Marokkaanse jongeren: De politie daagt ons uit

Met z'n vieren staan ze onder de brug bij de Polderweg in Amsterdam-Oost. Over hun hoofden denderen voortdurend treinen van en naar Amersfoort.

Wat ze van de politie vinden? ,,Ze zijn hartstikke verkeerd bezig, man!'', roept een vijfde Marokkaanse jongen die de brug onderdoor steekt naar de Indische buurt. Terwijl hij verder loopt, steekt hij zijn middelvinger uitdagend omhoog.

De Marokkaanse jongeren in Oost zijn boos. Wie je ook aanschiet op de straten en pleinen van de Indische buurt, een wijk waar veel Marokkanen wonen, ze zijn stuk voor stuk negatief over de politie. De monden gaan op strak, de ogen schieten vuur. Ze voelen zich gekoeioneerd door de agenten van wijkbureau Balistraat. Er hoeft nog maar dít te gebeuren, zeggen ze dreigend, of de vlam slaat in de pan.

Met hun eigen naam willen ze niet in de krant. Ze verschuilen zich achter het Jan, Piet en Klaas van het Marokkaanse namenregister. Machmoed heet dus de woordvoerder van het viertal onder de spoorbrug. Hij is net een uurtje klaar met zijn baan bij een metaalbedrijf in Diemen. Twee anderen zitten nog op school, de vierde is magazijnbediende. Ze zijn allemaal om en nabij de twintig. Geboren en getogen in Amsterdam-Oost, zeggen ze trots.

,,Ze scheren iedereen nu over één kam: 'Marokkanen zijn slecht','' zegt Machmoed over de veranderde houding van de politie. ,,Als je zwart haar hebt, houden ze je aan.'' Vooral de manier waarop de politie hen aanspreekt, steekt de jongens. ,,Ze proberen ons uit de tent te lokken'', zegt Machmoed met ingehouden woede. ,,Het is gewoon tactiek, man, hoe ze met je praten. Je loopt over straat, ze rijden langs in hun auto, en blijven je maar aankijken... Waarom is dat?! Ik ben gewoon burger van Nederland, net als ieder ander!!''

Z'n vrienden knikken. Ze vinden dat de politie het laatste jaar vervelender en agressiever is geworden. ,,Ze spreken je aan en blíjven maar met je praten. Wás het maar een normaal praatje... Ze wachten tot je wat verkeerd zegt en dan pakken ze je op''.

Machmoed rijmt: ,,Die mensen in het blauw, drijven ons in het nauw''. Maar zijn ogen lachen niet.

Eind vorig jaar wankelde de vrede in Oost al eens, toen een groep Marokkaanse jongeren demonstratief wilde optrekken naar de politiepost in de Balistraat. Spuugzat waren ze het politieoptreden waar niks meer kan en niets meer mag. De politiehelikopter hing al boven de stadsvernieuwingsbuurt toen ze de optocht afbliezen.

Kickboksleraar Said Rkiouak was een van degenen die de heethoofden susten: ,,Ze wilden de boel op de kop zetten. Ik heb ze tegengehouden. Ik ben een bouwer, geen sloper.''

Diezelfde avond kwam een wijk inspecteur bij hem verhaal halen. De inspecteur zou hem hebben geprovoceerd, onder meer door racistische opmerkingen. Toen Said daarop tegen een lantarenpaal trapte, werd hij voor een nacht opgepakt. ,,Om me te vernederen'', zegt Said. ,,In de Marokkaanse gemeenschap zitten rotte appels, maar bij de politie ook!'' Er loopt nog een aanklacht tegen de diender bij het antidiscriminatiebureau.

Twee jaar geleden verhuisde 'Samoerai Said' met zijn jonge gezinnetje van de witte Rivierenbuurt naar de Indische Buurt. Hij wist niet wat hem overkwam. De eerste maanden was hij zoet met het schoonvegen van zijn portiek.

Daarna was het plein voor zijn huis aan de beurt, tot dan de verzamelplek van alles wat jong en Marokkaans is en hangt. Said vroeg de jongeren niet alleen om door te lopen, hij nam ook een stel tieners onder zijn hoede die het verkeerde pad op dreigden te gaan. Een paar keer per week traint hij ze nu in een buurtgebouwtje in zijn oude Rivierenbuurt.

Rashid (17) is een van Saids beschermelingen. Vorig jaar zomer was hij de aanstichter van de zwembadrel in het Flevoparkbad, de favoriete hang out van de Marokkaanse jeugd in Oost als het zomert. Rashid spuugt op de politie. ,,Er valt niet met ze te praten. Ze kijken je aan alsof je een hond bent.''

Net om de hoek van het plein woont het bejaarde echtpaar Brugman. Vijf jaar geleden verhuisden ze van de Bijlmer naar de Indische buurt. ,,Dat was toen een opluchting. Maar zo zoetjesaan begon het er hier aardig op te lijken'', herinneren ze zich. Mevrouw Brugman wijst door de ramen van de benedenwoning naar het stenen muurtje buiten. Elke avond zaten er wel een man of tien, elf op. Ze praatten met elkaar, plasten in het portiek en overal gooiden ze peuken neer. ,,En als je er wat van zei, kon je een grote bek krijgen! Ik deed 's avonds van pure ellende de overgordijnen dicht.'' Tig keer belde ze naar de politie. ,,Maar komen, ho maar. Ze kennen de weg hier geeneens.''

Met Said lopen ze weg. Sinds hij aan het plein is komen wonen, is de overlast vrijwel verdwenen. Het bejaarde echtpaar snapt niet dat de politie niet veel meer investeert in mensen zoals hij. ,,Ze moeten meer samenwerken dan tegenwerken. Ze pakken hem op, terwijl hij hier voor orde en rust zorgt!''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden