Marokkaanse vrouwen helpen

De moeilijkste probleemgezinnen zijn voor ’witte’ hulpverlening haast onbereikbaar. In Utrecht slaan Marokkaanse vrouwen bruggen.

Rob Pietersen

In een zaal vol hulpverleners leggen de vrouwelijke vrijwilligers van de Utrechtse Marokkaanse stichting Al Amal uit hoe zij echt hulp verlenen. En het publiek knikt. Zo moet het.

De agente zegt: „In de ideale wereld zou Al Amal niet nodig zijn. Maar zoals de reguliere hulpverlening nu is georganiseerd, zijn deze dames onmisbaar.” En het publiek knikt. Het moet anders.

Al Amal slaat in Utrechtse prachtwijken bruggen tussen multi-problemgezinnen en hulpverlening. Gisteren presenteerde de vrijwilligersorganisatie haar aanpak. Het ging over vertrouwen winnen, handen op schouders, letterlijk de mouwen opstropen en helpen schoonmaken. Ook ’s avonds of in het weekeinde. Over zorg op maat, meteen.

De luisteraars in de zaal, van Jeugdzorg en grote welzijnsinstellingen, herkennen het ideaalplaatje. In hun praktijk ligt altijd een stapel dossiers op het bureau, bestaat een wachtlijst en zijn er beperkingen. „Elke hulpverlener komt met zijn eigen oogkleppen op een gezin binnen. Er wordt gekeken naar schulden, de kinderen of verslaving, Maar nooit naar het totaalbeeld”, zegt Fatouch Chanaat van Al Amal.

Er wordt een filmpje vertoond van een moeder, wier vijf verwaarloosde kinderen door politie en jeugdzorg werden opgehaald. De vrijwilligers van Al Amal werd gevraagd haar te helpen. „Toen we daar binnenkwamen... We wisten niet dat zoiets in Nederland bestond. Er waren geen bedden, er waren ramen kapot, het was er steenkoud, er lag geen vloer in de huiskamer. Alle hulpverleners die daar langs waren geweest, hadden alleen maar gepraat en geluisterd, maar niets verbeterd. Wij zijn daar eerst maar eens iets gaan opknappen en toen pas gaan praten. Die vrouw had eerst gewoon een veilig, warm huis nodig.”

„In Utrecht willen we de probleemgezinnen stutten en steunen”, zegt wethouder Rinda den Besten (jeugdzaken). „We willen niet van bovenaf zeggen: dit kunnen wij u bieden. We vragen: wat heeft u nodig? Zoals Al Amal dus al jaren werkt.”

Het vraagt om een omslag in het denken. Chanaat ziet dat niet zomaar gebeuren. En de reguliere hulpverlening heeft bij Marokkaanse moeders ook een imagoprobleem. Ze kennen de voorbeelden, van hulpverleners die kinderen uit huis plaatsten. „Er is een Arabisch gezegde: ’Wie ooit door een slang is gebeten, wordt ook bang van een touw’. Die moeders vrezen alles wat op hulpverlening lijkt”, aldus Jalil Mouchtari van Programmabureau Jeugd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden