmölder, “Je kan natuurlijk niet bewijzen dat het voor een groot deel drugsgeld is, maar die conclusie ligt wel voor de hand”. Sinds de grote hasj-boom van de jaren tachtig zijn de prijzen van bouwgrond tot spectaculaire hoogten gestegen.

Het drugsgeld wordt ook gewit via de contrabande, de smokkel. Op de markt van Nador (in het oostelijk deel van de Rif) staat de elektronica uit de Spaanse enclave Melilla hoog opgestapeld en van daaruit wordt het via allerlei kanalen door heel Marokko gedistribueerd. De inwoners van Nador bleken daarbij zeer inventief. Toen de plaatselijke voetbalclub een paar jaar geleden de bekerfinale moesten spelen tegen Meknez bleken alle Nadori opeens supporter. Er trok, onder politiebegeleiding, een stoet bussen door Marokko. Maar na aankomst bleek er nauwelijks een supporter op de tribune te vinden, de meesten stonden op de markt om smokkelwaar te kopen. Zoveel afstand afleggen zonder controle, en dus zonder arrechwet (smeergeld) te hoeven betalen, was een buitenkansje. Nador verloor de finale, maar de stad is inmiddels het derde financiële centrum van Marokko voor wat betreft de inleg bij banken, na Casablanca en Rabat.

Eigenlijk ziet de Marokkaanse regering geen alternatief voor de illegale activiteiten in de Rif. “De Marokkaanse overheid is al lang blij dat een gebied waar je normaal geld in zou moeten stoppen nu zichzelf kan bedruipen”, zegt sociaal geograaf en Marokko-kenner Paolo De Mas, die verbonden is aan de Universiteit van Amsterdam. “Want de Rif behoorde in 1956 tot de armste gebieden van Marokko, en nu ligt het consumptieniveau beduidend boven het landelijk gemiddelde. Er is duidelijk sprake van een herenakkoord, waarbij de Rif en de Marokkaanse overheid elkaar wederzijds de ruimte laten.”

Nederland ziet de ontwikkelingen in de Rif bezorgd aan, want veel migranten hier komen uit dat gebied. De Marokkaanse gemeenschap in Nederland wordt de laatste tijd steeds vaker verweten in drugs te handelen, maar zo simpel ligt het zeker niet, maakt Paolo De Mas duidelijk. “Tot halverwege de jaren tachtig waren er onder de migranten inderdaad 'kwartiermakers' voor de aanvoerlijnen van hasj, maar daarna hebben de grote jongens uit Nederland en Marokko de markt overgenomen. Het is wel een vreemd toeval geweest dat de Rif, een potentieel produktiegebied, via migratieketens zo verbonden kon worden met het uitzonderlijk tolerante Nederland, een potentieel marktgebied. Als onze migranten uit de Zuidelijke Sousse zouden zijn gekomen, dan was alles heel anders gelopen.”

In de banden tussen Marokko en Nederland doen zich bijna Siciliaanse toestanden voor. De criminoloog Hans Werdmölder constateert dat in Marokko specifieke families uit specifieke dorpen netwerken vormen en in contact blijven met hun familie in Nederland. “Bij de Ramola-zaak (een Nederlandse drugszaak waarbij Marokkanen betrokken waren - red) ging bijvoorbeeld om één familie waarvan veel leden uit het dorpje Driouch kwamen, maar de familie van geldwisselaars kwam weer uit de buurt van Marrakech.” Ook De Mas bevestigt dat beeld: “Het is een gespikkeld patroon, en je kan dus over de betrokkenheid van migranten bij deze handel niet zomaar boude uitspraken doen.”

Toch luidden H. El Madkouri en S. Bouddouft van het Samenwerkingsverband Marokkanen en Tunesiërs in Nederland onlangs de noodklok, vooral over de Marokkaanse jongeren in Nederland. Meer en meer identificeren die zich met de drugshandelaar, want “hij rijdt immers in de duurste auto's en heeft een mooie villa in Marokko, waar hij meerdere keren per jaar vakantie viert. En zoals de meeste Marokkanen in Nederland èn Marokko weten heeft hij ook nog eens gemakkelijk toegang tot het Marokkaanse overheidsapparaat.”

De hasjhandel in Nederland blijkt al met al toch vooral een zaak van autochtonen. De Steinmetz-onderzoekers, die hun gegevens onder andere van informanten uit het criminele milieu hebben, constateren dat er alleen “in beperkte mate allochtone initiatieven zijn en zeer incidenteel ook van Turkse Nederlanders, voornamelijk voor de eigen bevolkingsgroep”. Dat geldt niet alleen voor de import in Nederland, met een waarde van ruim twee miljard gulden, maar nog veel sterker voor de internationale markt. De onderzoekers schatten de waarde van de jaarlijkse hasjdoorvoer door Nederland op nog eens vier miljard gulden, en de internationale handel buiten Nederland waarbij Nederlanders betrokken zijn op niet minder dan 12,5 miljard. Niet alles daarvan komt uit Marokko.

Justitie in Nederland probeert al tijden samenwerking met Marokko van de grond te krijgen. Maar veel vertrouwen in de Marokkaanse autoriteiten blijkt er niet te bestaan, zo blijkt uit een recent CRI-rapport over Marokko, want zoveel hasj kan alleen worden geproduceerd met actieve medewerking binnen het staatsapparaat. Verschillende auteurs in het rapport constateren dat onder meer ambtenaren, de gendarmerie (van het ministerie van defensie), de Mokhanznia (speciale veiligheidstroepen van binnenlandse zaken), douane, leger en marine delen in de winst. Maar ook politici. De in Tanger gevestigde krant Les Nouvelles du Nord meldde dat in de hele Rif en zelfs in Rabat en Casablanca, politieke en economische carrières afhangen van de handel in kif.

Het onafhankelijke Observatoire Géopolique des Drogues in Parijs concludeerde dat zelfs het koningshuis belangen heeft in de drugshandel. Daarbij vallen de namen van een zwager en een nicht van de koning. Dat is ook waarschijnlijk, want in Marokko gebeurt weinig zonder dat het koningshuis ervan afweet. Het Spaanse blad Diario 16 meldde enkele weken geleden bovendien dat in 1994 vijf ton hasj werd onderschept in een vrachtwagen die fruit vervoerde van de Koninklijke Domeinen, een bedrijf dat in handen is van de Marokkaanse koninklijke familie.

In 1992 begon Hassan II desalniettemin zijn eigen War on Drugs, naar Amerikaans voorbeeld, en liet een cordon van achtduizend man leggen rond de Middellandse Zeekust van Noord-Marokko. Om de tweehonderd meter werden wachtposten neergezet die, soms uitgerust met radars en nachtkijkers, de grens hermetisch moesten afsluiten. Ook zouden inmiddels 8500 mensen zijn opgepakt, onder wie veel buitenlanders. Zo zitten nu ongeveer 73 Nederlanders in een Marokkaanse gevangenis, die bijna allemaal zijn opgepakt voor hasjhandel. De betekenis van de War on Drugs ligt vooral in de symboliek voor binnen- en buitenland. Het regiem in Rabat wil kennelijk af en toe laten zien dat de uiteindelijke controle in het land bij hun berust, en bij niemand anders.

Ondertussen heeft de hasjcultuur dramatische gevolgen voor de ecologie van de Rif. Alleen al tussen 1966 en 1980 is in sommige streken van de Rif het bosareaal met eenderde afgenomen en door de enorme produktiegroei van na 1980 is de ontbossing alleen maar versneld. Zeker in de hogere delen van de Rif leidt dat tot uitspoeling en erosie. “Het is echt twee voor twaalf op dat punt”, zegt Paolo De Mas bezorgd. Hij doet al jaren onderzoek in de Rif en ziet de degradatie voor zijn ogen gebeuren. “Er kan nog een beetje verder uitgebreid worden, maar over zes of zeven jaar is het afgelopen. De druk om hasj te produceren is zo groot dat men daar willens en wetens schade toebrengt.”

De Europese Unie heeft bijna 900 miljoen gulden uitgetrokken voor de ontwikkeling van de Rif, in de hoop de boeren daarmee een alternatieve bron van inkomsten te kunnen bieden. Maar dat geld weegt lang niet op tegen de inkomsten uit de drugs. De Engelse krant Financial Times concludeerde bovendien dat vermoedelijk maar tien procent van het geld uiteindelijk bij de bestrijding van de hasjteelt terecht zou komen.

Marokko moet dus voorlopig leven met hasj. Maar, zo waarschuwde Mustapha Sehimi, een hoogleraar recht aan de Université Mohammed V in Rabat en bekend specialist op het terrein van de Marokkaanse politiek, “er bestaat een groot risico dat 'de staat' oplost en uiteenvalt tussen de machten die gefinancierd worden door het vuile geld.”

En omdat hij dat zei in het bijzijn van vier ministers en vele hoge ambtenaren, is duidelijk dat zelfs de hoogste kringen in Marokko zich zo langzamerhand ernstig ongerust beginnen te maken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden