'Marokkaanse cultuur ook oorzaak jeugdcriminaliteit'/'Een brommer geeft geen status, pubers willen een auto'

AMSTERDAM - Een van de Marokkaanse jongens moest de gevangenis in. Aan onderzoeker Frans van Gemert vroeg hij wat privébezittingen zolang te bewaren. Van Gemert vroeg waarom hij die juist aan hém in bewaring gaf, en niet aan zijn Marokkaanse vrienden, die hij toch beter kende. “Nee hoor, dat zijn Marokkanen, die zijn niet te vertrouwen.”

Volgens Van Gemert is dat tekenend. Hij volgde drie jaar lang zo'n veertig Marokkaanse jongens in Rotterdam-Zuid. Vandaag promoveert hij aan de Universiteit van Amsterdam op een onderzoek waarin hij de Marokkaanse cultuur een van de oorzaken noemt waardoor juist Marokkaanse jongens relatief vaak bepaalde delicten plegen. Tot nog toe vermeden wetenschappers volgens Van Gemert onderzoek naar het verband tussen cultuur en criminaliteit onder jonge Marokkanen. De nadruk lag op omgevingsfactoren: de buurt waarin ze wonen en sociaal-economische problemen thuis. Te weinig werd, stelt Van Gemert, ook de Marokkaanse gemeenschap zelf kritisch bekeken.

In zijn boek 'Ieder voor zich. Kansen, cultuur en criminaliteit van Marokkaanse jongens', beschrijft Van Gemert eerst het gebied waar veel Marokkaanse jongens vandaan komen: het Noordelijke Rif-gebergte. Een vanouds kaal en onvruchtbaar gebied. Vanwege de extreme schaarste, ontstonden al vroeg grote rivaliteit en felle vetes. Tussen stammen en familie's, maar ook binnen gezinnen. De hiërarchie werd bepaald door leeftijd, sekse en bezit. Wat de een bemachtigde, was verlies voor de ander. Als zoons vroegtijdig hun vader zouden verlaten, namen ze een deel van zijn bezit mee en verminderden zo zijn aanzien. Dat gaf veel onderling wantrouwen. De eer van de familie stond voorop. Schande moest worden vermeden. Schaamte tonen - de superieuriteit van ouderen erkennen - was juist een deugd. De Islam was alom aanwezig, soms als legitimatie voor twijfelachtig gedrag.

Door de sterke bevolkingsgroei wordt de schaarste in de jaren zestig nog groter. Marokkaanse arbeiders die naar Europa trekken, gaat het voor de wind. Maar de economische recessie eind jaren tachtig treft ze hard. Kunnen zij voor familie in Marokko de schijn nog ophouden, binnen het gezin houdt de vader steeds moeilijker stand. Zijn zoons minachten hun vaak werkloze vader en staan ook sterker tegenover hem omdat ze zelf studiefinanciering, loon of een uitkering krijgen.

Marokkaanse ouders, stelt Van Gemert, leren hun kinderen niet door beloningen, maar via straffen de grenzen van hun gedrag bepalen. Daardoor proberen kinderen zoveel mogelijk uit. Niet wat m g telt, maar wat k...n. Bij de opvoeding is de Koran richtsnoer. Kinderen tot zeven jaar blijven thuis. Daarna komen ze onder de hoede van hun vader. Overtredingen worden bestraft, maar worden kinderen verder niet aangerekend 'omdat ze nog klein zijn'. Na hun veertiende moeten ze 'serieus', volwassen worden. Het ideaal is mannelijk gedrag.

Volgens Van Gemert verklaren deze achtergronden (onderling wantrouwen, leeftijdsgebonden gedrag, het verkennen van grenzen en een legitimerend gebruik van de Islam) mede waarom Marokkaanse jongens in Rotterdam-Zuid zich relatief vaak crimineel gedragen. De schaarse bestaansmiddelen in Rotterdamse achterstandwijken geeft competitie, stelt Van Gemert. Geld is nodig om aanzien te krijgen bij leeftijdgenoten, maar ook om vader hiërarchisch te bevechten. Voor Marokkaanse jongens van boven de veertien is een brommer niks, een echte man wil een - desnoods gestolen - auto.

Gecombineerd met het verkennen van grenzen dat in de opvoeding is aangeleerd, zullen Marokkaanse jongens (bijvoorbeeld bij werkloosheid) eerder naar criminaliteit neigen, betoogt Van Gemert. Jonge jongens beginnen met winkeldiefstal. Als dat niet hard wordt bestraft, proberen ze hoever ze kunnen gaan. Hoe ouder, hoe 'volwassener' het misdrijf moet zijn. Competitie is belangrijk, kansen grijpen.

De houding van de Marokkaanse gemeenschap tegenover drugshandel is volgens hem dubbel. “Men keurt het af en weet dat het strafbaar is, maar anderen legitimeren drugshandel door op de houding van de Nederlandse samenleving te wijzen. Wij hebben warme gevoelens voor gebruikers en gedogen veel. Voor de commissie-Van Traa bleek dat de Nederlandse politie zelf betrokken was bij drugstransporten. Dan is het geen wonder dat anderen, zoals Marokkanen, het gat opvullen tussen gebruikers en de grote handelaren.”

Door het onderlinge wantrouwen bestaan er volgens Van Gemert geen echte Marokkaanse jeugdbendes en komen overigens ook Marokkaanse belangenorganisaties maar moeizaam van de grond. Wel integreren Marokkaanse jongens mogelijk makkelijker dan Turkse. “De gezinsband is bij Turken vaak sterk. Omdat bij Marokkanen onderling wantrouwen overheerst, zullen zij eerder naar buiten treden. Ze vertrouwen Nederlanders eerder dan Marokkanen.”

Van Gemert doet in zijn proefschrift geen concrete aanbevelingen, maar begeleiding van Marokkaanse ouders bij de opvoeding, lijkt hem zinvol. Somberder is hij over de relatie tussen Marokkaanse jongens en de politie. “Die is ernstig verstoord.” Hoe bijvoorbeeld de politie Marokkaanse jongens in Amsterdam-West moet begeleiden, weet hij niet. “Dat is te laat. Daar was - voor zover ik weet - vooral sprake van gezamenlijke frustratie en een gezamenlijke vijand. Dat moet worden voorkomen.” De wijkregisseurs waar de politie Amsterdam mee werkt, vindt de wetenschapper een goede stap. “De politie moet al vroeg weten wat speelt in een wijk. Als ze iedereen kent, kunnen de jongens bijvoorbeeld geen valse naam meer opgeven.”

“Vanuit de Marokkaanse optiek” ligt volgens Van Gemert harder optreden voor de hand. “Dat helpt natuurlijk. Maar dat wil de Nederlandse politie niet. Veel Marokkanen vinden dat de straffen voor Marokkaanse jongens omhoog moeten. Maar zo doen wij dat niet in Nederland. Wij willen voor elk dezelfde regels toepassen.”

Het onderzoek van Van Gemert kan bijdragen aan stigmatisering en misschien zelfs discriminatie van de Marokkanen in Nederland. Zijn beschrijvingen van bijstandsfraude, de zucht naar geld, de gezinsruzies en criminele loopbanen zal het beeld van Marokkanen, vaak geen goed doen. “Misschien leg ik teveel nadruk op de onderlinge ruzies binnen het gezin. Ook in een bevelshuishouding kan een vader best rechtvaardig en warm zijn. Maar als zich een conflict voordoet, is de afloop duidelijk. Dat is anders in Nederlandse gezinnen.”

“Mensen met extreem-rechtse sympathieën hebben toch al bepaalde ideeën. Ik heb Marokkanen niet willen kwetsen. Ik had de keuze of ik dingen op zou schrijven zoals mensen ze willen lezen of zoals ik echt denk dat ze in elkaar zitten. Op termijn heeft de Marokkaanse gemeenschap meer aan dat laatste, hoop ik. Al weet ik niet zeker of het doel de middelen wel heiligt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden